Meezingliederen

'Muziekuitgevers zijn mensen die geen muziek uitgeven. Vóór de komst van de grammofoonplaat was bladmuziek de aangewezen manier om muziek vast te leggen. Het succes werd afgemeten aan de verkoop van de bladmuziek. Maar nu houden de muziekuitgevers zich alleen maar bezig met de exploitatie van de nummers waarvan ze de rechten hebben. Zodra die ergens worden uitgevoerd, incasseren ze dertig procent. En verder proberen ze zo weinig mogelijk te doen. De populaire nummers van tegenwoordig verschijnen niet meer in druk. Dat heb ik altijd raar gevonden.'

Foto Jørgen Krielen ©Jörgen Krielen/Amsterdam 09-03-2006/ Jaques Klöters Krielen, Jørgen

Jacques Klöters (59), bekend van radio (De sandwich) en televisie (Andermans veren), is de samensteller van de pas verschenen bundel Zo de ouden zongen, waarin de bladmuziek van 44 geliefde meezingnummers is afgedrukt, inclusief de vaak schilderachtig ogende omslagen en het notenschrift. De selectie, van Aan de Amsterdamse grachten tot en met De Zuiderzeeballade, duidt op een ruime definitie van het in de ondertitel vermelde woord 'levensliedjes'. Maar ook de klassiekers in dit genre, zoals 't Broekie van Jantje en Ketelbinkie, ontbreken niet.

'Het zijn de nummers die vaak door smartlappen- en levensliederenkoren worden gezongen. Zij rekenen ook zo'n nummer als Een beetje verliefd tot de levensliederen. Als er maar lange uithalen in zitten, daar gaat het om. Het succes van die koren schuilt vooral in het keiharde blèren. Plus het veilige gevoel dat je wegvalt in het geheel als je er een beetje naast zit, of als je vals zingt. Er zijn niet veel gelegenheden meer waarin je zó onderdeel wordt van een groep. Veel mensen kijken niet eens meer samen naar de televisie; iedereen heeft zijn eigen kamertje met zijn eigen tv-toestelletje. In een koor sta je met een hele club mensen een machtig geluid voort te brengen.

'Dit is mijn zevende bloemlezing en bij de vorige zes klonk altijd de klacht: waarom staan er alleen maar teksten in, waarom niet ook de noten? Dat kwam omdat de muziekuitgevers geen toestemming wilden geven of veel te veel geld vroegen. Eindelijk begint daar enige verandering in te komen, zodat we nu voor het eerst ook het notenschrift kunnen afdrukken.

'Zelf heb ik een enorme liefde voor dit materiaal. Niet alleen omdat er soms prachtige omslagen voor die bladmuziek werden gemaakt, maar ook vanwege de kwaliteit van die liedjes. Grammaticale fouten in de tekst interesseren me niet. Ik vind dat Johnny Hoes groot gelijk had, toen hij schreef dat er op een zeemansgraf 'nooit geen rode rozen' staan. Hij wist heus wel dat dat taalkundig niet klopte, maar zo werd dat nu eenmaal door veel mensen gezegd. De schrijvers van dit soort liedjes hebben goed geluisterd en goed genoteerd wat mensen zeggen.

'Door de vele verschillende soorten muziek die ik op de radio draai, heb ik geleerd mijn eigen smaak te relativeren. Er is trouwens alle aanleiding om met enige argwaan naar je eigen smaak te kijken, want die is natuurlijk mede een uiting van de sociale klasse waarin je leeft. Je kunt zeggen dat ik qua smaak dichterbij het betere cabaretlied sta dan bij sommige liederen in dit boek. Maar ik kan me heel goed een situatie voorstellen - kerstavond, vrouw weggelopen - waarin ik zou kunnen volschieten bij Eenzame kerst, ook al zal ik André Hazes thuis nooit draaien en ook met enige bevreemding naar die begrafenisrituelen zat te kijken. Zo'n nummer is cultuurgoed geworden dat nu in ons collectieve geheugen zit. Net als al die andere levensliedjes. Dat alleen al is reden genoeg om ze ook in druk vast te leggen, juist nu de muziekuitgevers dat niet meer doen.'