Nieuwe F1-kampioen verslaat de oude

Michael Schumacher en Ferrari zijn weer terug in de voorhoede van de Formule 1. De Duitse coureur was na de race waarmee dit seizoen werd geopend, de Grote Prijs van Bahrein, oprecht blij met zijn tweede plaats, achter regerend wereldkampioen Fernando Alonso.

Vorig jaar kon Schumacher geen rol van betekenis spelen in het WK, nadat hij vijf jaar achtereen in een Ferrari de wereldtitel had gewonnen. Het werd een voor Schumacher ongekend slecht seizoen. Hij won weliswaar een race, in Indianapolis, maar daar gingen door problemen met wagens op Michelin-banden slechts zes auto's van start: de Ferrari's plus de bolides van de 'veldvullers' Jordan en Minardi. Schumacher werd derde in de strijd om de wereldtitel, op royale afstand van wereldkampioen Alonso (Renault) en nummer twee Kimi Raikkonen (McLaren-Mercedes).

Schumacher beschikt weer over een competitieve Ferrari. Hij gaf zijn visitekaartje af tijdens de kwalificatietrainingen, waarin hij de snelste tijd neerzette, gevolgd door zijn Braziliaanse teamgenoot Felipe Massa. Zo was de eerste startrij roodgekleurd. Schumacher noteerde in Bahrein zijn zoveelste record: met zijn 65ste pole-position evenaarde hij de prestatie van de in 1994 verongelukte Braziliaan Ayrton Senna.

Het Ferrari-feestje werd gisteren verstoord door Alonso, die al snel na de start via Jenson Button (BAR) en Massa naar de tweede plaats oprukte, tot achter Schumacher. Massa werd uiteindelijk negende - na een extreem lange pitstop. Die was nodig nadat hij zich aan het begin van de race had verremd en van de baan was gegleden, waarbij hij op het nippertje Alonso had gemist. Hij ging de pits in voor nieuwe banden, maar een van de 'wheelguns' weigerde aanvankelijk dienst, zodat Massa bijna een minuut stilstond. In de Formule 1 is dat een eeuwigheid.

Het grootste deel van de race zag Schumacher Alonso in zijn achteruitkijkspiegels. Aan de overwinning van Alonso kwam geen inhaalmanoeuvre te pas. De strijd tussen de oude en de regerend wereldkampioen werd in de pitstraat gewonnen. Als eerste van de twee maakte de Duitser zijn tweede en laatste stop voor brandstof en nieuwe banden in 8,7 seconden, een paar ronden later had de Spanjaard precies één seconde minder nodig. Toen hij de baan weer op kwam, bevond hij zich naast Schumacher. Alonso stuurde zijn Renault echter net voor de Ferrari de bocht aan het eind van het rechte stuk in. Achttien ronden lang zag hij vervolgens Schumacher in zijn achteruitkijkspiegels, waarna hij hij zijn negende overwinning in de Formule 1 kon behalen.

Christijan Albers beleefde weinig plezier aan het begin van zijn tweede seizoen als Formule 1-coureur. Door een kapotte aandrijfstang kwam de wagen van de Nederlander uit het Midland-team niet weg bij de start.

Nader bekeken: Pagina 15