Advies: perk claims foute BTW Italië in

Italië heeft jarenlang een verkapte BTW geheven die in strijd is met de Europese regels. Maar omdat de Europese Commissie Italië had verzekerd dat deze heffing niet onverenigbaar was met de Europese wetgeving, moet de Italiaanse overheid niet worden verplicht het volledige bedrag terug te betalen.

Dat heeft advocaat-generaal Christine Stix-Hackl bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg gisteren geconcludeerd in een geschil over de Italiaanse omzetbelasting IRAP (Imposta Regionale sulla Attività Produttive). Haar conclusie geldt als advies aan het Europees Hof, dat later dit jaar een definitief oordeel velt.

Italië voerde de omstreden IRAP in december 1997 in. Jaarlijks levert de heffing (met een basistarief van 4,25 procent van de nettowaarde van het product) de Italiaanse schatkist 32 miljard euro op. Deze opbrengst is bestemd voor de financiering van regionaal beleid.

Een jaar na invoering stapte de Banca Popolare di Cremona naar de rechter. Volgens de bank kwam de IRAP neer op een dubbele BTW en zou de heffing in strijd zijn met de Zesde BTW-richtlijn die de omzetbelasting in de EU beoogt te harmoniseren.

Volledige terugbetaling van de verboden IRAP-heffing - in totaal geschat op 120 tot 150 miljard euro - is volgens Stix-Hackl niet aan de orde. Dat zou de Italiaanse financiën compleet ontwrichten. Bovendien handelde de Italiaanse regering te goeder trouw. Rome was op het verkeerde been gezet doordat de Europese Commissie geen bezwaar had gemaakt toen het IRAP-plan werd voorgelegd. Zij stelt het Hof voor alleen claims te honoreren die zijn ingediend vóór 17 maart vorig jaar (toen de advocaat-generaal het eerste signaal afgaf dat de IRAP waarschijnlijk strijdig was met de Europese regels) of ná een nader te bepalen datum in de toekomst om de Italiaanse regering enige tijd te gunnen om haar financieringsstelsel van de regio's op nieuwe leest te schoeien.