Japanse oesters verwijderd

Japanse oesters verwijderd Zeeuwse mosselkotters hebben gisteren verwilderde Japanse oesters uit de Oosterschelde verwijderd. De oesters, ook wel creuses genoemd, leveren problemen op voor de visserij, de recreatie en mogelijk ook de natuur. Er zijn momenteel te veel oesters. Het verwijderen van in totaal vijftig hectare oesterbanken moet het oesterbestand in evenwicht met de rest van de natuur brengen. Foto Evelyne Jacq. Europa, Nederland, Oosterschelde, 13-03-2006 Proef wegvissen Japanse oesters Op maandag 13 maart gaan Zeeuwse mosselkotters op drie plaatsen in de Oosterschelde verwilderde Japanse oesters wegvissen. De Japanse oesters, ook wel creuses genoemd, leveren in toenemende mate problemen op voor de visserij, de recreatie en mogelijk ook voor de natuur. Het streven is de groei van het oesterbestand in evenwicht te brengen met de andere gebruiksfuncties van de Oosterschelde. Het wegvissen van 2 x 25 ha oesterbanken ter hoogte van de Zandkreek, de Vondelingplaat en in de Kom van de Oosterschelde bij de Oesterdam is een proef om te bekijken of het wegvissen van de oesters effectief is om een te sterk oprukkende oesterpopulatie terug te dringen. Na het opvissen zullen de mosselkotters de Japanse oesters terugstorten op een drietal aangewezen locaties in de Oosterschelde waar ze naar verwachting zullen afsterven. Hierna kunnen de oesters opgevist worden voor verdere verwerking van de schelpen. Voor het opvissen van de Japanse oesters zijn de benodigde vergunningen verleend. De effecten van het wegvissen van de Japanse oesters worden nauwlettend gemeten door onderzoeksbureaus. Proef In opdracht van het provinciaal bestuur van Zeeland heeft een consortium van onderzoeksbureaus, bestaande uit het RIVO te Yerseke, AquaSense te Colijnsplaat en MarinX te Scharendijke, een rapport uitgebracht over de wenselijkheid en de mogelijkheden om het Japanse oesterbestand te beheren in de Oosterschelde. De onderzoeksbureaus en de vissers constateren dat het oesterbestand nog steeds in omvang toeneemt en dat niet helder is of en wanneer de groei stopt. De onderzoeksbureaus raden aan een praktijkproef uit te laten voeren. Deze proef wordt begeleid door een werkgroep waarin de schelpdiersector, natuur- en milieuorganisaties en de betrokken overheden (provincie Zeeland, ministerie LNV, Rijkswaterstaat directie Zeeland) vertegenwoordigd zijn. De uitkomsten van de proef bepalen of het op grotere Visserij Oesters Jacq, Evelyne