Gezicht op non-actief

Tommy Lee Jones heeft indianenbloed. Dat past bij zijn imago als zwijgende strijder.

Zijn regiedebuut, The Three Burials of Melquiades Estrada, komt morgen uit.

“The Three Burials of Melquiades Estrada', met Tommy Lee Jones (rechts), Foto Independent Films Three Burials FOTO: Independent Films

Sommige filmacteurs bespelen een heel register in hun rollen, andere slaan altijd dezelfde toon aan. Philip Seymour Hoffman kan een ijselijke verkrachter neerzetten, een homoseksuele sul of een liefdevolle verpleger - en in elk van die rollen kan hij overtuigen. Sylvester Stallone zal nooit veel verder komen dan een grom en een dreun.

De professionele waardering voor de eerste categorie is doorgaans groter dan voor de tweede. Philip Seymour Hoffman kreeg anderhalve week geleden een Oscar voor zijn totale transformatie in Capote. De kans dat Sylvester Stallone nog een acteer-Oscar wint, is sinds het eerste deel van Rocky nihil. Maar de keerzijde is dat een echte ster ook niet hoeft te acteren, dat het publiek voor hém (of haar) komt en niet voor een rol.

Toch zijn er uitzonderingen. Clint Eastwood heeft met zijn zeer beperkte acteerstijl (even de ogen samenknijpen en hij lijkt alert) altijd zowel waardering van een groot publiek als van de critici gekregen.

Voor Tommy Lee Jones, die morgen debuteert als regisseur met The Three Burials of Melquiades Estrada, geldt hetzelfde. Als acteur is hij verwant aan Eastwood: ook een man die het meer van het onmiddellijke effect van zijn dreigende fysiek moet hebben dan van de mogelijkheid iets te verbeelden.

Kijk naar The Eyes of Laura Mars uit 1978, een van de eerste rollen waarin hij internationaal opviel. En kijk dan naar Men in Black II uit 2002. Zit 25 jaar tussen en hij doet exact hetzelfde. Het gezicht staat op non-actief. Iets of iemand vraagt zijn aandacht en, pats, daar brengt hij zijn gezicht dicht bij de vraagsteller of, pats, daar verschijnt een grimas. Dreiging.

Als je het weet, kun je het zien. Tommy Lee Jones (San Saba, Texas, 15 september 1946) heeft indianenbloed in de aderen. Of het nou in die wat donkere schemer zit, die over zijn aangevreten gelaat ligt, of aan die dichtgemetselde mond. Ongenaakbaar, dat is het woord, en dat past ook bij het romantische beeld van de indiaan als zwijgende strijder.

Het moet gezegd dat Jones in zijn rollen doorgaans meer spreekt dan Eastwood in de zijne. Er zijn schitterende volzinnen die hij op het witte doek heeft uitgesproken en die terecht in de galerij van de gedenkwaardige quotes van de International Movie Database staan. Als Kay, bijvoorbeeld, de bewaker van buitenaardse wezens in Men in Black (1997). “Vijftienhonderd jaar geleden wist iedereen dat de aarde het middelpunt van het heelal was. Vijfhonderd jaar geleden wist iedereen dat de aarde plat was. Vijftien minuten geleden wist jij dat op deze planeet alleen mensen woonden. Stel je voor wat je morgen allemaal weet.“

Misschien dat zich hier Jones' opleiding verraadt. Na een studie Engels (Harvard, cum laude), begon hij aan het toneel op Broadway. De film kwam hij binnen via de televisie, hij speelde in soaps als One Life to Live en dook wel eens op in series als Baretta of Charlie's Angels.

Barry Sonnenbergs Men in Black heeft Jones tot een echte filmster gemaakt. Daarvoor was hij erkend en gezien, maar nooit een ster. Hij speelde een keiharde zakenman in Stormy Monday (Mike Figgis, 1988), een homoseksuele samenzweerder in JFK (Oliver Stone, 1991) en een hysterische hippie-terrorist in Under Siege (Andrew Davis, 1992). In 1993 joeg hij voor het eerst een echte filmster het doek af: Harrison Ford in The Fugitive (ook van Davis). Boven het geraas van water uit gilt Ford, typerend nerveus als de voortvluchtige dr. Kimball: “I didn't kill my wife!“ Met een nauwelijks merkbaar hoofdgebaar brult Jones, de U.S. marshall, terug: “I don't care!“ Harrison Ford heeft veiligheidshalve nooit meer een rol geaccepteerd in een film met Jones.

Toen kwam Men in Black, waaruit bleek dat Jones' droge acteerstijl in combinatie met de branie van Will Smith uitermate komisch kon zijn. “U maakt zeker een grapje“, vraagt een vrouw als ze hoort dat haar man misschien door buitenaardse wezens is ontvoerd. “Nee mevrouw“, zegt Kay/Jones, “wij van de FBI hebben geen gevoel voor humor voorzover we weten.“

Het enige dat je op Jones kunt aanmerken, is dat hij zich nooit buiten zijn favoriete genres beweegt, zoals Clint Eastwood ten slotte heeft gedaan met films als The Bridges of Madison County. Jones houdt zich liever bij actiefilms, al dan niet komisch, zoals Space Cowboys (geregisseerd door Clint Eastwood, 2000) of The Missing (Ron Howard, 2003). Ook in zijn regiedebuut, over een boerenknecht die zijn maatje wil begraven in Mexico, is hij weer zo'n harde.

Geef hem eens ongelijk: Tommy Lee Jones kreeg er in Cannes de acteursprijs voor. En hij had zijn keuze voor dit soort films al eerder gerechtvaardigd in een interview direct na Men in Black: “Dertig jaar geleden speelde ik voor 45 dollar per week Shakespeare, Brecht en Euripides. Hollywoodfilms betalen een stuk beter.“