Reputatie hele VN in het geding

Voor het laatst, als het aan Kofi Annan ligt, komt de commissie voor de mensenrechten van de Verenigde Naties dezer dagen in Genève bijeen voor haar jaarlijkse zitting.

De geloofwaardigheid van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties is zó sterk afgenomen, dat het een schaduw werpt over de reputatie van het VN-systeem als geheel. Dat constateerde VN-chef Kofi Annan vorig jaar.

Vandaag is de commissie aan haar jaarlijkse bijeenkomst in Genève begonnen - om de bijeenkomst meteen met een week te verdagen. Als het aan Annan ligt wordt het de laatste zitting. Hij bepleitte vorig jaar 'een nieuw begin' door de commissie te vervangen door een Mensenrechtenraad, een society of the committed, een gezelschap met hart voor de zaak.

In Genève is 'het mensenrechtendebat gegijzeld', rapporteerde Willem Offenberg van Amnesty International. De meeste lidstaten houden zich nauwelijks bezig met de eigenlijke taak van de commissie: schendingen van de mensenrechten aan de kaak stellen. In plaats daarvan concentreren ze zich op het voorkomen van VN-bemoeienis met het eigen land. En de signaalfunctie van de niet-gouvernementele organisaties (NGO's) is ondergraven door een toenemend aantal mantelorganisaties die door regeringen naar voren worden geschoven.

Annan is op zijn wenken bediend. De VN-wereldtop sprak zich vorig jaar uit voor een Mensenrechtenraad. En nu ligt er al een compleet voorstel van de voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN, Jan Eliasson.

Maar Washington verzet zich - als enige - tegen het zwaarbevochten compromis. Nu heeft de regering-Bush nog een appeltje te schillen met Genève. In 2001 werden de VS weggestemd, waardoor dit in alle opzichten moeilijk te passeren land voor het eerst geen zitting had in de VN-commissie.

President Bush heeft inmiddels de omstreden ijzervreter John Bolton tot VN-ambassadeur benoemd. Het is te makkelijk zijn kritiek op het compromis af te doen als oud zeer. De zorg is dat het 'oude wijn in nieuwe zakken is', hoewel Annan dat met zoveel woorden bestrijdt.

De 47 leden van de raad worden aangewezen bij absolute meerderheid van de 191 leden van de Algemene Vergadering van de VN en niet bij de tweederde meerderheid die was voorgesteld door Kofi Annan. Alle leden (ook de grote) moeten zich wel onderwerpen aan een evaluatie. Meer dan een 'morele barrière' is dat niet, zei Eliasson. Maar het vermogen landen in verlegenheid te brengen moet volgens een belangrijke Britse diplomaat in The Economist niet worden onderschat.

'Criteria voor het lidmaatschap lijken overigens nauwelijks haalbaar', waarschuwde minister Bot (Buitenlandse Zaken) vorig jaar. Al was het maar omdat de VN gewend is om met alle landen, inclusief die met een slechte reputatie, in gesprek te blijven. Ter vergelijking: het lidmaatschap van organisaties voor wapenbeheersing valt moeilijk te beperken tot landen die al ontwapend hebben.

De grote zorg is dat de goede dingen van het oude systeem, zoals speciale procedures voor landen, thematische rapporteurs en een gedegen inbreng van NGO's, niet behoorlijk zijn vastgelegd. 'Wellicht heeft Annan te vroeg de déconfiture van de VN-Commissie ingezet, vergetend dat je beter geen oude schoenen weggooit voor je nieuwe en betere hebt', zei Nico Schrijver in oktober in zijn oratie internationaal publiekrecht in Leiden.

Maar Eliasson zegt: 'Alles hangt af van wat de staten willen doen met het mechanisme dat hun wordt aangereikt'. Amnesty International, dat aanvankelijk zei dat de raad niet meer is dan 'de in diskrediet gebrachte commissie met een andere naam', is nu vóór - onder het motto 'dit is een begin'.