Lager verlies op zorgpolis

Zorgverzekeraars lijden minder verlies op hun basispolissen dan ze dachten.

Ze houden genoeg geld over om eind dit jaar een nieuwe prijzenslag te ontketenen.

De zorgverzekeraars lijden samen een verlies van zeker 190 miljoen euro op de verkoop van polissen voor de basisverzekering die begin dit jaar is ingevoerd. Dat is aanzienlijk minder dan de hoogste schatting uit de sector zelf. Het verliesbedrag kan worden afgeleid uit een onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) en de Erasmus Universiteit.

Het verlies komt overeen met cijfers van directeur Dirk Witteveen van de toezichthoudende Nederlandsche Bank. Hij schat de “prijsprikkel' voor de consument in de tarievenslag op 100 tot 200 miljoen euro. Witteveen noemde dat getal op een zorgcongres “niet bijzonder groot“, gezien de omvang van de ziektekostenmarkt.

Hij weersprak op het congres de schatting van verzekeraar Agis dat andere verzekeraars een miljard euro vermogen of meer hadden ingezet voor kortingen. Agis verloor de afgelopen weken eenvijfde van zijn klanten in de prijzenslag. De verzekeraar is een van de vijf zorgverzekeraars met meer dan een miljoen klanten. Agis heeft er nu nog 1,2 miljoen en is daarmee de kleinste van de grote vijf. Als ex-ziekenfonds heeft Agis geen bovenmatige reserves.

De laatste maanden vochten verzekeraars een prijzenslag uit, met een basispolis tot 950 euro. Juist op collectieve contracten doken verkopers als Zilverenkruis/Achmea naar prijzen die het kabinet niet voor mogelijk had gehouden. Op Prinsjesdag werd nog gerekend met 1.106 euro.

Hoewel alle verzekeraars ontkennen dat zij onder de kostprijs werken, zijn buitenstaanders daar duidelijker over. “Verschillende verzekeraars bieden de basisverzekering beneden de kostprijs aan“, zegt Witteveen. Gemiddeld maken verzekeraars op de basispolis verlies, zegt ook CPB-onderzoeker Rudy Douven. Hij schat dat zij gemiddeld 15 euro onder de kostprijs zitten. In zijn onderzoek becijferde hij niet het totale verlies van de sector, maar hij bevestigt dat de gevolgde rekenmethode tot het verlies van 190 miljoen euro kan lijden.

Douven is bij het berekenen van de kostprijs uitgegaan van gemiddelden uit de ziekenfondswereld, omdat daarover cijfers beschikbaar zijn over een langere termijn. Particuliere verzekeraars kunnen echter meer kosten hebben voor reclame en administratie, zeker nu zij de afgelopen weken een zondvloed van aan- en afmeldingen van klanten moesten verwerken.

Douven doet in zijn onderzoek geen voorspelling over prijzen in 2007. Hij erkent dat particuliere verzekeraars nog steeds veel meer reserves hebben voor nieuwe prijsacties dan ex-ziekenfondsen. Eerder lekte uit dat het CPB een prijsstijging met 12 procent verwacht. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) hoopt opnieuw op stevige prijsconcurrentie, zei hij in de Tweede Kamer.

CPB-rapport: www.cpb.nl Dossier zorgstelsel: www.nrc.nl