“De meerderheid heeft niet altijd gelijk'

De Thaise stedelijke middenklasse protesteert al weken tegen de populistische premier Thaksin. Omdat hij bij de vervroegde verkiezingen wel kan rekenen op steun van een arme meerderheid, is een patstelling ontstaan.

Boeddhistische monniken passeren een slapende demonstrant bij het regeringsgebouw in Bangkok. Elke avond verzamelt zich een massa op het plein. Foto Reuters A protester sleeps outside the Government House as Thai monks make their morning rounds in Bangkok March 15, 2006. An estimated 1,00,000 people massed outside the office of Thai Prime Minister Thaksin Shinawatra on Tuesday, their leaders vowing the protest would go on until he quits. REUTERS/Chaiwat Subprasom REUTERS

Met hun magere lichamen gestoken in een blauwe kiel zijn ze onmiskenbaar, de leden van de moderne Santi Asok-sekte. De 12.000 mannen leven volgens een strikte kloosterleer, bestaande uit onder andere één - vegetarische - maaltijd per dag en seksuele onthouding. Een delegatie van ongeveer 500 monniken kampeert dezer dagen bij het Monument voor de Democratie in de Thaise hoofdstad Bangkok om te demonstreren tegen premier Thaksin Shinawatra.

Leider van het kampement is Chamlong Srimuang. Aanvoeren is zijn vak. Eerder was hij generaal in het leger, later politicus en gouverneur van Bangkok. In 1992 speelde hij een belangrijke rol bij de verdrijving van een autoritair bewind. Voor de huidige premier heeft Chamlong Srimuang nog campagne gevoerd, “toen die nog eerlijk was“. Nu heeft de herboren boeddhist het over “het Dharma-concept van het leven“ en over “waarheid, integriteit en bescheidenheid“. De ene na de andere camera filmt de ascetische oud-generaal op het plein bij het koninklijk paleis, met het monument op de achtergrond. Geduldig herhaalt hij zijn mantra. Hij is elke avond op de televisie, het hele land kent hem.

Chamlong Srimuang verleent morele autoriteit aan het verzet tegen premier Thaksin. Een groeiende menigte demonstranten, die vooral de stedelijke middenklasse vertegenwoordigt, eist zijn aftreden. Ze vinden dat hij corrupt is en zijn macht heeft misbruikt bij de belastingvrije verkoop van zijn familiebedrijf. Er zijn ook Thai die Chamlongs nieuwe roeping wegwuiven als een ultieme vorm van ijdeltuiterij.

Thailand lijkt deze dagen op een laboratorium waar de grenzen van het democratische populisme worden verkend. Ervan uitgaande dat een populist onder het electoraat gevoelens van haat én aanhankelijkheid oproept, is de vraag: hoe hevig kunnen zulke gevoelens worden voordat de zaak ploft?

Veel charisma had de omstreden premier Thaksin (56) niet. Zijn vader dreef in het noorden van het land een armzalig bioscoopje. Zelf vond hij een baan bij de politie en ondernam hij enkele mislukte bedrijfsavontuurtjes. Pas in de jaren tachtig lukte iets: hij verhuurde computers en sleepte na zes jaar een telecomconcessie in de wacht, waarop hij de politie vaarwel zei. Hij werd rijk en was enige jaren een vrij kleurloze minister in de Thaise regering.

Totdat Thaksin de gevestigde orde verliet en na de Aziatische bankencrisis met een eigen partij en wervende leuzen het volk een algehele revitalisering beloofde: kredieten voor de boeren, gratis gezondheidszorg en een harde aanpak van de criminaliteit. De eertijds wat verlegen Thaksin bleek ontketend en veroverde in 2001 met zijn partij Thai Rak Thai (Thai houden van Thai), een grote verkiezingsoverwinning. Zijn programma werkte: het platteland, met een meerderheid van de bevolking, was enthousiast, net als de stedelijke bevolking, waar de politie harder optrad tegen criminaliteit.

Maar zoals dat vaak gaat bij succes: vrienden en aanhangers kregen interessante banen, hier en daar werd een wet kromgebogen en de privézaken van Thaksin zorgden voor curieuze verwikkelingen. Zo bleken de chauffeur en het dienstmeisje van de familie-Thaksin notarieel gezien opeens de vermogende bezitters van een telecombedrijf, maar bij nader inzien weer niet.

Desalniettemin was vorig jaar een overweldigende herverkiezing Thaksins beloning. Voor Chairat Toj, een 39-jarig dorpshoofd in het district Lop Buri in het midden van het land, is het heel begrijpelijk: “Thaksin heeft de plattelandsbevolking geweldig geholpen. Dat hij ook zijn familie helpt, moet hij zelf weten. Als je een handige zakenman kiest, krijg je de voor- en nadelen van een handig zakenman. Wij ondervinden de voordelen wel, de nadelen niet.“

Omgeven door paladijnen, beloerd door een machteloze oppositie en met vijanden in alle gevestigde geledingen sloeg echter de vlam in de pan bij de verkoop van Thaksins telecomimperium aan een Singaporees investeringsfonds. Zijn vrouw en kinderen - de formele verkopers van het bedrijf - hadden een ingewikkeld netwerk van deelnemingen geconstrueerd met de Maagdeneilanden als veilige haven om de fiscus te ontwijken. “De Maagdeneilanden als belastingvlucht gebruiken is onvaderlandslievend“, had Thaksin eens geroepen. Maar ja, iedereen doet het, verboden is het niet en bovendien ging hij er niet meer over, zegt hij nu.

De woede van zijn tegenstanders is groter dan hun macht. Ze boycotten de vervroegde verkiezingen die Thaksin heeft uitgeschreven als reactie op de dagelijkse massabetogingen. Oppositieleider Piphob noemt hem een “democratische dictator“. De krantencommentaren variëren op het thema “een democratie betekent niet dat de meerderheid altijd gelijk heeft“. Maar zij vertegenwoordigen de stedelijke intelligentsia, niet de meerderheid.

Voor Thaksin zelf is er geen gemakkelijke uitweg in deze dolgedraaide fase van zijn populisme. Wegwandelen staat haaks op zijn manier van doen en levert gezichtsverlies op. Bovendien kan dan de belastingdienst nog bij hem aankloppen.

Uiteindelijk resteert alleen de monarchie als vangnet tegen zoveel emoties. Koning Bhumibol heeft in zijn zestigjarige ambtstermijn dictaturen zien komen en gaan. En als de spanningen uit de hand lopen, mag hij een list verzinnen.