Vier oorlogen gevoerd, op alle fronten jammerlijk gefaald

Slobodan Milosevic, oordeelde de Amerikaanse schrijver Norman Mailer, was 'een goede Sovjet-activist en een geëngageerde bureaucraat die zich knap omhoogwerkte langs de glibberige paal van de partijcarrière'.

Milosevic in 1996 met Chirac (rechts) en Bosnische president Izetbegovic. (Foto AP) ** FILE ** French President Jacques Chirac, right, gestures to Bosnian President Alija Izetbegovic, left, while Serbian President Slobodan Milosevic smiles after their talks at the Elysee palace in Paris in this Oct 3, 1996 file photo. Milosevic was found dead in his prison cell near The Hague, the U.N. tribunal said Saturday March 11, 2006. (AP Photo/Michel Lipchitz, File) Associated Press

Op Slobodan Milosevic, oud-leider van de Servische communistische partij, oud-president van Servië, oud-president van Joegoslavië, gisteren gestorven in de gevangenis in Scheveningen, zijn waarschijnlijk meer karakteriseringen losgelaten dan op wie dan ook in de internationale politiek van de laatste decennia. Held en lafaard, genie en verrader, machtspoliticus en manipulator - Slobodan Milosevic was een raadselachtige man. Maar wie zijn levenswerk overziet, zijn opkomst en zijn ondergang, kan maar tot één conclusie komen: hij heeft oorlogen ontketend en de Balkan overhoop gegooid, en nog decennia zullen de gevolgen daarvan zichtbaar zijn, maar van alles wat hij zich voornam, alles wat hij probeerde is niets verwezenlijkt. Hij was niet de visionair waarvoor de Serviërs hem zo lang hielden, integendeel: hij was een machtspoliticus, zonder plan en zonder visie, een improvisator, een tacticus van de korte baan, een bully.

De buitenwereld leerde Slobodan Milosevic kennen in 1986, toen hij de Servische communistische partij ging leiden. De in 1941 geboren zoon van Montenegrijnse ouders - beiden pleegden later zelfmoord, vader in 1962, moeder in 1974 - was voor die tijd als jurist en manager werkzaam bij het bedrijf Tehnogaz en bij de Beogradska Banka, onder andere in de VS. Een onopvallende man, partijlid sinds 1959. Zijn geluk was zijn vriendschap met zijn mentor Ivan Stambolic, een prominent partijkopstuk. Dankzij Stambolic werd Milosevic in 1982 partijchef van een stadsdeel van Belgrado. Vier jaar later volgde hij Stambolic op diens aanbeveling op als partijchef van Servië. Het verhinderde hem overigens niet Stambolic in zijn latere opmars naar de macht te verraden. In 2000 werd Stambolic, toen hij overwoog deel te nemen aan de presidentsverkiezingen, zelfs ontvoerd en vermoord door Milosevic' geheime dienst.

1986 was het jaar waarin bij Servische intellectuelen een Memorandum van de Academie van Wetenschappen als een bom insloeg. Na de dood van de Joegoslavische president Tito in 1980 was een machtsvacuüm ontstaan in Joegoslavië. Tito had geen opvolger aangewezen en na zijn dood was Joegoslavië geregeerd door elk jaar roterende leiders, stuk voort stuk middelmatige grootheden zonder charisma en zonder autoriteit - zonder gezicht zelfs. In dat vacuüm eisten (en kregen) de deelrepublieken steeds meer macht. Ze werden geleid door gierige provincievorsten die geen boodschap hadden aan Joegoslavië maar alleen voor eigen landsdelen werkten.

Met name in Servië leidde dat verlies van macht aan de deelrepublieken tot verzet. De Serviërs zagen zichzelf als de natuurlijke leiders van de federatie. Hadden zij zich in de 19de eeuw niet ontworsteld aan de Turken? Hadden zij niet als helden voor hun Slavische broeders gevochten in de Eerste Balkanoorlog, in de Tweede Balkanoorlog, in de Eerste Wereldoorlog? Tito had hen bijna veertig jaar klein gehouden, had gezegd dat de Kroaten, Bosniërs, Montenegrijnen, Macedoniërs, Slovenen, uiteindelijk zelfs de Vojvodijnen en de Kosovo-Albanezen evenveel te vertellen hadden als zij, de Serviërs.

In 1986 zette de Academie van Wetenschappen in haar Memorandum voor het eerst alle zo lang onderdrukte grieven van de Serviërs op een rij. Grieven over de Kroatische en Sloveense arrogantie, grieven over de Albanezen in dat autonome Kosovo die genocide pleegden op de Servische minderheid, die Servische vrouwen verkrachtten, allemaal ongestraft. Het Memorandum sloeg in als een bom omdat hier voor het eerst alle heilige huisjes van het tijdperk-Tito - anno 1986 nog steeds verplicht officieel beleid - tegen de vlakte gingen, met name het heilige huisje van Broederschap en Eenheid van de verschillende volkeren van Joegoslavië.

