Verwende, arrogante playboy

Marko Milosevic (31), zoon van toenmalig president Slobodan Milosevic die vandaag in Nederland het lichaam van zijn vader ophaalt, heeft zich jarenlang gedragen zoals zoons van onaantastbare vaders zich zo vaak gedragen: hij achtte zich (en was) óók onaantastbaar en gedroeg zich navenant, had altijd wapens op zak en reed de ene na de andere auto in puin - negentien in totaal, na de vijftiende werd pa niet boos meer. Hij verdiende miljoenen aan dubieuze transacties, met name de smokkel van sigaretten, drugs en benzine, en stichtte een zakenimperium, met in Pozarevac, de geboorteplaats van zijn ouders, het grootste pretpark van de Balkan, Bambiland, de discotheek Madonna, een restaurant en een nachtclub. In Belgrado bezat Marko een luxe parfumzaak, Scandal. Na de val van zijn vader in 2000 werd die geplunderd. 'Ga je maar bij pa beklagen', aldus adviseerde graffiti op de gevel de verwende, arrogante playboy. Na de val van zijn vader gingen discotheek en pretpark al snel dicht wegens gebrek aan bezoekers. 'Ik wil niet dat men me ziet als de zoon van de president', zei hij eens quasi-bescheiden; hij gedroeg zich alsof hij dat juist wel wilde.

Marko Milosevic (Foto AP) Marco Milosevic, the son of former Yugoslav leader Slobodan Milosevic, speaks at Sheremetyevo airport on his departure from Moscow March 14, 2006. The family of Slobodan Milosevic have not been allowed to bury him in Belgrade and instead want the funeral to take place in Moscow, his son told Reuters on Tuesday. REUTERS/Alexander Natruskin REUTERS

In de nadagen van zijn vaders bewind, toen de studentenverzetsbeweging Otpor zijn vader het leven zuur maakte, ging hij bijna te ver. Een Otpor-activist viel in Pozarevac in handen van zijn lijfwachten. Marko verscheen met een kettingzaag ten tonele en dreigde de man de keel door te zagen. Het incident leidde tot een aanklacht tegen Marko, die na de val van zijn vader werd behandeld. Marko liet zijn Bambiland zijn Bambiland en nam de wijk naar Moskou waar zijn oom, Slobodans broer, ambassadeur was.

Hij werd al snel gevolgd door zijn moeder, Mira Markovic. Marko werd bij verstek tot een half jaar gevangenisstraf veroordeeld. Voordat het hoger beroep kon worden behandeld trok dit jaar de Otpor-activist zijn aanklacht in, volgens menigeen na langdurig te zijn bedreigd door vrienden van Marko. De sisser waarmee de zaak afliep leverde de regering een stortvloed van verwijten op: ze zou het op een akkoordje hebben gegooid met de socialisten van Milosevic, op wier steun ze in het parlement waren (en nog steeds zijn) aangewezen.

Na zijn vlucht naar Moskou in 2000 zette Marko een prijs van drie miljoen dollar op het hoofd van de hervormingsgezinde premier Zoran Djindjic en bereidde een moordaanslag voor. Dat althans beweerde in 2004 een oud-politieman die als getuige optrad in het proces tegen de moordenaars van Djindjic. De ex-agent was lijfwacht geweest van de man die de opdracht gaf tot de moord.

Volgens andere berichten is Marko Milosevic ook betrokken geweest bij de moord op Zeljko Raznatovic, alias Arkan, de beruchtste militieleider in de oorlogen in Bosnië en Kroatië. Arkan zou met zijn eigen criminele zakenimperium Marko veel concurrentie aandoen, reden om hem te laten vermoorden. Bewezen zijn die verdenkingen evenwel nooit. En sinds de Otpor-activist overstag is gegaan, loopt er in Servië geen aanklacht meer tegen hem en kan hij ongehinderd naar Servië terugkeren.