iMe

,,Uhhmm?“ ,,Oh! Euh, tuurlijk.“ ,,Dd..dank..uhm.“ Dit gesprek voerde ik vorige week met een medepasagier toen ik langs hem heen wou schuiven in een overvolle trein. Pas toen ik daarna in de vrieskou op het perron stond, realiseerde ik mij dat het ook heel anders had kunnen gaan. Zonder iPod-verdoving hadden we tegen elkaar gezegd: ,,Goedemorgen, zou ik er even langs mogen?'', ,,Oh! Natuurlijk, gaat uw gang!'' ,,Dank u wel (begin van glimlach). O, lekker luchtje heeft u op.'' ,,Ja (brede glimlach), Instinct, van David Beckham. Fruitig, niet?“

Maar omdat we allebei luisterden naar onze strakke, witte, mp3-speler, konden we, terwijl ik me voortbewoog op een groove van Kanye West en hij luisterde naar Sonny Rollins of, weet ik veel, misschien wel Bach, alleen maar wat primitief mummelen.

Het is het soort voorval waar Andrew Sullivan, columnist voor The Sunday Times, van gruwelt. Vorig jaar schetste hij in het artikel iPod World. The End of Society? een doomscenario gebaseerd op een bezoekje dat hij bracht aan New York. Het viel hem op dat het overal in Manhattan iets stiller was. Na een tijdje realiseerde hij zich wat er aan de hand was: de straten waren vol mensen die, met kleine witte draadjes uit hun oren en een wezenloze blik in de ogen, rondliepen op het ritme van hun eigen soundtrack. Ze leken, aldus de columnist, op “stars in their own music video'.

Sullivan, die eerlijk toegeeft zelf ook te zijn toegetreden tot de cult van de “kleine witte doosjes aanbidders', vindt dit een kwalijke zaak. Binnenkort zal de samenleving ophouden te bestaan want de iPod - waarvan er alleen al in Amerika begin vorig jaar 22 miljoen zijn verkocht - verandert ieder mens in een obsessieve, totaal op zichzelf gerichte idioot: ,,Now I have my iMac for my iPod in my iWorld. It's Narcissus' heaven: we've finally put the “i' into Me.“

In een maatschappij waar alles is gericht op het individu en de technologie mensen steeds meer de mogelijkheid biedt om zich binnen hun eigen subcultuur terug te trekken - je leest geen krant maar bekijkt je eigen internetsites die aansluiten bij jouw wereldbeeld en ontvangt email van je favoriete blogger via je mobiele telefoon - zorgt de iPod ervoor dat mensen nog minder openstaan voor het toeval. We reageren niet meer op geluiden of impulsen om ons heen en we sluiten bij voorbaat de mogelijkheid uit om zomaar eens van gedachten te wisselen met een totaal wildvreemde. We geraken steeds meer in een egocentrisch isolement. “Nog nooit hebben we op deze manier geleefd!'' schrijft Sullivan wanhopig. Maar is dat wel zo? Sullivan is een echte cultuurpessimist. Wat nieuw is, is bedreigend en kan nooit goed zijn. Vroeger was alles beter en wisten mensen tenminste nog hoe ze met elkaar moesten omgaan. Nu zijn we allemaal hopeloos verloren?

Zo redeneren is onzinnig. Een iPod'er staat niet alleen, hij of zij hoeft niet te veranderen in een in zichzelf teruggetrokken idioot. Wie een iPod heeft, kan zijn wereld juist vergroten. Ik kan een podcast van mijn favoriete Amerikaanse nieuwszender downloaden, 'sochtends op de fiets beluisteren en vervolgens de laatste nieuwtjes aan een collega doorvertellen. Ik leer op iPod-feestjes allerlei nieuwe nummers kennen en mijn muziekkennis groeit met de dag. Een iPod-bezitter hoeft geen a-sociale treurwilg te zijn. Want zoals het geval is met alle technologische uitvindingen, bepaal ik zelf hoe ik er gebruik van maak. Ik luister niet de hele dag naar mijn iPod, soms wil ik gewoon rust. En gisteren, toen ik weer iemand moest vragen in de trein opzij te stappen, trok ik de witte koortjes uit mijn oren, keek hem vriendelijk aan en zei: ,,Beckham, zeker?''

woensdag@nrc.nl