De verlegen vogel lette goed op

Frans Kellendonk, die bekend stond als anti-realistisch schrijver, blijkt de werkelijkheid juist dankbaar te hebben gebruikt.

Frans Kellendonk in 1983 Foto Chris van Houts Houts, Chris van

Daar zit Van Uffel. De praatzieke pederast in antracietgrijs wollen kostuum, die in zijn vrije tijd in scheidsrechtersbroekje vrijende homo's in parken besluipt en ze de stuipen op het lijf jaagt door hard op zijn fluitje te blazen en 'liefde' te gillen. Alles is rond aan B.C. Latour van Uffel, directielid van de bibliotheek: 'God had net een passer gekregen toen hij Van Uffel schiep'.

Althans, dat is het romanpersonage Van Uffel uit de korte roman Letter en Geest van Frans Kellendonk (1951-1990). In werkelijkheid zit op zijn werkkamer de man die diende als inspiratie, Janus Linmans, adjunct-bibliothecaris van de Leidse universiteitsbibliotheek, in een zwart jasje en een zwarte trui, zestig inmiddels. In een boekje over de drie maanden die Kellendonk in de bibliotheek werkte, onthult hij talloze parallellen tussen roman en realiteit. Verrassend is dat Kellendonk, die bekend staat om zijn anti-realistische schrijfstijl en groot beeldend vermogen, zoveel uit de werkelijkheid putte. Groteske personages, somber gebouw, benauwende werksfeer - Kellendonk doet in een paar hilarische en scherp getekende hoofdstukken waar Voskuil zeven delen Het Bureau voor nodig had.

Het romanpersonage schrijft terug. 'Ik was 33 toen, niet rond maar slank, getrouwd en ik maakte me niet schuldig aan nachtelijke wandelingen in scheidsrechtersbroekjes.' Aan Linmans ontleende Kellendonk Van Uffels seminarie-achtergrond: 'Ik had hem verteld dat ik mijn priesteropleiding niet had voltooid, en alleen de kruinschering en eerste lagere wijdingen had ontvangen.' Linmans was ook de man die Kellendonk rondleidde toen hij op 2 januari 1979 begon als vakreferent Engels - net als Van Uffel doet met hoofdpersoon Felix Mandaat, die een betrekking aanvaardt om zich eindelijk eens onder de mensen te begeven.

De schrijver, die op dat moment twee boeken had gepubliceerd, hield het in Leiden maar drie maanden uit - ook dat is een parallel met de wanhopig verlangende Mandaat, die er niet in slaagt zijn eenzaamheid op te heffen. Linmans: 'Kellendonk was een vreemde vogel. Verlegen, iemand die moeilijk contact maakte. Het was iemand die heel erg veel zweeg. Hij zat altijd te observeren. Veel collega's waren daar ongemakkelijk onder. Alsof hun de maat werd genomen voor een volgende roman.' Dat gevoel bleek juist, bij verschijning van Letter en Geest, drie jaar later. De bibliotheekmedewerkers waren not amused. 'Afhankelijk van iemands vocabulaire varieerden de reacties van 'onsympathiek' tot 'schandelijk'.' Van bode Tiny beschrijft Kellendonk zijn 'ronde buikje, dikke achterwerk, zijn aardappelhoofd' en hij noemt hem 'zielig en lelijk'. Linmans: 'Die man kon je uittekenen.'

Bij een ander signaleert Kellendonk de handen op zijn rug, met wriemelende korte vingers, 'net de pootjes van een omgevallen schildpad'. Linmans: 'Ja, die man had ook echt van die schildpadhandjes.' Er is één kleine 'afrekening'. In het boek ontvangt Mandaat brieven ter vertaling van collega Krijtkamp die hij terugstuurt met de aantekening 'Gezien'. Woedende reacties Van Krijtkamp krijgen hetzelfde droge antwoord. Linmans: 'In werkelijkheid moest Kellendonk reeds vertaalde brieven controleren. Het was de gewoonte dat de vakreferent Engels dat deed. Maar conservator Witkam had weer aanmerkingen op Kellendonks correcties. Dat was een onaangename strijd, die net als in het boek met interne post werd gestreden.' Drie keer kwam Kellendonk bij Linmans langs om zijn functieomschrijving te laten aanpassen. Linmans laat het contract zien dat Kellendonk ondertekende. Onder zijn handtekening schreef hij - 'Met dien verstande dat voor punt 4.3. een nieuwe regeling wordt getroffen.'

Aan het eind van het boek, als zijn verlangen naar eenwording is gestrand, ziet Mandaat zijn collega's in zijn verbeelding als een 'Gemeenschap van Heiligen'. Uit die groep treedt een klein Indisch meisje naar voren, wat Mandaat 'een prachtig en meteen al hopeloos gevoel' bezorgt. Linmans noemt het een 'huiveringwekkend toeval' dat Kellendonk haar koos, want zij is herkenbaar als Sylvia van der Hoeven, die in 1995, net als de schrijver, zou overlijden aan aids. 'Zonder dat hij het wist, heeft hij een monumentje voor haar opgericht.'

Janus Linmans: 'Legato con amore in un volume'. Uitgeverij Kopwit, 10,- (alleen verkrijgbaar bij Universiteitsbibliotheek Leiden)