Fraude in haven met Oost-Europeanen

Belastingfraude met Oost-Europese werknemers wordt in de toekomst wellicht aangepakt door een speciaal interventieteam. Dat zei staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) gistermiddag in de Tweede Kamer naar aanleiding van een grote fraudezaak in de Rotterdame haven die de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) aan het licht bracht.

De SIOD bracht vandaag naar buiten dat de dienst een maritiem uitzendbureau heeft opgerold dat voor ten minste acht miljoen euro aan belastingen en sociale premies heeft ontdoken. Het uitzendbureau liet Poolse timmerlieden en loodgieters schepen verbouwen, maar gaf ze aan de autoriteiten op als matrozen. Over het loon van zeelieden hoeft de werkgever vier keer zo weinig belasting te betalen als bij normale werknemers.

Het nieuws komt op een pijnlijk moment. Het kabinet staat op het punt om te besluiten om de bestaande beperkingen voor werknemers uit Oost-Europa op te heffen. Door de constructie ontdook het uitzendbureau de beperkingen die bestaan voor werknemers uit de nieuwe Oost-Europese lidstaten om in Nederland te werken. Van Hoof zei dat de fraudekwestie en de beslissing over de opening van de grenzen niets met elkaar te maken hebben. “Er waren ook werknemers uit Spanje en Portugal bij betrokken en voor deze landen is geen vergunning nodig.“

Van Hoof sprak vandaag met zijn collega-bewindslieden over het al dan niet volledig openstellen van de Nederlandse grenzen voor werknemers uit de nieuwe Oost-Europese lidstaten. Van Hof is daar voor. Maar na afloop van het overleg liet minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) zich kritisch uit: “We moeten niet het putje worden waar al het water naartoe stroomt“, aldus Bot.