Hier en daar een wet kromgebogen

De Thaise middenklasse is de populistische premier zat, maar de arme meerderheid blijft hem steunen.

Hoe lang duurt het voor de zaak ploft?

Met hun magere lichamen gestoken in een blauwe kiel zijn ze onmiskenbaar, de leden van de moderne Santi Asok-sekte. De 12.000 mannen leven volgens een strikte kloosterleer, bestaande uit onder andere één maaltijd per dag en seksuele onthouding. Een delegatie van ongeveer 500 monniken kampeert dezer dagen bij het Monument voor de Democratie in de Thaise hoofdstad Bangkok, om te demonstreren tegen de premier.

Leider van het kampement is Chamlong Srimuang. Aanvoeren is zijn vak. Eerder was hij generaal in het leger, later politicus en gouverneur van Bangkok. In 1992 hielp hij met de verdrijving van een autoritair bewind. Later voerde hij campagne voor de huidige premier, Thaksin Shinawatra, “toen die nog eerlijk was“. Nu spreekt de herboren boeddhist over “waarheid, integriteit en bescheidenheid“. Camera's filmen de ascetische oud-generaal, met het monument op de achtergrond, terwijl hij geduldig zijn mantra herhaalt.

Chamlong Srimuang verleent morele autoriteit aan het verzet tegen premier Thaksin. Dat wil hij althans, maar sommigen wuiven zijn roeping weg als ultieme ijdeltuiterij.

Thailand lijkt dezer dagen op een laboratorium waar de grenzen van het democratische populisme worden verkend. Ervan uitgaande dat een populist gevoelens van haat én aanhankelijkheid oproept, is de vraag: hoe hevig worden die gevoelens voordat de zaak ploft?

Een geboren charismaticus is de omstreden Thaksin (56) niet. Zijn vader dreef in het arme noorden een armzalig bioscoopje. Zelf werkte hij bij de politie en hij ondernam enkele mislukte bedrijfsavontuurtjes. Pas in de jaren tachtig lukte iets: hij verhuurde computers en sleepte een telecomconcessie in de wacht, waarop hij de politie vaarwel zei. Hij werd rijk en was enige jaren een vrij kleurloze minister in de Thaise regering.

Totdat Thaksin de gevestigde orde verliet en na de Aziatische bankencrisis met een eigen partij en wervende leuzen het volk een algehele revitalisatie beloofde: kredieten voor de boeren, gratis gezondheidszorg en een harde aanpak van de criminaliteit. De eertijds wat verlegen Thaksin bleek ontketend en veroverde in 2001 met zijn partij, Thai Rak Thai (Thai houden van Thai), een grote verkiezingsoverwinning. Zijn programma werkte: het platteland, met 70 procent van de bevolking, was enthousiast, net als de bevolking in de stad, waar de politie harder optrad tegen criminaliteit.

Maar zoals dat vaak gaat bij succes: vrienden kregen goede banen, hier en daar werd een wet kromgebogen en Thaksins privé-zaken zorgden voor schandalen. Zo bleken de chauffeur en het dienstmeisje van zijn familie opeens notarieel gezien de vermogende bezitters van een telecombedrijf, maar bij nader inzien weer niet.

Desalniettemin was anderhalf jaar geleden een overweldigende herverkiezing Thaksins beloning. Voor Chairat Toj, een 39-jarig dorpshoofd in het district Lop Buri in het midden van het land, is dat heel begrijpelijk: “Thaksin heeft de plattelandsbevolking geweldig geholpen. Dat hij ook zijn familie helpt moet hij zelf weten. Als je een handige zakenman kiest, krijg je de voor- en de nadelen van een handig zakenman. Wij ondervinden de voordelen wel, de nadelen niet.“

Omgeven door paladijnen, beloerd door een machteloze oppositie en met vijanden in alle gevestigde geledingen, sloeg enkele weken geleden de vlam in de pan bij de verkoop van Thaksins zakenimperium aan een Singaporees investeringsfonds. Zijn vrouw en kinderen - de formele verkopers - hadden een ingewikkeld netwerk van deelnemingen geconstrueerd met de Maagdeneilanden als veilige haven om de fiscus te ontwijken. “De Maagdeneilanden als belastingvlucht is onvaderlandslievend“, had premier Thaksin eens geroepen. Maar ja, iedereen doet het, verboden is het niet en bovendien ging hij er niet meer over, zegt hij nu.

De woede van zijn tegenstanders is groter dan hun macht. De oppositiepartijen boycotten de vervroegde verkiezingen, die Thaksin heeft uitgeschreven als reactie op de dagelijkse massabetogingen. Oppositieleider Piphob noemt hem een “democratische dictator“. De krantencommentaren variëren op het thema “een democratie betekent niet dat de meerderheid altijd gelijk heeft'. Maar zij vertegenwoordigen de stedelijke intelligentsia, niet de meerderheid.

Voor Thaksin is er geen gemakkelijke uitweg in deze dolgedraaide fase van zijn populisme. Wegwandelen staat haaks op zijn manier van doen en levert gezichtsverlies voor hemzelf en zijn nazaten. Bovendien kan ook de belastingdienst bij hem aankloppen als hij afgetreden is.

Uiteindelijk resteert alleen de monarchie als vangnet tegen zoveel emoties. Koning Bhumibol heeft in zijn zestigjarige ambtstijd dictaturen zien komen en gaan. En als de spanningen uit de hand lopen, mag hij een list verzinnen.