De economie beslist

Nieuwigheden denderen door de kolommen. Het kabinet houdt, zegt premier Balkenende, ondanks de klappen die de coalitiepartijen kregen in de raadsverkiezingen, vast aan zijn koers. Dat kon moeilijk anders, het kabinet vindt dat zijn programma hard maar juist was en dat het nu, 14 maanden voor de Kamerverkiezingen, mede dankzij het herstel van de economie een electoraal 'oogstjaar' mag verwachten. Maar dat betekent vermoedelijk ook dat er in de Tweede-Kamerfractie van het CDA, alsook door regionale en lokale aanhang, de komende tijd vaker - bezorgd of bij wijze van window-dressing - over 'het sociale gezicht' van de partij zal moeten worden gesproken. De ex-voorzitter van het CNV, Terpstra, altijd bezorgd, altijd een microfoon in de buurt, begon er vrijwel direct mee. Overigens heeft een partij met 44 Kamerzetels natuurlijk ook een sociaal gezicht, anders zou zij die zetels niet hebben.

De VVD zag haar fractieleider Jozias van Aartsen opstappen. Na een prachtige ambtelijke loopbaan en twee paarse ministersposten tussen 1994 en 2002 concludeerde hij zelf - zeker sadder and wiser - tweeëneenhalf jaar na zijn verkiezing als fractievoorzitter dat hij voor het lijsttrekkerschap en het politiek leiderschap van zijn club toch tekortkomt. Pluspunt daarbij is dat Hans 'Heintje' Wiegel te Diever naar alle waarschijnlijkheid zijn vertrouwde nummer 'misschien kom ik toch nog wel terug naar Den Haag' voor de laatste keer heeft opgevoerd. Halverwege stropdas en open kraag, krijtstreep en 'raar kapsel' wil staatssecretaris Mark Rutte straks als nieuw politiek leider het electorale optimum van de VVD bereiken. Iedereen is welkom, misschien zijn er voor een flexibele VVD nog honderdduizenden extra kiezers in de markt. Een soort collecte voor alle gezindten wordt dat. De een komt voor de veiligheid en de strijd tegen het terrorisme, de ander voor de vrijheid van meningsuiting, de derde om voor voorzichtig gebruik van dat recht te pleiten, de vierde voor de belastingparagraaf, de vijfde voor de sanering van de overheidsfinanciën en de zesde om, zeg, het onderwijs te redden. Links-liberaal, sociaal-liberaal, die Rutte? Hij voelde een paar jaar geleden toch voor zoiets als een nieuwe politieke creatie uit VVD, D66 en rechtse PvdA-stemmers? Nee, ik ben niet links-liberaal, roept Rutte nu. Maar ben je wel rechts genoeg?, vraagt het VVD-Kamerlid Van Baalen namens de rechterflank. Ja hoor, dat is ook in orde, en anders kan Rutte desnoods wat extra scheuten Kamp en Verdonk in zijn campagne doen. Zijn motto wordt, blijkens de Volkskrant van maandag: Nederland moet het beste land van Europa worden, iedereen krijgt de kans mee te doen. Het beste land van Europa (Rutte) tegen Dit land kan zoveel meer van PvdA-lijsttrekker Wouter Bos. Prachtcampagne wordt dat.

De VVD zit al 35 jaar met een luxeprobleem dat zij dankt aan de jongeheer Wiegel, die haar in de jaren '70 van de vorige eeuw in ontzuilend en deconfessionaliserend Nederland in twee verkiezingen (1972 en '77) van 16 naar 28 zetels voerde. Onder Wiegel was daarmee aan de traditioneel-liberale VVD van oprichter Oud, met een welgesteld en/of goed opgeleid electoraat van circa 15 zetels, in korte tijd een tweede, bijna even grote en 'volksere' partij toegevoegd. In de kamer van de toenmalige jonge fractieleider Wiegel stond schuin achter zijn bureau een borstbeeld van Oud. Het kwam in die jaren wel eens voor dat de fractieleider dat borstbeeld van Oud even omdraaide voor hij een standpunt uitsprak dat meer op de maat van het volksere partijsegment gesneden was. Nee, het is indertijd nooit gelukt om van die even omgedraaide Oud een foto te maken. Maar zeker is dat sinds Wiegel de politieke leiders van de VVD in één organisatie als het ware twee partijen met soms heel verschillende kiezers, humeuren en prioriteiten moeten beheren. Die beurt is dadelijk aan Rutte.

Nieuwigheden denderen door de kolommen. De PvdA heeft heel mooi gewonnen, extra mooi zelfs dankzij het grotere aantal allochtone kiezers dat in de grote steden opkwam en in overgrote meerderheid PvdA stemde. Een vraag is nog hoeveel van die kiezers in mei 2007 ook aan de Kamerverkiezingen mogen meedoen. En een vraag is ook hoe de PvdA nu invele gemeenten omgaat met de meerderheid die zij er met SP en GroenLinks heeft behaald. Zoveel mogelijk geheel linkse colleges vormen, zodat lokaal kan worden geoefend wat SP en GroenLinks na Kamerverkiezingen graag ook landelijk zouden zien? Of lokale exclusief-linkse handenbinders juist zoveel mogelijk vermijden, al was het maar om, zoals Bos wil, de handen in de nationale campagne vrij te houden? De eerste geluiden wijzen op grote PvdA-behoedzaamheid. Dat verrast niet.

Veiligheid en integratie blijven belangrijk. Maar de Kamerverkiezingen lijken straks, zeggen en schrijven nu velen alsof het een nieuwigheid betreft, vooral om klassieke thema's gaan zoals de stand en de vooruitzichten van de economie, inkomensbeleid, werkgelegenheid, huren, zorg, sociale zekerheid, armoedebestrijding. En mocht de tot nu toe zo bekritiseerde en in peilingen zo afgestrafte financieel-economische modernisering van Balkenende en de zijnen over een jaar toch zichtbare verbeteringen hebben gebracht, bijvoorbeeld onderaan de loonstrookjes, dan zou het met die linkse meerderheid nog lelijk tegen kunnen vallen.