'Beste zitting ooit' - in vier minuten

Zolang er nog geen opvolger is voor de in diskrediet geraakte VN-commissie voor de mensenrechten, verkeren diplomaten in Genève in verwarring. Moeten ze nog wel vergaderen met de bijna afgedankte commissie?

Vlak voor de 62ste zitting (sinds 1946) van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, gisteren in Genève, schudde de Amerikaanse ambassadeur zijn Saoedische collega lachend de hand en zei luid: 'Dit wordt de beste mensenrechtencommissie die we ooit gehad hebben.'

Normaal duren zittingen zes weken. Deze duurde precies vier minuten. Er waren ditmaal geen speeches van VN-dignitarissen en ministers. De agenda hoefde niet doorgenomen te worden: er wás geen agenda. De aanwezigen in het Palais des Nations kregen alleen een korte aankondiging van de voorzitter van dit jaar, de Peruaanse ambassadeur, dat de zitting een week werd opgeschort. 'Wij zitten in een uitzonderlijke situatie', zei hij.

Die situatie is dat er bij de VN in New York nog steeds onderhandeld wordt over de oprichting van een nieuwe Mensenrechtenraad. Die raad moet in de plaats komen van de huidige Mensenrechtencommissie, die niet goed meer functioneert omdat er steeds meer landen in zitten die het met de mensenrechten niet zo nauw nemen, zoals China, Zimbabwe en Soedan. Ze worden door hun eigen regio voorgedragen, en houden vervolgens veroordelingen van zichzelf en bevriende landen tegen.

De Mensenrechtenraad zou dit fenomeen moeten beteugelen. Na maanden onderhandelen in New York ligt er nu een compromistekst over die raad. Het probleem is alleen dat de VS weigeren om die te aanvaarden. Zij willen meer garanties om landen als Cuba - dat geregeld resoluties tegen de VS indient - uit de raad te weren. Bij een stemming in de Algemene Vergadering delven de VS waarschijnlijk het onderspit. Niemand wil de tekst weer openbreken. Maar omdat de raad zonder VS onder een slecht gesternte geboren wordt, proberen voorzitter Eliasson van de Algemene Vergadering en anderen nog steeds om de Amerikanen op andere gedachten te brengen. Europa, Canada en Nieuw-Zeeland trommelen zoveel mogelijk landen op die in een aparte brief willen beloven dat ze het raadslidmaatschap van landen die onder VN-sancties vallen zullen blokkeren.

Zolang niemand weet of de raad er ook werkelijk komt, kunnen ze in Genève moeilijk vergaderen. 'Moeten we werken als altijd? Of moeten we al afspraken maken over de aanwezigheid van niet-gouvernementele organisaties en de verlenging van de mandaten van die rapporteurs in de nieuwe Raad?' zucht een westerse diplomaat. Hij is druk bezig om het laatste nieuws uit New York met collega's te bespreken: de Amerikanen zouden bereid zijn om hun verzet tegen de Mensenrechtenraad op te geven als Israël een volwaardige plaats krijgt in de westerse groep in Genève.

De VN werken met vijf regionale groepen. Israël is door zijn eigen groep, Azië, nooit geaccepteerd. Daardoor kan het in geen enkel VN-orgaan voorzitterschappen bekleden of lid worden van de VN-Veiligheidsraad. Sinds 2000 zit Israël als 'waarnemer' bij de westerse groep, waarin onder meer West-Europese landen, Australië en Turkije zitting hebben. Maar dat is niet bij de Verenigde Naties in Genève, maar alleen in New York.

Sommige Europese landen vinden het Amerikaanse voorstel bespreekbaar. Anderen noemen het chantage. Regionale groepen worden in de raad minder belangrijk dan ze nu in de commissie zijn. Maar Europese diplomaten voorzien Arabische verontwaardiging als ze Israël toelaten, waardoor hun rol in het Midden-Oosten - die door de Deense cartoonkwestie al is verzwakt - verder kan worden uitgehold.

Men verwacht dat het verlossende woord over de Mensenrechtenraad later deze week in New York wordt gesproken. Pas dan kunnen ze in Genève onderhandelen over de agenda van de Mensenrechtencommissie volgende week. Wordt de commissie dan in drie dagen formeel ten grave gedragen, zoals de Amerikanen willen? Of moet er, zoals de Europeanen voorstellen, zeker drie weken over inhoud worden gesproken? Of dit 'de beste Mensenrechtencommissie' ooit wordt, blijft vooralsnog afwachten.