Uitstel gevraagd in proces Air Holland

Advocaten van Air Holland en landsadvocaten hebben vandaag op de eerste dag van het proces, waarin vermeende witwaspraktijken van de voormalige luchtvaartmaatschappij centraal staan, om uitstel gevraagd. Een aantal getuigen in de zaak zou eerst nog moeten worden gehoord.

De vroegere algemeen directeur Cees van D. en de financiële directeur Paul G., die eind 2004 beide werden gearresteerd en enige tijd vast zaten, ontkennen elke betrokkenheid bij of kennis van het witwassen van crimineel geld. De twee directeuren en vier medeverdachten staan vanaf vandaag in het beklaagdenbankje voor de rechtbank in Rotterdam.

Air Holland ging na jaren van financiële problemen in maart 2004 failliet. Pas in de loop van dat jaar kwam naar buiten dat de luchtvaartmaatschappij mogelijk actief was geweest in de drugswereld. Miljoenen euro's van drugshandelaren zouden via Air Holland zijn witgewassen. Volgens het openbaar ministerie werd in 2001 en 2002 crimineel geld vanuit Nederland via Groot-Brittannië en Luxemburg legaal gemaakt.

Het OM ziet G. als het financiële brein. G. zou in contact zijn gekomen met een Surinaamse familie die handelde in xtc-pillen. Deze familie beschikte in 2001 over grote hoeveelheden crimineel geld in guldens die moesten worden omgezet in euro's. De Surinaamse bende was bereid 12,5 miljoen euro in Air Holland te investeren. Een deel daarvan werd volgens justitie gebruikt om de noodlijdende maatschappij in de lucht te houden. De rest ging naar andere bedrijven of verdween in privé-zakken.

De verdediging krijgt deze week de kans om een van de Surinaamse familieleden in Brazilië te horen. Hij zit daar in de gevangenis wegens drugshandel.