Kort nadat het Memorandum het licht zag, brak onder de Serviërs van het autonome Kosovo onrust uit. Zij pikten de overheersing van de Albanezen niet langer. Milosevic werd naar Kosovo gestuurd, en keerde verbijsterd over de felle emoties van zijn volksgenoten in het zuiden terug. Vier dagen later ging hij er opnieuw heen. Het werd een moeilijke confrontatie: Milosevic, een kleine apparatsjik zonder uitstraling, stond trillend, geïntimideerd en bang oog in oog met vijftienduizend woedende boeren. Hij vermande zich en begon aan een korte impromptu toespraak die de geschiedenis van Joegoslavië zou veranderen. De kernboodschap: 'Laat niemand het wagen u ooit nog te slaan!'

Het werd het begin van een zegetocht. Milosevic was op slag de man van de Serviërs. Niks Eenheid en Broederschap. Milosevic - géén nationalist - ontdekte op die dag in april 1986 het wapen van het decennia lang taboe verklaarde nationalisme als een instrument om de macht te verkrijgen en te behouden. De daarop volgende jaren werden jaren van massabetogingen, van een naar hysterische hoogten opgezweept nationalisme. Servische symbolen werden uit de kast gehaald, Servische mythen verheerlijkt, het lijk van prins Lazar, in 1389 gesneuveld in de fameuze Slag op het Merelveld, werd een jaar lang door heel het land gezeuld. Uiteindelijk brachten revoluties de deelrepublikeinse regimes in Vojvodina, Kosovo en Montenegro ten val en beheerste Milosevic, inmiddels president van Servië, de helft van het collectieve Joegoslavische staatspresidium en dus de helft van de macht.

Het is nooit Milosevic' bedoeling geweest het oude Joegoslavië op te blazen. Het was zijn bedoeling Servië weer tot primus inter pares binnen de federatie te maken, net zoals Servië dat in het koninklijke Joegoslavië van voor de oorlog was geweest. Maar het mislukte: de anderen, de Bosniërs en de Macedoniërs en vooral de Kroaten en de Slovenen, werden door de nationalistische hysterie van de Serviërs zo geïntimideerd dat zij zich op hun beurt achter nationalisten schaarden en steeds openlijker over onafhankelijkheid gingen praten. Midden 1991 stapten Slovenië en Kroatië uit de federatie, een jaar later gevolgd door Bosnië en Macedonië.

Toen Joegoslavië niet meer te redden viel, zag Milosevic geen andere keus dan te streven naar Groot-Servië: als Kroatië en Bosnië uit de federatie stapten, dan hoe dan ook zonder de gebieden waar Serviërs woonden, de Kroatische Krajina en dat deel van Bosnië dat nu Servische Republiek heet. Het was het begin van vanuit Belgrado aangestuurde en door het Joegoslavische Volksleger actief gesteunde oorlogen in beide republieken die tot 1995 zouden duren, die honderdduizenden het leven kostten en een miljoen mensen op de vlucht dreef.

En weer mislukte het: de facto verloren de Serviërs beide oorlogen, net zoals ze de volgende verloren, die in Kosovo in 1999, resultaat van de onderdrukking van de Kosovo-Albanezen, hun verzet tegen die onderdrukking, Servische bloedbaden en uiteindelijk een NAVO-ingrijpen. Een jaar later verloor Milosevic de presidentsverkiezingen en werd hij in een volksopstand ten val gebracht. Nog een jaar later verdween hij naar Den Haag om er terecht te staan als oorlogsmisdadiger. Het leverde de wereld het laatste beeld van Slobodan Milosevic op: een trotse, kwade man met een boos rood hoofd, vol minachting over rechters die hij niet erkende.

Slobodan Milosevic, schreef Balkankenner Ger Duijzings, herschiep Servië in een land dat wordt gedomineerd door populisme, nationalistische minachting, paranoia, xenofobie en de bereidheid geweld te gebruiken. Milosevic, zo schreef Warren Zimmermann, ooit ambassadeur van de VS in Belgrado, was 'een manipulator, een ambitieuze, meedogenloze opportunist, gedreven door machtshonger, een man van uitzonderlijke kilte - ik heb nooit gezien dat hij ontroerd raakte door een individueel geval van menselijk lijden; voor hem zijn mensen simpelweg abstracties. Deze karaktertrek maakte het hem mogelijk de onuitsprekelijke wreedheden door Serviërs in de oorlog toe te staan, aan te moedigen en zelfs te organiseren.'

En uiteindelijk mislukte alles. Servië werd niet die primus inter pares van de Joegoslavische federatie. Er kwam geen Groot-Servië. Dankzij Milosevic wonen er na vele eeuwen geen Serviërs meer in de Krajina, wonen er geen Serviërs meer in Oost-Slavonië, wonen er geen Serviërs meer in de helft van Bosnië en wonen er bijna geen Serviërs meer in Kosovo. Hij heeft Servië tot paria in de wereld en een paradijs voor oorlogsprofiteurs en criminelen gemaakt. Hij heeft zijn land leeggeplunderd en economisch, cultureel en moreel geruïneerd en honderdduizenden tot emigratie gebracht. Als later dit jaar Montenegro en Kosovo onafhankelijk worden, is Servië, dankzij Milosevic, weer de rompstaat die het een eeuw geleden was, voor de Eerste Balkanoorlog. Milosevic heeft alles verspeeld wat hem ooit door de Serviërs was toevertrouwd: niemand in het Europa van de laatste halve eeuw heeft zo desastreus gefaald.

    • Peter Michielsen