Misschien is Nederland toch een goeiig sprookjesland

Even een revolutionair genre: het positieve NS-verhaal. In Utrecht Centraal mogen reizigers nieuwe treinstoelen uitproberen. In iedere Nederlander leeft een kleine consumentenbond, dus er kwamen hordes mensen op af. Ik ook.

Allerlei eersteklas-, tweedeklas- en klapstoelen waren opgesteld, en wij mochten invullen welke we de beste vonden.

Wie een tijdje volwassen mensen observeert die met rugzakken en winterjassen serieus zitten te zitten, zachtjes met elkaar converserend, voelend aan leuninkjes, strelend over bekleding, kan niet anders dan huilen van ontroering. Of in ieder geval denken: misschien is Nederland toch een goeiig sprookjesland.

Ik had jarenlang treingezeik verwacht tegen het NS-personeel dat het stoelvoelen begeleidde, maar nee. Mag ik ook zo`n formulier? was het enige wat mensen zeiden. En dan gingen ze heel geconcentreerd op Stoel 1 zitten.

De testers waren makkelijk uitgevallen. Dat bij een van de klapstoelen een nare haak in je schouder porde, vond niemand erg. Dat de hoeveelheid beenruimte aanleiding gaf tot ongewild intiem contact, vonden ze ook geen probleem. Dat het dessin op de stoelen een mix van halve hakenkruisen en Tetrisfiguurtjes was waarin ik het NS-logo niet kon herkennen, vond niemand vreemd.

Een meisje juichte dat de stoelen een stoffen bekleding hadden, niet dat enge skai. Niets viezer dan plakbillen in een zomerse trein. Of: gaan zitten in het plasje dat een andere plakbil heeft achtergelaten.

Alleen de RSI-obsessie van elk werkend mens in Nederland speelde soms op. De woorden `rug` en `steun` vielen veel. Een oudere man ging op Stoel 3 zitten en sprong als door een bij gestoken weer op. Zeer ongemakkelijk, zei hij.

Zoveel toewijding. Ik moest maar gauw terug naar het perron voor een dosis kort lontje. Gelukkig was er een trein uitgevallen. Er is iemand voor de trein gesprongen, zei de NS-dame. Overmacht, overmacht!

Neem een voorbeeld aan Azië, zei een Aziatische man kwaad. Daar rijden de treinen altijd op tijd. Ik wist niet dat er hele continenten waren met zo`n geweldig treinbeleid. De NS-vrouw ook niet. Springt daar dan nooit iemand voor de trein? vroeg ze guitig. Ik lachte naar haar, nagenietend van Stoel 5.

Aaf Brandt Corstius