Brood met boter

Mijn geheugen leidt een eigen leven. Zodra ik op televisie een of ander hongersnooddrama voorbij zie komen begint mijn harde schijf automatisch met wissen. Waarschijnlijk een kwestie van system overload: groot leed past er niet meer bij. Gek genoeg blijkt er in dat eigenzinnige systeem wel plaats voor kleine noden. Zo zag ik ooit een reportage over Haagse eenden die ernstig leden onder Turks brood. Dat werd hun dagelijks in zulke hoeveelheden toegeworpen dat ze er ziek van werden.

Gisteren schreef ik in het introductienummer van nrc.next over brood, dat net zo snel veroudert als het laatste nieuws. Spontaan hoestte mijn grijze massa die slootbeelden weer op. Vandaag bel ik Diana van der Lely van de Haagse dierenbescherming en laat me de fijne kneepjes van het eendjesvoeren uitleggen. Eenden zijn prima in staat hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen. Maar als 't hun zo voor hun snaveltjes wordt gegooid, slaan ze een stukje brood niet af. Op zich geen probleem, behalve als het om besmeerde boterhammen gaat (foei patatpubers!) De boter of, waarschijnlijker, een armzalig surrogaatsmeersel maakt hun snavels en veren vettig. Het grootste probleem zit hem volgens Diana echter in de overvloed. Broodresten trekken ratten aan en die ratten veroorzaken ziektes onder de eenden.

Met mate eendjes voeren dus. Nog een do van Diana: bruin brood. Dat is ook voor eenden gezonder. En twee don'ts: beschimmeld brood en krentenbrood.

Ik inspecteer mijn rondbuikige rode broodtrommel. Daarin ligt een bejaard krentenbrood. Mijn peuter kijkt op de puntjes van zijn tenen mee en is hevig verontwaardigd als ik zeg dat we de eendjes niet gaan voeren. Om hem te troosten maak ik bread- en butterpuddinkjes.

Voor 4 personen:

250 ml slagroom

150 ml melk

1 kaneelstokje

12 sneetjes oud krentenbrood

25 g roomboter

een handje rozijnen

4 eieren

125 g suiker

extra: 4 beboterde souffléschaaltjes, lage ovenschaal

Breng in een steelpan slagroom, melk en het kaneelstokje aan de kook. Haal de pan van het vuur en laat het mengsel een half uur trekken. Verwijder het kaneelstokje. Steek met behulp van een souffléschaaltje 12 rondjes uit het krentenbrood. Besmeer ze dik met boter. Stapel ze, met de beboterde kant boven, in de schaaltjes. Strooi de rozijnen ertussen. Verwarm de oven voor op 180oC. Klop de eieren samen met de suiker schuimig en voeg, al kloppend, de hete room toe. Schenk de eiervla over het brood in de puddingvormpjes. Tik de schaaltjes even op het aanrecht zodat de vla zich goed verdeelt en zet ze in de ovenschaal. Vul die tot halverwege de schaaltjes met kokend water en schuif hem voorzichtig in het midden van de oven. Bak de broodpuddinkjes ongeveer 30 minuten, tot de bovenkant stevig aanvoelt. Ze zijn lauwwarm het lekkerst.

Recycle jij je brood? Praat mee: www.nrc.nl/kokenetc