Liedje

Dit zijn dagen waarop je dankzij de Boekenweek ook weer wat aardigs over popmuziek mag zeggen. De liefhebbers van klassieke muziek kijken wel even beleefd de andere kant op.

De kracht van popmuziek is de directheid. Een goed liedje grijpt je al na enkele maten bij je nekvel en laat je niet meer los. Dat was al zo toen popmuziek nog gewoon 'populaire muziek' heette. Voor mijn ouders zong Bing Crosby zulke liedjes, voor mijn oudere broer was het Pat Boone, voor mij waren het Cliff Richard en Elvis Presley.

Een popliedje heeft het of heeft het niet. Buona Sera bijvoorbeeld, een liedje uit de jaren vijftig van Louis Prima, heeft álles. Misschien is het wel het beste liedje ooit gemaakt. (Met Save the last dance for me van The Drifters als goede tweede). Het vertraagt, versnelt, is vrolijk en melancholiek, wekt op tot meezingen en meedansen.

Goede popmuziek kan je op de meest onverwachte momenten in je ziel treffen. Ik zat onlangs te luisteren naar een cd met louter akoestische opnamen van John Lennon. Opeens hoorde ik hem zijn liedje My Mummy's Dead zingen. Ik kende het nog van de iets kortere versie van zijn elpee uit 1970, John Lennon/Plastic Ono Band. Het duurt op de cd precies een minuut en zestien seconden. Het klinkt alsof Lennon aan de keukentafel van zijn appartement in het Dakota Hotel wat voor zich uit zit te neuriën. Je hoort alleen zijn rammelende gitaar en zijn wat slaperige stem die zingt:

My mummy's dead

I can't get it through my head

Though it's been so many years

My mummy's dead

I can't explain

So much pain

I could never show it

My mummy's dead

Lennon had een hekel aan zijn eigen stem en liet haar daarom vaak door de techniek vervormen, maar hier klinkt ze zo naturel als de woorden.

Weinig popartiesten durfden in hun teksten zo openhartig te zijn als Lennon. In dit liedje raakt hij de kern van het verdriet dat hem voor de rest van zijn leven getekend heeft. Hij was zeventien jaar toen zijn moeder doodgereden werd door een dronken man. Dat kon hij er niet meer bij hebben. Zijn ouders hadden zich al vanaf zijn vroegste jeugd weinig van hem aangetrokken, maar met zijn moeder was de laatste jaren toch weer iets van een verstandhouding gegroeid.

'Ik verloor haar twee keer', vertelde hij later, 'toen ik op 5-jarige leeftijd bij mijn tante introk, en toen ze écht stierf. Ik leefde twee jaar lang in blinde woede. Ik dronk of vocht...'

Die smart, samengebald als een vuist, zit in dat liedje. Het trof me midden in het gezicht, terwijl ik argeloos zat te luisteren. En dat terwijl het nog niet eens een zogeheten 'gaaf' liedje is, want het heeft kop noch staart, het is meer op muziek gezette droevige mijmering. Maakt allemaal niets uit. Het is een onvergetelijk liedje, en daar gaat het in de kunst nu eenmaal om. Want goede popmuziek is kunst.

De liefhebbers van klassieke muziek kunnen nu herademen, al sluit ik niet uit dat ik er morgen nog even op terugkom, als het lot vriendelijker voor mij is dan voor de moeder van John Lennon.