Goed inburgeren

Het nieuwe inburgeringsexamen voor huwelijkspartners en familieleden van migranten dat vandaag ingaat, bevat nuttige informatie over de Nederlandse samenleving. Zo is het handig voor een nieuwkomer om te weten dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is, en dat iemand die ziek is, niet naar het ziekenhuis moet maar naar de huisarts, en ook dat ouders zelf een school mogen kiezen voor hun kinderen. Gewapend met deze kennis zullen vrouwen of mannen die met een Nederlander trouwen, hun problemen beter aankunnen. Ze zullen eerder in staat zijn om een zelfstandig leven te leiden, zodat ze niet zijn overgeleverd aan hun Nederlandse huwelijkspartner of gezinslid.

Zoals in elk examen staan er ook vragen in waarover deskundigen van mening kunnen verschillen. Een immigrant hoeft zich niet druk te maken over deze haarkloverijen, omdat het antwoord dat hij moet geven in de cursus is vervat. Wie tien keer de bijbehorende videofilm heeft gezien, kan de juiste termen hanteren aan de examencomputer en mag daarbij ook nog dertig procent van de vragen fout hebben. Maar hij of zij heeft dan wel iets geleerd. De vragen zijn opgesteld op basis van het advies van onder meer organisaties van allochtonen. Vergeleken met de enorme inspanning die emigratie naar Nederland kost, zijn cursussen en basisexamens voor taal en kennis in het land van herkomst bescheiden eisen.

Slecht voorbereide immigratie is een belangrijke oorzaak van integratieproblemen. Vooral bij immigrantengroepen aan de onderkant van de samenleving kan door een huwelijk met een partner uit Turkije of Marokko de integratie een generatie achteruit worden gezet. Een van de gevolgen van die vertraging is de hoge werkloosheid en het relatief lage scholingsniveau onder Turkse, Marokkaanse en Somalische Nederlanders. Deze immigrantengroepen hebben krachtens verdragen recht op hereniging met gezinsleden of op huwelijken met buitenlanders. Maar de Nederlandse overheid mag wel eisen stellen. Dat heeft het kabinet gedaan door de minimumleeftijd voor trouwen met een buitenlander te verhogen van 18 naar 21 jaar. Bovendien zijn er nu hoge legeskosten en moet de Nederlandse huwelijkspartner 120 procent van het minimumloon verdienen. Sinds de invoering van deze extra eisen is de huwelijksimmigratie flink aan het dalen.

Een minimumleeftijd van 21 jaar voor trouwen met een buitenlander is redelijk. Het is eveneens belangrijk dat een Nederlander die met een buitenlander wil trouwen, niet van een bijstandsuitkering leeft. Anderzijds, door een te hoge inkomenseis kunnen trouwlustige Nederlanders die financieel wel zelfstandig zijn maar geen vast inkomen hebben, in de problemen komen. Een taal- en kennistoets in het land van herkomst voor een aanstaande bruid of bruidegom is een beter selectiemiddel dan een hoge inkomenseis voor de Nederlander die met een buitenlander trouwt. Regeringen van andere Europese landen willen het Nederlandse voorbeeld bij gebleken succes volgen. Dankzij de nieuwe basistoetsen zijn er inmiddels in Marokko en in Turkije op particulier initiatief nieuwe bedrijven ontstaan die opleiden tot het inburgeringsexamen. Dat is een eerste succes.