Ajax mist bij Inter macht voor stunt

Milaan, 15 maart. - Na een machteloos optreden in het Giuseppe Meazza Stadion accepteerde Ajax gisteren gelaten de uitschakeling tegen Internazionale. Voor de achtste keer verloor de Amsterdamse club in een Europa-Cupwedstrijd met 1-0 van een Italiaanse tegenstander. De uitslag was makkelijk voorspelbaar. In tegenstelling tot de eerste ontmoeting, drie weken geleden in Amsterdam (2-2), gaf Inter nu geen enkele kans weg. Degelijkheid en resultaatvoetbal werden tot kunst verheven door de ploeg uit Milaan. Ajax had er geen enkel antwoord op. Het kwaliteitsverschil was te groot.

Aanvaller Obafemi Martins van Inter Milaan in duel met Olaf Lindenbergh en Hatem Trabelsi van Ajax. Foto Reuters Inter Milan's Obafemi Martins (C) challenges Hatem Trabelsi (L) and Olaf Lindenbergh (R) of Ajax Amsterdam during their Champions League first knockout round, second leg soccer match at San Siro Stadium in Milan, northern Italy March 14, 2006. REUTERS/Daniele La Monaca REUTERS

Een realist als Danny Blind besefte dat er voor zijn team dit seizoen niet meer in het vat zat. Daarom wilde de koele Zeeuw enigszins tevreden terugkijken op zijn eerste ervaringen als hoofdtrainer in de Champions League. “We hebben gedaan wat we moesten doen“, analyseerde Blind. “Ten koste van Brøndby plaatsten we ons voor het hoofdtoernooi. Daarna hebben we zes punten gepakt tegen FC Thun, vier tegen Sparta Praag en gelijkgespeeld op Highbury tegen Arsenal. Jammer dat we de 2-0 voorsprong die we tegen Inter in de thuiswedstrijd kregen niet konden vasthouden.“

Als de ploeg van Roberto Mancini in Milaan een achterstand had moeten goedmaken, zou hij gisteravond zijn geliefde spel niet zo nadrukkelijk hebben kunnen spelen. Nu opereerde Inter vanuit de verdedigende stellingen. Ajax kreeg ruimte om te voetballen, maar wist zich er geen raad mee. Op het middenveld was Nourdin Boukhari een slordige regisseur. Opgejaagd door Juan Sebastián Verón maakte hij voortdurend de verkeerde keuzes, wat vaak tot balverlies leidde. De eindpasses van de Ajacieden rondom het strafschopgebied van Inter waren bedroevend slecht. Vanaf de vleugels vlogen wat vuurpijlen richting keeper Francesco Toldo, maar die bereikten nooit een doel. Natuurlijk was dat ook de verdienste van de centrale verdedigers Marco Materazzi en Walter Samuel die ervoor zorgden dat aanvallers als Klaas-Jan Huntelaar onbereikbaar waren. De beperkingen van de topscorer van de Nederlandse competitie kwamen zo op pijnlijke wijze aan het licht.

Een lichtpuntje vormde het goede verdedigen van Hedwiges Maduro. Er werd vooraf getwijfeld aan zijn capaciteiten als mandekker, maar de voetballer uit Almere speelde tegen de gevaarlijke spitsen Obafemi Martins en Adriano dit keer heel geconcentreerd. Martins schoot van veraf een keer op de lat. Maar Adriano miste vorm en knalde een paar maal over het doel. Ook een strafschop was aan de Braziliaanse international niet besteed. Dejan Stankovic schoot in de eerste helft tegen de arm van Olaf Lindenbergh, en de Zweedse arbiter Peter Fröjdfeldt meende dat sprake was van opzettelijk hands. Lindenbergh: “Ik hield mijn arm nog achter m'n lichaam.“ Na het zien van de tv-beelden moet hij tot een andere conclusie zijn gekomen. “Het was zeker geen opzet.“ Tot opluchting van de aanvoerder schoot Adriano de bal met een zacht rolletje naast.

De domper kwam alsnog in de tweede helft (57ste minuut). Boukhari verstuurde een directe, maar slordige pass naar de rechterflank waar de bal onmiddellijk naar Stankovic werd getransporteerd. Hij omzeilde gemakkelijk Maduro en schoot de bal op verbluffende wijze in het net. Blind, verwijtend: “Boukhari nam niet de tijd door te draaien naar de linkerkant. Daar stonden een paar van onze spelers vrij. Het moest te haastig.“

Na dat doelpunt kon Blind zijn draaiboek in de prullenmand deponeren. Hij had gehoopt dat zijn team tot in de laatste twintig minuten schadevrij zo blijven. Vervolgens wilde hij dan door middel van wat extra risico's een mogelijk winnende treffer te forceren. Nu bracht hij met Ryan Babel (voor de falende Mauro Rosales) en Angelos Charisteas (voor Markus Rosenberg) ook extra aanvallende impulsen in het veld, maar het perspectief was hopeloos.

Ajax moest immers twee doelpunten maken, terwijl de Nerazzurri geen kans weggaven. Inter had zelf meer risico's kunnen nemen om het publiek nog wat te bieden. Maar het koos voor de Italiaanse aanpak; in de fauteuil afwachten voor het eigen doel. Saai, lui en afzichtelijk. Ongelooflijk dat de tifosi, die de slogan “Ajax rot op' in het Nederlands hadden ingestudeerd, dit immer accepteren. Ajax kon een overwicht in balbezit opbouwen: 58 procent voor de Amsterdammers tegen 42 voor Inter. Cijfers zonder enige waarde.

Wat rest is de vraag of Ajax met de versterkingen die voor volgend seizoen zijn te verwachten de overlevingskansen in Europa kan vergroten. Met Jaap Stam in de verdediging en Kenneth Perez in de frontlinie, stijgt in elk geval de kwaliteit. Blind wil nog een speler van het kaliber Denny Landzaat aantrekken. Met deze aanvullingen was het gisteren misschien wel een echt voetbalduel geworden.

Internazionale 1 Ajax 0

Ruststand 0-0. 57. Stankovic 1-0. Scheidsrechter: Fröjdfeldt (Zwe). Toeschouwers: 45.000. Gele kaart: Vermaelen (Ajax).

    • Erik Oudshoorn