Bruinvis zwemt tegen muur

Dolfijnen zijn terug in Nederland. Op zoek naar vis raken ze verstrikt in illegale visnetten. 'Vissers snijden de dieren open, in de hoop dat ze zinken.'

Een bruinvis gevonden op het strand bij Noordwijk op 16 januari 2005. Foto Leen van Duijn Duijn, Leen van

Wie de boot naar Texel neemt, heeft een goede kans om dolfijnen, bruinvissen om precies te zijn, te zien. Ook langs de Hollandse stranden, op de andere Waddeneilanden en op de Waddenzee zwemmen bruinvissen. Ze zwemmen niet in scholen om de boot, ze passeren soms in kleine groepjes. Ze hebben geen spitse dolfijnsnuit maar hun ruggen hoepelen wel op dolfijnwijze door het wateroppervlak.

Met anderhalve meter zijn ze de kleinste walvisachtigen die in de Noordzee voorkomen. Ze zijn met naar schatting ruim driehonderdduizend ook de talrijkste walvisachtigen in de Noordzee. Ooit trokken ze iedere zomer de Waddenzee en de Zuiderzee binnen, soms zwommen ze rivieren op. Ze doken zelfs op in de Amsterdamse grachten. Er waren er zoveel, dat niemand een gestrande bruinvis noteerde.

Pas rond 1950 kregen natuuronderzoekers door dat het aantal bruinvissen daalde. Ze begonnen aangespoelde bruinvissen te documenteren, maar dat hield weer op toen de initiatiefnemer in 1964 overleed.

Rond 1970 kregen zeevogelaars dankzij sterke verrekijkers zicht op levende bruinvissen. Vogelaars turven vaak alles wat ze zien. Iedere bruinvis kwam in een notitieboekje. Dat waren er tussen 1972 en 1985 slechts twintig, maar daarna kroop hun aantal omhoog tot tientallen per jaar. En de laatste twee, drie winters schiet hun aantal naar honderden per maand. De bruinvis is terug. Goed nieuws?

'Niet echt', zegt zeevogelonderzoeker Kees Camphuijsen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel. Al jaren coördineert hij de zeevogel- en bruinvistellingen. 'Het zou mooi zijn als ze zich op natuurlijke wijze hadden weten te herstellen. Maar een florerende bruinvispopulatie breidt zich met vier, maximaal tien procent per jaar uit. Bij ons is hun aantal over meerdere jaren met gemiddeld 41 procent gegroeid. Dat kan dus nooit aan voortplanting te danken zijn, dat moet aan immigratie liggen.'

Camphuijsen weet als zeevogelman dat meeuwen en andere zeevogels in de noordelijke Noordzee met voedselgebrek kampen. Ooit ritselde het daar van vissen zoals zandspieringen, die er nu nauwelijks meer te vinden zijn. Dat ligt waarschijnlijk aan overbevissing in combinatie met klimaatverandering. 'De meeste bruinvissen zaten altijd in de noordelijke Noordzee', vertelt hij. 'Net als zeevogels eten ze vis. Het ligt voor de hand dat ze uit voedselgebrek wegtrekken. Zo belanden ze in zuidelijker wateren.'

Dat belanden gebeurt vaak letterljik, want het aantal gestrande bruinvissen is navenant gestegen. Volgens Camphuijsen spoelden er vorig jaar 350 dode bruinvissen aan.

Als een visser een verstrikte bruinvis vindt, snijdt hij hem los. Als de bruinvis niet al verdronken is, haalt de visser hem volgens Camphuijsen 'met harakiri-achtige japen open. Ze snijden de ingewanden eruit in de hoop dat ie dan zinkt, maar ook verminkte bruinvissen spoelen aan.'

Volgens hem zijn vaak hun vinnen of staart afgesneden. 'Bruinvissen jagen vlak onder de kust over de zeebodem achter visjes aan en raken makkelijk verstrikt in de netten van de staande wand-visserij. Die netten hangen als een muur in zee: onderaan met ankertjes in de bodem en bovenaan met drijvers op het water. Geen doorkomen aan. Van 1997 tot 2000 was van ongeveer de helft van de dode bruinvissen de vinnen of staart afgesneden.' Camphuijsen denkt dat het nu meer dan de helft is. 'De staande wand-visserij neemt toe. Het is deels illegaal en wordt niet gecontroleerd. Het ministerie van LNV is door Europa op de vingers getikt voor de fikse bijvangst van zo'n beschermd zeezoogdier, maar doet er niets aan.'

Zelfs zeldzame bultruggen, fikse walvissen, verschijnen voor het eerst sinds driehonderd jaar weer in Nederland. 'Er zwom vorig jaar zelfs een bultrug met kalf bij Katwijk', vertelt Camphuijsen. 'Later is dat kalf gevonden. De staart was eraf gehakt, waarschijnlijk met een bijl.'