Het beeld

De vergelijking ligt voor de hand, nu Koppensnellers (Talpa) en Koefnoen (AVRO) vlak achter elkaar op zaterdagavond worden uitgezonden. Twee seizoenen geleden deserteerden immers de grootste sterren van de VARA-zaterdagavondhit Kopspijkers, Paul Groot en Owen Schumacher, om op Nederland 2 voor zichzelf te beginnen, onder de naam Koefnoen. Vorig jaar verliet Jack Spijkerman op zijn beurt de VARA om de formule van Kopspijkers onder de naam Koppensnellers vrijwel ongewijzigd te continueren bij Talpa. Beide transfers gingen gepaard met veel misbaar en morele verontwaardiging bij de achterblijvers.

Ned.2 (AVRO), Koefnoen, 11 maart, 21.32u.

Om te beginnen moeten we melding maken van de kijkcijfers, want daar lijkt het allemaal om te draaien. Zaterdag won Koefnoen nipt van Koppensnellers, met 641.000 om 538.000 kijkers. In het laatste seizoen van Kopspijkers werden regelmatig drie miljoen of meer kijkers geteld. Drie en een half miljoen mensen keken afgelopen zaterdag naar de finale van Idols (RTL4), een programma dat dezelfde avond door Koefnoen en Koppensnellers op de hak werd genomen. Het uiteengaan van Spijkerman, Groot, Schumacher en de VARA heeft in ieder geval niet tot meer kijkers geleid, om het voorzichtig uit te drukken.

Maar hoe zit het met de kwaliteit van beide programma's, die hun reputatie danken aan het nauwgezet imiteren van Bekende Nederlanders? Dan is het verschil veel groter. Koppensnellers is sinds de start in januari nog steeds niet erg op stoom. Op een enkele uitzondering na doen dezelfde cabaretiers mee, maar hun teksten zijn minder geïnspireerd, de typetjes minder scherp. Zaterdag waren drie zingende plooirokken van de VVD (de Bifi's) nogal voorspelbaar, net als de stijve mond van Idols-jurylid 'Jerney Kaagman' (Sanne Wallis de Vries). Te verwachten vielen ook 'Jozias van Aartsen' (Thomas van Luyn) en 'Lousewies van der Laan' (Hadewych Minis, nieuweling in het genre), maar gelijkenis, motoriek en tekst vielen tegen.

Koefnoen heeft in beide opzichten een geduchte voorsprong genomen. In de eerste twee afleveringen van het seizoen waren ambachtelijk onberispelijke imitaties te zien van de RTL-hits Baantjer en Boulevard. Vooral handenwerk en mimiek van 'Albert Verlinde' (Groot) en 'Fiona Hering' (Plien van Bennekom) waren onnavolgbaar. Je kunt je wel afvragen wat voor zin het heeft om zo'n pastiche te maken, als er niet meer kritiek wordt geleverd dan op het narcisme van de mensen in beeld en de sponsorgeilheid van de zender. Koefnoen is beter dan vroeger Kopspijkers, wanneer er ook inhoudelijk iets zinnigs beweerd wordt.

Dat lukte zaterdag met de Idols-persiflage, waarin 'Wouter Bos' (Groot) in een strak rood kostuum vlekkeloos een makkelijk in het gehoor klinkend nummertje zong en 'Jan Peter Balkenende' (Schumacher) in een lila Elvis-kostuum, met stropdas eronder, haperend en struikelend Mama Mia uit de ABBA-musical zong. Tachtig procent van het publiek koos voor Wouter, maar Jan Peter bleef koppig en trots doorgaan met het liedje dat hij nu eenmaal het mooist vond, net als de echte premier laatst in de ontbijtshow. Je kreeg sympathie voor de authenticiteit van de verliezer, net als voor de getekende puber JP de MP in Café de Wereld (VARA). Dat dagelijkse imitatieprogramma is eigenlijk nu het beste in zijn soort.