Nigeria hard op weg naar de afgrond

Door alle politieke beroering in Iran en Irak wordt de toenemende onrust in Nigeria, de achtste olie-exporteur ter wereld, gemakkelijk over het hoofd gezien. De toenemende sociale en politieke problemen in Nigeria maken duidelijk hoe geweld en onzekerheid in een van de belangrijkste energieproducerende landen de buitenlandse investeerders wegjagen en de wereldolieprijzen opdrijven.

De Nigeriaanse president Obasanjo lijkt op het punt te staan een poging te doen om de grondwet van zijn land te herzien om zo kans te maken op een derde ambtstermijn. Met dat doel heeft hij veel politieke rivalen aan de kant gewerkt. Vice-president Abubakar - die in 2007 een gooi naar het presidentschap zou kunnen doen - is getreiterd en geïsoleerd. Ministers wier loyaliteit Obasanjo niet voor honderd procent vertrouwt, heeft hij uitgeschakeld.

Maar ook Obasanjo's tegenstanders hebben zich in de strijd gemengd, en de president beschikt niet over de tweederde meerderheid in het federale parlement en de deelstaatparlementen die hij nodig heeft om na volgend jaar aan de macht te blijven.

Twee voormalige presidenten van Nigeria, de generaals Buhari en Babangida, verzetten zich openlijk tegen Obasanjo's gemorrel aan de grondwet, en verscheidene gouverneurs van Nigeria's noordelijke, overwegend islamitische deelstaten hebben duidelijk gemaakt dat zij vastbesloten zijn om Obasanjo na afloop van zijn huidige ambtstermijn in 2007 de bons te geven.

De noordelijke gouverneurs zijn tegen een derde ambtstermijn. Volgens de afspraak die de noordelijke gouverneurs in 1999 bij de invoering van de democratie met hun zuidelijke collega's hebben gemaakt om het presidentschap te laten rouleren, vinden zij dat het nu hún beurt is om de president van Nigeria te kiezen. De zuidelijke gouverneurs vinden echter dat het zuiden nog jaren de beslissende stem over het presidentschap moet houden, omdat het noorden tijdens de meer dan dertig jaar dictatuur de lakens heeft uitgedeeld.

Op dit moment biedt Obasanjo de zuidelijke gouverneurs de beste kansen om te bereiken dat een volgende president een zuiderling is. Vorig jaar december hebben 16 van de 17 zuidelijke gouverneurs van Nigeria de 'Verklaring van Enugu' getekend ter ondersteuning van de herziening van de grondwet die Obasanjo in staat zou stellen een derde ambtstermijn te vervullen.

Deze ontwikkelingen komen de federale regering van Nigeria ongelegen, want in de Nigerdelta, waar de meeste aardolie van Nigeria vandaan komt en waar veel van zijn arme inwoners leven, heerst beroering. In oktober 2004 werd Obasanjo door geweld in die regio gedwongen te onderhandelen met militieleider Asari Dokubu, nadat diens mannen een aantal olie-installaties van Shell hadden aangevallen. In december 2004 hebben Dokubu's milities 75 oliewerknemers gegijzeld en Shell gedwongen zo'n tien procent van de olievoorziening van het land te sluiten. Daarop heeft Dokubu president Obasanjo tot een vredesovereenkomst gedwongen.

Lang heeft die vrede niet geduurd. Toen Dokubu vorig jaar september opnieuw de olie-infrastructuur bedreigde, is hij gearresteerd op beschuldiging van opruiing; nu maakt hij kans op de doodstraf of levenslang. Dokubu's bondgenoten hebben hierop gereageerd met nieuwe aanslagen. Een splintergroep, de Beweging voor de Emancipatie van de Nigerdelta, heeft verscheidene aanslagen en ontvoeringen van buitenlandse werknemers opgeëist, en zegt dat ze zich niet zal terugtrekken voordat de deltastaten zeggenschap hebben gekregen over de inkomsten uit de ter plaatse gewonnen olie.

Verder wordt gevreesd dat de versnippering van Dokubu's milities in de delta een vruchtbare voedingsbodem heeft gecreëerd voor islamistische groeperingen. Onlangs heeft de tot dusverre onbekende 'Martelaarsbrigade' aanslagen op oliepijpleidingen in de delta opgeëist, wat de multinationals doet vrezen dat het verzet van de huurlingen in de regio een ideologisch karakter krijgt.

Intussen is door de recente golf van aanslagen en ontvoeringen ongeveer twintig procent van de Nigeriaanse aardolie-export stilgevallen en zijn tientallen mensen om het leven gekomen. Shell heeft, nadat ettelijke van zijn medewerkers in de delta waren ontvoerd, strategische installaties stilgelegd.

Daarnaast is Nigeria in februari getroffen door religieus geweld als gevolg van de Deense spotprenten over Mohammed. Woedende islamitische en christelijke menigten hebben, in een reeks aanslagen en vergeldingsacties die de kloof tussen het islamitische noorden en het christelijke zuiden nog wijder hebben gemaakt, kerken en moskeeën platgebrand en tientallen mensen vermoord.

Alsof dit alles nog niet erg genoeg is, is de politieke stabiliteit nog verder ondermijnd door de ontdekking van vogelgriep in de noordelijke provincies. Obasanjo heeft een beroep gedaan op de islamitische boeren in de regio om hun vogels - een essentiële bron van proteïnen in een streek waar ondervoeding steeds op de loer ligt - te ruimen.

In sommige opzichten wordt Nigeria door dezelfde problemen geteisterd als Irak. Diverse etnische en religieuze groeperingen met verschillende regionale bases vechten om olie-inkomsten en politieke invloed. Net als in Irak zou dit conflict kunnen uitlopen op bloedvergieten op grote schaal.

Maar in tegenstelling tot Irak heeft Nigeria een periode van betrekkelijk stabiel democratisch bestuur achter de rug. De verschillende facties in het land hebben elk goede redenen om een compromis te sluiten voordat het conflict werkelijk losbarst. De noordelijke gouverneurs zouden de zuidelijke deelstaten bijvoorbeeld een groter aandeel in de olie-inkomsten van het land kunnen aanbieden, in ruil voor hun steun aan een noordelijke president.

Maar er is geen gemakkelijke, voorspelbare manier om zo'n compromis te bereiken. Integendeel, de kans op aanhoudende politieke instabiliteit en meer ingrijpende verstoringen van de Nigeriaanse aardolieproductie blijft groot, en dat kan de wereld niet gebruiken.

Ian Bremmer is president-directeur van de Eurasia Group (consultants op het gebied van politieke risico's). Hij schrijft columns voor de Financial Times en doceert aan de Columbia University. © Project Syndicate