Vermogend Nederland

Armoede en inkomensbeleid in Nederland speelden vorige week een voorname rol in de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen. De partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum wisten met succes de kaart te spelen van ongelijkheid en inkomensachterstand, en dat succes smaakt naar meer. Het antwoord van regeringspartijen CDA en VVD lijkt dan ook dezelfde richting op te gaan. De CDA-fractie in de Tweede Kamer verhoogt de druk op het kabinet om de koopkracht verder te vergroten en beoogd VVD-lijsttrekker Mark Rutte liet vorige week donderdag doorschemeren dat het sociale gezicht van de liberalen beter aan bod moet komen. Ook de bijstandsmoeder moet bij de VVD terecht kunnen.

Zo is de indruk gewekt dat Nederland een welvaartsprobleem heeft. Die impressie wordt versterkt door jarenlang achterblijvende consumptieve bestedingen, die de economische groei hebben gefrustreerd. Maar is er wel een probleem? In zijn algemeenheid niet. Onderzoek van deze krant wees afgelopen zaterdag uit dat het vermogen van Nederlanders vorig jaar een record heeft bereikt en de vorige piek van het jaar 2000 is gepasseerd. Per huishouden bedraagt het nettovermogen, waartegen de schulden dus al zijn weggestreept, gemiddeld ruim 180.000 euro. Dat vermogen zit vooral in huizen en beleggingen. De prijs van woningen is fors toegenomen en blijft stijgen. En de beurzen zijn weer enigzins hersteld van de klap van 2000, toen de zeepbel barstte. Daarnaast zijn er nog de verplichte besparingen: als het pensioenvermogen, dat vorig jaar met honderd miljard euro toenam tot een record, wordt meegeteld, dan bedraagt het vermogen per huishouden zelfs bijna het dubbele.

Nederland is zowel het evenbeeld als het spiegelbeeld van Amerika. Consumenten hebben hier, evenals in de VS, de afgelopen jaren een achterblijvend inkomen gecompenseerd door schulden aan te gaan met hun groeiende papieren vermogen als onderpand. Het verschil is dat het absolute vermogen per huishouden in Nederland enorm is, mede dankzij het pensioenstelsel. In de VS leiden overbestedingen en onvoldoende besparingen dit jaar tot een verontrustend recordtekort van 6,7 procent op de betalingsbalans. Er moeten forse hoeveelheden geld naar binnen om de machinerie van de Amerikaanse economie draaiend te houden. Nederland heeft dit jaar juist een even groot overschot op zijn betalingsbalans van 6,8 procent, dat na Noorwegen en samen met Zweden het grootste is van alle industrielanden. Dat kan wijzen op excessieve besparingen, dan wel forse onderbestedingen.

In die zin is er eerder een probleem van onderuitputting van de welvaart dan dat er te weinig van is. Het aanzetten tot bestedingen is op dit moment de sleutel tot een duurzame opleving van de conjunctuur. Daarbij gaat het vooral om het herwinnen van het vertrouwen bij consumenten.

Armoede en koopkracht in Nederland zullen in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van volgend jaar een belangrijk thema worden. Armoede bestaat in dit land, en dat is niet goed. Maar politiek blijft wat zij is: een verdelingsvraagstuk. Solidariteit staat tegenover individuele verantwoordelijkheid; de prikkel om beter te presteren tegenover het vangnet als dat niet lukt. Het zou voor de kiezer duidelijker zijn als de deelnemers aan het politieke spel zich juist in dit opzicht scherper profileren dan zij op dit moment van plan zijn.