Liberalisering diensten is sleutel op roestig slot

Nederland en de rest van de Europese Unie hebben er alle belang bij dat de dienstenmarkten opengaan, menen D.M. van Gorp, Motoko Ike'e en P.K. Jagersma.

Het gevecht rond het vrije verkeer van diensten is losgebarsten. Protectionistische geesten nemen het op tegen vrijemarktdenkers. Ons land doet er echter goed aan om de richtlijn te omarmen en zich sterk te maken voor een verder gaande liberalisering van de Europese dienstenmarkt.

De Europese integratiepraktijk spreekt echter boekdelen: de nationale politiek kent van veel de prijs, maar, zoals wel vaker, van weinig de waarde. Het proces om de “interne markt' in Europa te voltooien is al in de tweede helft van de vorige eeuw in gang gezet, maar wordt keer op keer door middeleeuwse nationalistische praktijken gefrustreerd dan wel regelrecht getorpedeerd. Politici gedragen zich vandaag de dag als zoogdieren met een opvallend gekruid en bloemrijk idioom en laten ondertussen alles zoals het was. Het vroegere Europese vlaggenschip is een zwalkend schip geworden. De burger begrijpt er ondertussen helemaal niets meer van en trekt niet mis te verstane conclusies. De nieuwe openingszet van politieke leiders uit verschillende EU-lidstaten - protectionisme - slaat echter, om een geliefde uitspraak van Bolkestein te gebruiken, “als een tang op een varken“. Hoe voorkomen we nu dat de EU een zinkend schip wordt?

Het meest effectieve argument om de zaak van de integratie weer aan de gang te krijgen, is eigenbelang. Alleen eigenbelang wint het van het huidige pessimisme. Overigens heeft niet alleen Nederland alle belang bij het opengaan van dienstenmarkten. Ook de rest van de EU profiteert significant van het door liberalisering gecreëerde Friedmaniaanse “plattere landschap'. Het waarom van het liberaliseren van dienstenmarkten is in het kader van het “nationale eigenbelang' herleidbaar naar twee fundamentele overwegingen.

Allereerst maakt het Nederland tot een aantrekkelijker vestigingslocatie. Veel bedrijven verplaatsen momenteel hun activiteiten naar het buitenland met als belangrijkste drijfveer lagere arbeidskosten. Zij vinden daar de juiste menskracht en dat tegen lagere kosten. Een trend die zich volgens recent door ons uitgevoerd onderzoek versneld voortzet, niet alleen voor industriële bedrijven maar ook voor dienstverleners. Nederland is een dienstenland pur sang. We zijn het land van de tulpen maar verdienen het echte geld niet met de tulpenproductie maar met de distributie van tulpen en andere bloemen. Liberalisering van dienstenmarkten egaliseert door de toenemende transparantie van (arbeids)kostenniveaus en doet mede daardoor de nationale en internationale concurrentiestrijd verschuiven naar de veel interessantere want duurzamere opbrengstencomponent van de marge waartoe zaken als innovativiteit en kwaliteit behoren.

Als lokale arbeidskrachten tegen competitieve (geëgaliseerde) “prijzen' op de Nederlandse markt aanwezig zijn, neemt dat een belangrijke drijfveer weg voor bedrijven om uit Nederland te vertrekken. Die bedrijven gaan zich dan richten op het ontwikkelen van onderscheidende competenties die herleidbaar zijn naar innovatie en verbetering van de kwaliteit van goederen en diensten.

We zouden tegen deze achtergrond de komst van Poolse loodgieters en schilders, maar ook (met het oog op de toekomst) Roemeense en Turkse laag- en hooggeschoolde immigranten moeten toejuichen en waar mogelijk moeten stimuleren. Het toekomstige bestaansrecht van Nederland in de EU hangt in sterke mate af van juist hun komst.

Liberalisering zorgt verder voor dynamiek, verandering, vernieuwing en uiteindelijk verbetering. De EU moet veel meer gaan “bewegen'. Liberalisering komt uiteindelijk de concurrentiepositie van de EU en dus Nederland ten goede. Hoe groter de exportquote (het aandeel van export in het bruto nationaal product) is van een land dat deel uitmaakt van een economische unie, des te groter de voordelen van een geïntegreerde markt die vrij is van investerings- en handelsbelemmeringen. De hoge Nederlandse exportquote behoort tot de top-5 in de EU en dus profiteert Nederland in relatief opzicht het meest van een geëgaliseerd politiek-economisch landschap. De Nederlandse weg naar economisch succes loopt dan ook onomstotelijk via de EU. De huidige zich vooral in Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië manifesterende nationalistische protectionistische trekjes zijn vanuit het perspectief van veel lagere exportquotes begrijpelijk (men profiteert relatief minder van economische integratie) maar wel de nagel aan de doodskist van de Europese Unie. Politici die lokale beschermingswallen opwerpen hebben er niets van begrepen. De met een razende snelheid op ons af komende wassende golf uit Azië zal in no time een serieuze dijkdoorbraak tot gevolg hebben. De opkomst van Japan in de jaren zeventig en tachtig is hiervoor illustratief: de onder luid applaus van industriëlen als voormalig Philips-baas Wisse Dekker opgeworpen nationale en Europese beschermingswallen heeft de EU volgens uiteenlopend doctoraatsonderzoek per saldo niets opgeleverd. Met de rug naar de actualiteit en dus de wereld gaan staan zal ons in de EU opbreken.

De EU verkeert in een belangrijke fase van haar bestaan. De EU staat met één been in het graf en met het andere been op een bananenschil. Het wordt tijd uitroeptekens te zaaien in plaats van nog meer vraagtekens op te roepen. De politiek moet weer terug naar de feiten: feiten in plaats van veelvuldig geventileerde opinies maken uiteindelijk het verschil. Liberalisering van diensten is goed voor de EU en alle daarvan deel uitmakende landen: de transactie- en arbeidskosten worden langzaam maar zeker geëgaliseerd en daardoor lager en de vervolgens vrijkomende middelen zullen door ondernemingen en de politiek in vernieuwing, duurzaamheid en verbetering kunnen worden geïnvesteerd. Het liberaliseren van dienstenmarkten is de sleutel die op het roestige slot genaamd “EU-bestaansrecht' past.

Mr. Désirée M. van Gorp is directeur van het Nyenrode Institute for Competition (NIC) en assistant-professor International Business aan Nyenrode. Motoko Ike'e is alumnus van Nyenrode's internationale MBA-programma. Prof. dr. Pieter Klaas Jagersma is ondernemer, hoogleraar Internationaal Ondernemen aan Nyenrode en hoogleraar Strategie aan de Vrije Universiteit.