CPN heeft communistische offers misbruikt

De gemeenheid van het Hollandse McCarthyisme maakt mij nog altijd razend, schreef Elsbeth Etty in een column over De strijd om de Februaristaking door Annet Mooij (Opiniepagina, 28 februari).

Dat lijkt mij een reflex waartoe Mooijs boek nu net géén aanleiding geeft. Hoewel Mooij tal van voorbeelden geeft van de kleinzieligheid van de gemeente Amsterdam, die de communisten hun heldenrol inzake de staking misgunde terwijl zijzelf daarin generlei positieve rol had vervuld, is de term McCarthyisme misplaatst.

Inderdaad meende in 1962 een PvdA-wethouder dat het ongepast was dat toneelspelers die betaald worden door de overheid hun handtekening zetten onder de oproep om de Februaristaking te herdenken, maar gevolgen had deze benepenheid niet - anders dan in de Verenigde Staten waar blacklisting levens verwoestte en zelfs tot zelfmoord leidde. Wie wel door de gemeentepolitiek werd kapotgemaakt, was staker Dirk van Nimwegen. Hij staakte in 1955 opnieuw, werd ontslagen en werd daarna ziek en armlastig. Het zijn aangrijpende pagina's in Mooijs boek. Maar het zou voor Van Nimwegen veel hebben goedgemaakt als dan in elk geval zijn partij hem had geëerd of gesteund. Daarvan was geen sprake: persoonlijk eerbetoon kwam in de CPN alleen partijleider Paul de Groot toe. Een eenvoudig lid als Van Nimwegen moest steeds maar weer verklaren dat niet híj maar De Partij het voortouw had genomen.

Met haar uitspraak over het Hollandse McCarthyisme reproduceert Etty de aloude mythe van de communisten als de door Koude-Oorlogfanatici geslachtofferde verzetspartij. Deze mythe heeft de communisten vooral in de jaren zeventig geen windeieren gelegd. Maar het is een mythe. De Koude Oorlog werd niet eenzijdig tégen de communisten gevoerd. Wie de communistische omgang met de nalatenschap van de Tweede Wereldoorlog bestudeert (zoals Mooij heeft gedaan inzake de Februaristaking, en zoals ikzelf deed inzake de herdenking van de kampen), moet concluderen dat de CPN de - zware - communistische offers heeft misbruikt en de offers van anderen even hard miskende als omgekeerd.

Zinvoller dan de communisten te zien als louter slachtoffers van de Koude Oorlog is het deze episode te analyseren als een tweezijdig fanatiseringsproces. In dat proces was voor beide kanten de oorlog het morele en emotionele ijkpunt. Zowel door het communistisch verzet als door hun tegenstanders van sociaal-democratische, liberale en christelijke huizen werd de Koude Oorlog geïnterpreteerd als een voortzetting van de Tweede Wereldoorlog met andere middelen. Maar waar de communisten hun levensbeschouwing als tegengesteld zagen aan het nazisme, waren voor de anderen communisme en nationaal-socialisme uitingen van hetzelfde kwaad: de totalitaire, antidemocratische staatsmacht, die zijn politieke tegenstanders opruimt en opsluit in kampen. En zoals communisten aan de kampervaring de opdracht ontleenden om voort te gaan met de antikapitalistische strijd, vatten voormalige 'makkers' de bestrijding van het communisme op als de morele nalatenschap van '40-'45. De jaren vijftig en de vroege jaren zestig werden - oorlogsherinnering incluis - beheerst door de tegenstelling democratie-totalitarisme, en in dat conflict stonden de communisten jammer genoeg aan de verkeerde kant.

Toen in 1953 Ethel en Julius Rosenberg op de elektrische stoel ter dood werden gebracht, meenden de communisten dat dit lot ook hun te wachten stond. Voor de CPN begon met deze 'moord van het fascistische Amerika op twee joodse communisten' de derde wereldoorlog. Die angst gun je niemand. Maar hun angst maakt deze veronderstelde dreiging nog niet tot werkelijkheid. Dat hun leven gevaar liep terwijl zij toch niets dan goeds nastreefden, was een waan - een waan waarin heldendom en slachtofferschap harmonieus samenvielen. De communisten zagen zichzelf als de vermoorde onschuld en zijn erin geslaagd dat beeld over de Koude Oorlog ingang te doen vinden. Maar ze wáren het niet.

www.nrc.nl/opinie:Column Etty 'Februari'.

Dr. Jolande Withuis is onderzoeker bij het NIOD. Van haar hand verscheen vorig jaar 'Na het kamp. Vriendschap en politieke strijd' (De Bezige Bij).