Nederlander worden in thuisland

De film Naar Nederland en het bijbehorende examen zijn uniek in de wereld.

De indruk die de film wekt: een soms onhartelijk land waar je hard moet werken.

In de inburgeringsfilm Naar Nederland die vanaf vandaag verplichte examenstof is voor huwelijksmigranten, zijn veel vrouwen te zien: werkende vrouwen, studerende vrouwen, moederende vrouwen. Mannen zijn er ook. Ze werken, ze studeren, maar ze staan ook in de keuken, hapjes te verzorgen voor een verjaardagsfeest.

De binnensteden zijn druk, in oude wijken zie je dichtgetimmerde panden. Speelplaatsen bevinden zich tussen de huizenblokken en zijn klein. Wie ziek is gaat naar de huisarts, maar in de grote steden is daaraan een tekort. Ze geven je trouwens ook niet snel medicijnen.

En het leven is duur. Geen wonder dat bijna iedereen werkt. Maar hou er wel rekening mee dat een migrant moeilijk een baan vindt, door ongeschreven regels die hij niet kent, of doordat zijn diploma's minder waard zijn dan in zijn eigen land.

Nederland - een land van kansen, ja, maar kansen waar je wel wat voor moet doen. Wil je dat? Kun je dat?

De film Naar Nederland en het examen dat erbij hoort, zijn uniek in de wereld. In de VS, Canada en Australië, traditionele immigratielanden, worden voor binnenkomst eisen gesteld aan immigranten. Maar dat zijn eisen aan opleiding, werkervaring of taalvaardigheid - er is geen verplichte inburgering vooraf, in het land van herkomst.

Europese landen die kennis van de taal en/of inburgering verplicht stellen, doen dat ná binnenkomst. Alléén in Nederland moeten huwelijksmigranten (en dat zijn vooral bruiden) en kinderen vanaf zeventien jaar vanaf vandaag een inburgeringsexamen afleggen voordat ze binnen mogen komen.

Waarom is dat? En: wat leren die aanstaande bruiden over hun nieuwe land?

Zoals vaker in de politiek begon de verplichte inburgering-voor-binnenkomst met een simpele suggestie. In dit geval: een voorstel van (toenmalig) CDA-fractieleider Jaap de Hoop Scheffer. “Ik denk dat dit de inburgering [van huwelijksmigranten] in Nederland - ze beginnen dan niet helemaal op nul - een stukje kan vergemakkelijken“, zei hij voorjaar 2000 in de Tweede Kamer.

Een motie, twee commissies, een kabinetsvoornemen, een wetsvoorstel en een aantal onderzoeken later is het vandaag, zes jaar later, zover: de wet wordt van kracht. In de Tweede Kamer hebben diverse partijen al gezegd het “niet zo erg te vinden“ als het nieuwe examen een dam op gaat werpen tegen de immigratie van (analfabete) huwelijksmigranten.

Toch is in elk geval de film niet ontmoedigend bedoeld. “Ik heb metéén gezegd: ik wil geen doorgeefluik zijn, van niemand“, zegt Walter Goverde, maker van Naar Nederland. Goverde is eigenaar van Odyssee Producties en werkt onder meer voor Klokhuis en Teleac.

Er waren wel richtlijnen. Die kwamen van CINOP, het onderwijsadviesbureau dat namens het ministerie van Justitie het examen ontwikkelde en de vorm bedacht - een film met vragen. De film moest zeven onderwerpen behandelen: geografie, vervoer en wonen (1), geschiedenis en cultuur (2), staatsinrichting, politiek en wetgeving (3), taal (4), opvoeding en onderwijs (5), gezondheidszorg (6) en werk en inkomen (7).

Van belang was het gezichtspunt van migranten. Aan diverse migrantenorganisaties werd daarom gevraagd wat zij vonden dat een immigrant zou moeten en wat hij zou willen weten. Verder werd gepraat met onderwijskundigen en historici. Ook werd gebruikgemaakt van Kortweg Nederland, de geschiedeniscanon van Jan Bank en Piet de Rooij.

De film “zou honderd minuten pittige kost worden, dat had ik snel door“, zegt Walter Goverde. Vandaar dat werd gekozen voor een presentatrice in plaats van een voice-over, het oorspronkelijke idee. “Een vlot type, ja, maar dat is toeval: zij leek mij gewoon geschikt.“ Géén toeval is het grote aantal vrouwen in de film: “We wilden het belang van vrouwen in onze maatschappij laten zien.“

Hij stopte ook humor in de film: een Mister Bean-achtige immigrant bij wie van alles misgaat, van het treinkaartje kopen op het station tot het feliciteren van het hele gezelschap op een verjaardagsfeestje.

De rol wordt ook echt gespeeld door een Engelsman, Mark Kingsford. “Dat is expres, want je moet voorkomen dat je groepen mensen beledigt. Je ziet bij dit soort opdrachten ook vaak angst voor humor. Bij het ministerie wilden ze dit typetje in het begin liever niet.“

Maar hoe zit het met de indruk die de film toch achterlaat, dat het leven hier ingewikkeld en niet altijd even aangenaam is? “Het zat niet in de opdracht om zo'n indruk over te brengen. Het heeft, denk ik, te maken met het perspectief van de film. Dat is het perspectief van de immigrant: waar komt hij te wonen en hoe vergaat het hem gewoonlijk.“

Vandaar meer beelden van steden dan van dorpen, van volle klassen, drukke arbeidsbureaus en onoverzichtelijke verkeerssituaties. Vandaar óók de reactie bij een viewing van de film aan hoge ambtenaren: “Maar zó is Nederland toch niet?' Waar zij woonden, zag het er anders uit.

De indruk van een soms onhartelijk land waar je hard moet werken om te slagen, zit ook in de testimonials: getuigenissen van een aantal ingeburgerde immigranten. “Het is hier koud en kil“, zeggen ze bijvoorbeeld. Of: “Nederlanders hebben heel weinig geduld.“

De testimonials zijn authentiek. “We wilden mensen laten vertellen hoe ze het hier ervaren hebben. Het zijn dus geen acteurs en ze zijn ook niet gescreend op hun meningen. Ze mochten zeggen wat ze wilden.“

Het ministerie greep één keer in. Dat gebeurde toen de film al af was. Naar Nederland werd toen in Den Haag vertoond aan een gezelschap van Nederlandse ambassadeurs.

Een van hen merkte op dat het in bezit hebben van een film met fragmenten van blote borsten en zoenende mannen in zijn land strafbaar zou zijn. Nu zijn er twee versies: één met en één zonder blote borsten en zoenende mannen.

Alle 100 vragen en antwoorden van de inburgeringstoets zijn te vinden op www.nrc.nl/next