Twee vissen in één pan

Nodig:400 g zalmfilet400 g zeewolffilet1 venkelknol1 dunne prei500 g aardappels (vastkokers)1/2 visbouillon1 glas droge witte wijn200 ml crème fraîche1 citroen2 eetlepels fijngehakte dille30 g boter(zee)zout enversgemalen peper

Maak voor dit gerecht voor vier personen bij voorkeur zelf de visbouillon, die wordt getrokken van koppen en graten van niet te vette vis, gesneden groenten en kruiden.

Laat de bouillon niet langer trekken dan een half uur. Zeef de bouillon. Of koop een pot visfond en leng deze nogal zoute bouillon aan met water of witte wijn.

Bereiding van de vis, groenten en saus: verwijder lelijke bladen bij de venkelknol. Snijd de knol in de lengte doormidden. Verwijder de harde kern aan de onderkant. Schaaf of snijd de venkelstukken zo dun mogelijk. Maak de prei schoon. Snijd het witte deel in dunne ringen. Snijd de geschilde aardappels (bijvoorbeeld Nicola's) in blokjes en de citroen in vier partjes. Snijd beide stukken vis in vier stukken van gelijk gewicht en bestrooi deze met zout en peper.

Smelt de boter in een braadpan of een hapjes- of koekenpan met hoge opstaande rand. Voeg de geschaafde venkel toe en bak ongeveer twee minuten op een vrij laag vuur. Giet de bouillon en de wijn in de pan en breng aan de kook. Schep de aardappelblokjes in de bouillon en kook ze circa tien minuten bijna gaar. Leg de stukken vis in de pan en bestrooi met preiringen. Laat de vis op een laag vuur in ongeveer vier minuten nèt gaar worden. De zeewolf is dan helemaal wit van kleur. De aardappelblokjes moeten wel helemaal gaar zijn.

Schep de vis voorzichtig uit de pan in een kom of bord. Dek de vis met aluminiumfolie toe om warm te houden. Roer de crème fraîche door de bouillon en de aardappels. Zorg dat de saus goed warm is. Controleer de smaak.

Misschien moet er nog wat zout en peper aan worden toegevoegd. Verdeel vis, groenten en saus over de borden. Bestrooi het gerecht met dille en leg er een partje citroen op. Eet het gerecht met mes, vork en lepel.

Anne Scheepmaker

Morgen: Dokkumse dúmkes

    • Anne Scheepmaker