Conlon vaker terug in Rotterdam

De Amerikaanse dirigent James Conlon versterkt opnieuw de banden met het Rotterdams Philharmonisch, waarvan hij tussen 1983 en 1991 de chef was. In 2003 stond hij weer voor het orkest, dat het 85-jarig bestaan vierde met tal van ex-chefs. Het afgelopen weekeinde was Conlon terug voor twee concerten in Rotterdam en één in Essen. En volgend jaar mei dirigeert hij het orkest in Mahlers Vijfde symfonie, in Rotterdam en op tournee.

Conlon dirigeerde een fraai geprogrammeerd concert met de Vijftiende symfonie van Sjostakovitsj en de Vijfde symfonie van Tsjaikovski. In zijn laatste symfonie uit 1971 citeerde Sjostakovitsj niet alleen de Vijfde van Tsjaikovski, maar ook muziek van Rossini, Wagner en van zichzelf. Hij volgt Mozart, die in de souperscène van Don Giovanni muziek laat klinken van Vicente Martin, Giuseppe Sarti en van zichzelf, uit Le nozze di Figaro.

Ondanks de toevoeging van allerlei citaten is Sjostakovitsj' Vijftiende het skelet van een symfonie, een bijna kaal werk met spaarzaam aangebrachte noten, zonder de bombast die Sjostakovitsj vaak wordt aangerekend.

Conlon kwam in deze uitgebeende muziek tot een scherp gesneden uitvoering met veel orkestrale virtuositeit en subtiele klankverschuivingen. Het was soms kil en klinisch, maar ook effectvol in het contrast tussen schrille, schelle passages en donkere, duistere maten, zoals in het tweede deel, waar Marien van Staalen zijn cello sonoor deed sidderen.

Tsjaikovski's Vijfde, waarin de dreigende catastrofe van de Zesde symfonie 'Pathétique' zich onmiskenbaar aandient, kreeg wat grove contouren en in de getourmenteerde delen een niet altijd goed mengende strijkersklank: wat meer 20ste- dan 19de-eeuws.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. James Conlon. Gehoord: 10/3 De Doelen Rotterdam.