Heeft Goldman Sachs een gouden formule?

Niemand weet precies hoe Goldman Sachs het voor elkaar krijgt, maar de zakenbank heeft het 'm weer geflikt. De winst over het eerste kwartaal heeft alle verwachtingen overtroffen. Het concern heeft in drie maanden tijd een winst geboekt van 2,5 miljard dollar (2,1 miljard euro) oftewel 5,08 dollar per aandeel - bijna de helft van wat analisten voor het hele jaar hadden voorspeld. Iedere divisie heeft aan dit succes bijgedragen. De enige divisie waarvan de winst met minder dan 50 procent steeg ten opzichte van het eerste kwartaal van vorig jaar, is die voor aandelencommissies.

Het overtreffen van de toch al hoge verwachtingen van Wall Street is geen geringe prestatie. Het zal lastig zijn voor Goldman om nog zo'n kwartaal te verwezenlijken. Het zou ook een wonder zijn als de andere zakenbanken die de komende weken met kwartaalcijfers komen - Lehman Brothers, Bear Stearns en Morgan Stanley - soortgelijke prestaties leveren. Dat verklaart waarom beleggers nog steeds zo sceptisch staan tegenover al het enthousiasme dat Wall Street uitstraalt.

Goldman wordt nog steeds verhandeld tegen een korting van 30 procent ten opzichte van de bredere markt, ook al zijn de vooruitzichten opgewaardeerd als weerspiegeling van het ongekend succesvolle eerste kwartaal en een kortstondige koersopleving. Toch heeft Goldman een jaarlijkse groei van de winst per aandeel bewerkstelligd van zo'n 40 procent sinds de inzinking van de zakenbanksector in 2002. Moet deze discrepantie tussen de prestaties en de waardering blijven bestaan?

De reden daarvoor is dat de helft van de winst van het concern nog steeds afkomstig is uit de handel, meestal voor eigen rekening, in obligaties, aandelen, grondstoffen en valuta's. Die handel is van oudsher een grillige aangelegenheid. Dat was al zo in de tijd van het oude Salomon Brothers en het is nog steeds een smet op het blazoen van JP Morgan.

Maar Goldmans consistentie zorgt ervoor dat je je afvraagt of de bank een of andere gouden formule heeft gevonden. Gezien de geheimzinnigheid over hoe het grootste deel van het geld wordt verdiend, moet je wel heel goedgelovig zijn om dat aan te nemen. De ironie is wel dat hoe meer Goldman met dit soort handel verdient, des te minder de bank kan zeggen over hoe zij aan haar fortuin komt. En daarom blijft de korting bestaan, niet alleen ten opzichte van de markt, maar ook ten opzichte van Goldmans minder winstgevende concurrenten.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld