Coetzee's beeld van 'de neger'

Een zittende Afrikaanse reus van 5,5 meter hoog domineert het podium in het toneelstuk Robinson Crusoë, de vrouw en de neger. Het enorme beeld is een krachtig symbool voor een van de problemen van de koloniale literatuur die Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee constateert in zijn korte roman Foe (1986): wie een blanke man opvoert in een roman, schept een individu. Wie een zwarte man opvoert, schept een model dat symbool staat voor alle zwarten. Verder hekelt Coetzee in zijn boek de neiging van blanke schrijvers om zwarte personages van hun eigen stem te beroven. Er wordt de hele tijd óver hen gesproken. Doordat de zwarte moet zwijgen, kunnen de blanken van alles op hem projecteren: trouwe bediende, woeste minnaar, kannibaal, liefhebbend huisdier, slachtoffer, probleem.

Foto Andreas Pohlmann Münchner Kammerspiele "Robinson Cruso, die Frau und der Neger" Nach dem Roman "Foe" von J. M. Coetzee In einer Bühnenfassung von Pieter De Buysser Uraufführung am 4. März 2006 um 20 Uhr im Schauspielhaus Eine Produktion von NTGent und den Münchner Kammerspielen Koproduktion mit Grand Théâtre de la ville de Luxembourg Regie: Johan Simons Bühne: Marc Warning Kostüme: Nadine Gradinger Licht: Max Keller Dramaturgie: Marion Tiedtke, Koen Tachelet Mit Betty Schuurman © Andreas Pohlmann, Herzogstr. 59, 80803 München, Tel.: 089/39 00 44, Konto: 65 122 06, BLZ 500 400 00 (COBA) Pohlmann, Andreas

Foe is een commentaar op het boek Robinson Crusoë (1719) van Daniël Defoe. Coetzee voegde aan dit beroemde verhaal een vrouw toe die de verrichtingen van schipbreukeling Crusoë en zijn slaaf Vrijdag op hun onbewoonde eiland ironisch gadeslaat. Als ze wordt gered, vertelt ze het verhaal aan Defoe, die het dankbaar gebruikt. Hij schrapt wel meteen het personage van de vrouw. Dan ontspint zich een betoog tussen de schrijver en zijn personages. Het thema van ' de neger' of 'de ander' in fictie is slechts een van de onderwerpen, het gaat vooral over de worsteling van de schrijver met zijn materiaal. Foe is een typische postmoderne roman over schrijven. Bewust wordt steeds het kunstmatige van verhaal en personages benadrukt.

Kortom, een essayistisch boek dat zich slecht leent voor een toneelbewerking. Toch maakten regisseur Johan Simons en schrijver Pieter de Buysser een Duitstalige toneelversie voor de Münchner Kammerspiele en NTGent. Simons worstelt met het verhaal zoals de schrijver dat doet op toneel, hij slaagt er hoogstens in wat humor en levendigheid toe te voegen. De vrouw wordt om onduidelijke reden gespeeld door twee actrices, Sylvana Krappatsch en Betty Schuurman. De kloof tussen voorstelling en publiek tracht Simons te dichten door het inschakelen van actrice Julika Jenkins als verteller. Acteur André Jung speelt zowel Crusoë als Defoe. De hele voorstelling door is hij druk aan het koken aan twee moderne kookeilandjes. De schotels die hij bereidt, zet hij neer voor het publiek, dat niet toetast: een metafoor voor het zinloze scheppen, en voor het mislukken van dit toneelstuk, die zo levenloos blijft als het beeld van de Afrikaan.

Voorstelling: Robinson Crusoë, de vrouw en de neger van J.M. Coetzee door Münchner Kammerspiele/ NTGent. Gezien: 11/3 NTGent. Te zien: 21-22 /3 Amsterdam. 7-8/4 Rotterdam. Inl. www.ntgent.be.