Ronduit pet

Zouden er in Nederland veel vrouwen rondlopen die bij een forse tegenslag zeggen dat ze de dingen 'ronduit pet' vinden? En om wat voor vrouwen gaat dat dan? Anders gezegd: bestaat er een verband tussen woordkeus en karakter? En misschien zelfs tussen woordkeus, karakter en uiterlijk?

Lousewies van der Laan zei vorige week dat zij de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen 'ronduit pet' vond. Ik meende even dat zij dit spontaan voor de camera had gezegd. Wie zich eenmaal bewust is van de kracht van televisie, gaat op zijn woorden letten. Sommige politici gaan net iets stoerder praten dan bij ze past (Jozias van Aartsen bijvoorbeeld), anderen houden zich juist in - want ze willen geen kiezers tegen zich in het harnas jagen.

Misschien dacht Lousewies wel: die uitslag is zwaar klote. Of: gewoon kut - want het woord kut is in een rap tempo z'n taboewaarde aan het verliezen. Maar politici willen doorgaans laten zien dat ze hun emoties kunnen beheersen en dus kwam er bij Lousewies 'ronduit pet' uit.

Van der Laan zei dit echter helemaal niet spontaan. Zij las een toespraak voor en begon als volgt: 'Het valt niet mee. Nee, ik wil er niet omheen draaien. Ik vind deze verkiezingsuitslag ronduit pet.'

Of Lousewies die toespraak zelf geschreven heeft weet ik niet, maar ik denk het wel. Het doet er niet veel toe - ze heeft ervoor gekozen om het zo voor te lezen. En wat mij betreft klopt dit, want 'ronduit pet' past bij haar. Ik denk dat maar heel weinig vrouwen van haar leeftijd deze uitdrukking gebruiken, maar Lousewies oogt als een ronduit-petzegger. Het is een uitdrukking die past bij haar verschijning, bij haar kapsel, bij haar kleding.

Dus ja, ik denk wel degelijk dat er een verband bestaat tussen woordkeus en karakter en zelfs tussen woordkeus, karakter en uiterlijk.

Ik sluit niet uit dat er mensen bestaan die 'ronduit pet' heel gewoon vinden, die van mening zijn dat dit helemaal niet oubollig of truttig klinkt. Zij behoren tot een minderheid die nog woorden en uitdrukkingen gebruikt als deksels, potjandikkie, hé poppelepee, sapperloot, nondeju, goeie grutjes en - als het echt menens wordt - potverdriedubbeltjes!

Is er iets mis met die woorden? Nee, met de woorden zelf is nooit iets mis - het gaat altijd om de gevoelens die zij oproepen. Een klein onderzoekje leert dat 'ronduit pet' door leeftijdgenoten van Lousewies, mannen en vrouwen, als tuthola-taal wordt ervaren. Nog niet zo erg als goeie grutjes - onlangs nog gehoord uit de mond van een vrouw van in de veertig die stond te kijken bij een hockeywedstrijd - maar totaal niet meer van deze tijd.

Een groot deel van onze woordenschat is - goddank - niet aan mode onderhevig. Maar uitdrukkingen waarmee we laten weten dat we iets erg prettig of juist erg vervelend vinden, zijn dit bij uitstek wel. Jan Marijnissen begon zijn toespraak met de uitroep: 'Yes! Yes! Yes!' Dat is net zo van deze tijd als cool, supervet, chill en de bom.

Nu hebben winnaars het in toespraken makkelijker dan verliezers, maar 'ronduit pet' behoort inmiddels tot 'de taal van de kromme tenen', zoals Jan Kuitenbrouwer oubollig taalgebruik ooit heeft omschreven. Wat mij betreft is er niks mis mee om taal te gebruiken die uit de mode is, maar het valt onmiddellijk op, en het is de vraag of dat handig is als je fractieleider bent van een partij die zelf ook knoerend hard uit de mode aan het raken is.

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Zie ook Woordhoek op vrijdag op www.nrc.nl