Politiek en tbs

Eindelijk zijn de openbare verhoren begonnen van het parlementair onderzoek naar het systeem van de terbeschikkingstelling aan de regering van geestelijk gestoorde delinquenten (tbs). Het CDA, beducht voor de mogelijke politieke gevolgen voor minister Donner (Justitie, CDA), heeft het onderzoek vorig jaar met succes enige maanden weten te traineren. Dat is jammer en contraproductief.

Aanleiding voor het onderzoek was een reeks ontsnappingen van ter beschikking gestelde delinquenten in de afgelopen jaren, steeds met dramatische gevolgen. De zaak van het ontvoerde Chinese meisje in 2004, en de bejaarde Amsterdammer die vorig jaar door een tbs'er werd vermoord, schokten de samenleving. De Tweede Kamer liep in een reeks debatten met veel spektakel te hoop tegen de minister van Justitie. Steeds weer was het de vraag hoe levensgevaarlijke criminelen zich tijdens hun verlof hadden kunnen onttrekken aan het toezicht van hun begeleiders, of onbegeleid op proefverlof hadden kunnen gaan. Minister Donner nam volledig zijn verantwoordelijkheid voor de gemaakte fouten, maar trad niet af. Zijn besluit om de verloven voor alle tbs'ers stil te leggen, deed de spanning binnen de klinieken alleen maar verder oplopen. Voor een ordentelijke behandeling van de onderliggende problemen zijn spoeddebatten en noodmaatregelen echter niet het beste instrumentarium. Het is daarom goed dat de Tweede Kamer nu de incidenten-politiek verlaat en zich verdiept in de achtergronden.

Uitgangspunt is dat de huidige, humane Nederlandse tbs-regeling overeind blijft, maar op onderdelen wordt verbeterd. Het verlofsysteem is een onlosmakelijk onderdeel van de tbs: alleen zo kunnen delinquenten geleidelijk wennen aan een terugkeer in de maatschappij. Het aantal tragische incidenten tijdens een proefverlof is relatief gering. Voor de slachtoffers van deze incidenten is dat natuurlijk geen argument. Dus is het noodzakelijk dat onderzocht wordt hoe zulke ontsporingen kunnen worden voorkomen.

Minister Donner heeft tevergeefs geprobeerd de Tweede Kamer ervan te weerhouden om de huidige praktijk van het tbs-systeem te onderzoeken. Hij zag meer in een onderzoek dat zich zou richten op een toekomstig tbs-beleid. Het valt te prijzen dat de Kamer zich van die wens weinig heeft aangetrokken. Niettemin is de CDA-fractie er wel in geslaagd het onderzoek te verbreden naar de hele “tbs-keten', dat wil zeggen dat niet alleen het justitiële deel - waarvoor Donner verantwoordelijk is - voorwerp van onderzoek is, maar ook het deel dat betrekking heeft op de geestelijke gezondheidszorg. Op dat terrein is minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) verantwoordelijk en op die manier houden de regeringspartijen elkaar in de vertrouwde houdgreep. Komt de VVD aan Donner, dan zal het CDA Hoogervorst aanpakken.

Aan een degelijk onderzoek naar de praktijk van de tbs, en de vraag hoe kan worden voorkomen dat tbs-gestelden tijdens hun verlof een gevaar vormen voor de samenleving, draagt die partijpolitieke dimensie niet bij. Een al te breed opgezet onderzoek mist bovendien scherpte en kan het doel voorbijschieten. De parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van het Kamerlid Visser (VVD) dient die valkuil te vermijden. En ze moet de verleiding weerstaan van een afrekening in het politieke milieu.