Balkan proeftuin voor EU-uitbreiding

De landen die deel uitmaakten van de voormalige Joegoslavische Federatie hebben nog een lange weg te gaan voordat ze kunnen toetreden tot de Europese Unie.

Ondanks de deuk die het Joegoslavië-tribunaal door de dood van Slobodan Milosevic heeft opgelopen, blijft Servië volledig meewerken aan de in Den Haag gevestigde VN-tribunaal. Dit heeft de Servische president Boris Tadic gisteren in Belgrado verklaard. Zijn land zal zich blijven inzetten om van oorlogsmisdaden verdachte personen zoals ex-generaal Ratko Mladic op te sporen en over te dragen.

Hiermee gaf de Servische president aan de boodschap van de Europese Unie van dit weekeinde goed te hebben begrepen. Tijdens een informeel overleg tussen de EU-ministers van Buitenlandse Zaken en hun collega's uit de Balkan, stelde de EU nog eens met nadruk dat nauwere samenwerking alleen mogelijk is wanneer landen als Servië en Kroatië volledig meewerken met het tribunaal.

Eerder waren de gebrekkige pogingen van Kroatië om de van oorlogsmisdaden verdachte generaal Gotovina op te sporen voor de EU aanleiding om de onderhandelingen met de voormalige Joegoslavische deelrepubliek over toetreding tot de EU op te schorten. Na een vertraging van een half jaar zijn deze toetredingsbesprekingen met Kroatië vorig jaar oktobert oktober alsnog begonnen. Zelf rekent Kroatië erop in 2009 volledig tot de Eu toe te kunnen treden. Maar de EU-ministers hebben dit weekeinde ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat het zo'n vaart niet zal lopen.

De dubbele boodschap die tijdens het informele overleg in het Oostenrijkse Salzburg werd afgegeven was dat de landen van ex-Joegoslavië plus Albanië allemaal lid kunnen worden van de EU, maar dat ze landen nog een zeer lange weg hebben te gaan. Dat was toch een tegenvaller voor de Servische president Tadic, die aan de vooravond van de bijeenkomst in Salzburg nog de verwachting had uitgesproken een 'helder tegenwicht tegen de uitbreidingsmoeheid' te zullen horen.

Zo'n helder antwoord kregen Servië en de andere landen niet. Want hoewel het in 2003 door de Unie verstrekte 'perspectief' op lidmaatschap werd herhaald, maakten met name Frankrijk, Nederland en België tevens duidelijk dat er nog geruime tijd mee gemoeid zal zijn voordat ze daadwerkelijk kunnen toetreden.

Zowel de Nederlandse minister Bot als zijn Franse collega Douste-Blazy wezen erop dat in hun landen de Europese Grondwet mede is afgewezen als reactie op de EU-uitbreiding. Bot: 'We hebben grote problemen gehad omdat de toetreding met tien nieuwe landen veel te snel is gegaan. Er is nu behoefte aan rust in de tent.'

Een niet onbelangrijke zin in de gezamenlijke verklaring van de ministers van de EU en de Balkanlanden is dat hun gewenste lidmaatschap zal worden bezien in een beraad over de uitbreidingspolitiek van de Unie dat de EU-regeringsleiders nog dit jaar zullen houden. Steeds urgenter wordt de vraag hoeveel nieuwe landen de Unie zelf nog aankan.

Zelfs het tot voor kort voor elke uitbreiding te porren Europees Parlement krijgt twijfels. In een nieuw rapport van de buitenlandcommissie staat dat de EU alternatieven voor een volledig lidmaatschap moet ontwikkelen. De landen van de Balkan zouden wel eens de proeftuin voor dat Europa-light-model kunnen worden.