Zorgeloos schaak

Je springt wat rond en verzint een list: schaken kan dichterlijk zijn, schrijft Hans Ree

Vorig jaar vroeg de Russische schaakjournalist Misja Savinov aan Levon Aronian of zijn stijl overeenkwam met die van Bent Larsen. Aronian gaf een merkwaardig antwoord, waarvan je je af kan vragen of Larsen er blij mee is: 'Ja, ik houd er van om met mijn paarden wat rond te springen en de pionnen naar voren te stoten. Meestal maakt dat mijn stelling gewoon beroerd. Maar dan probeer ik actief spel te creëren, de spanning te vergroten, trucjes te bedenken. Ik houd van rare stellingen.'

Van iemand die kort daarna op de vijfde plaats van de wereldranglijst zou komen, klinkt dat wel erg frivool. Je springt wat rond en gooit wat naar voren en als het mis lijkt te gaan verzin je een list en komt alles in orde. Het doet denken aan de regels van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky: 'Dichten is net als koken:/ je pleurt maar wat in de pan/ als je koken kan.'

Je hebt in het schaken de wetenschappers, zoals Botwinnik, Fischer en Kasparov, en de spelletjesmensen. Anatoli Karpov was een spelletjesfanaat die zich met evenveel winstwil op een flipperkast stortte als op een partij om het schaakwereldkampioenschap. Toen hij in 1992 in Linares een kandidatenmatch tegen Nigel Short had verloren bleef hij de hele nacht in de lobby van het hotel backgammon spelen met de schaaktoerist Rolf Schreuder, iemand die tegenwoordig vooral als pokerkampioen furore maakt.

Karpov was goed in backgammon, maar Rolf was een prof. Tegen de ochtend tekende Karpov, die geen geld bij zich had, een schuldbekentenis voor een paar honderd dollar. 'We zien elkaar nog wel', zei hij. Dat was ook zo, maar Rolf inde zijn geld niet, want hij vond dat de schuldbekentenis van Karpov als verzamelaarsobject meer waard was.

Aronian is ook een spelletjesmens. Hij is misschien de beste speler van Fischerandom ter wereld en hij schijnt ook heel bedreven te zijn in het doorgeefschaak, een spel dat aan twee borden wordt gespeeld. De stukken die je aan je eigen bord geslagen hebt, geef je door aan je partner aan het andere bord.

In het Corustoernooi in Wijk aan Zee leek het of Aronian met zijn frivole opvattingen toch iets te kort kwam tegen de allerbeste schakers, maar nu in Linares gaat het prima. Na 12 ronden stond hij met 7 punten op de tweede plaats, een half punt achter op Peter Leko en een half punt voor op Teimoer Radjabov en op Veselin Topalov, die zich na zijn rampzalige Mexicaanse eerste helft had hervonden en in Linares begon met drie overwinningen.

In de twaalfde ronde leek Aronian spelenderwijs te winnen van Vallejo Pons. Vallejo gebruikte bijna al zijn bedenktijd, Aronian speelde in bliksemtempo. Ik dacht dat hij alles of in ieder geval heel veel thuis voorbereid moest hebben, maar Genna Sosonko sprak me met grote beslistheid tegen: 'Nee, zo is Aronian niet. Hij is een genie en hij speelt gewoon wat hem invalt.'

Het is moeilijk te geloven, maar misschien is het waar.

Aronian - Vallejo Pons, Linares 11de ronde

1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pc3 c6 Het heeft voor zwart bepaalde voordelen om met deze drie pionzetjes te beginnen, maar er is ook een nadeel: wit kan reageren met een gevaarlijk gambiet. 4. e4 dxe4 5. Pxe4 Lb4+ 6. Ld2 Dxd4 7. Lxb4 Dxe4+ 8. Le2 Pa6 Het nemen van de tweede pion met 8...Dxg2 wordt algemeen als suicidaal beschouwd. 9. Ld6 e5 Zwart heeft hier allerlei mogelijkheden, maar steeds loopt hij het gevaar om snel en mooi te verliezen. 10. Pf3 Lg4 11. 0-0 0-0-0 12. Ld3 Df4 13. Lxe5 Dxe5 14. Pxe5 Lxd1 15. Lf5+ Wit kan natuurlijk simpel remise maken met 15. Taxd1, maar dat wil hij niet. 15...Kc7 16. Pxf7 Dit kwam voor het eerst voor in Tal-Dorfman, Tblisi 1978, waar wit na 16...Pe7 17. Lxh7 in het voordeel kwam. In een latere partij Bacrot-Tregubov, Corsica 2005, wist zwart remise te maken met 16...Ph6 17. Pxh6 Lh5 18. Lg4 Lxg4 19. Pxg4 Td2. 16...Lh5 17. Pxd8 Kxd8 18. g4 Ph6 19. Tad1+ Kc7 20. Td7+ Kb6 21. Txg7 Pxf5 22. gxf5 Tf8 23. Te1

<v>23...Pc5 Hierna gaat het mis met zwart. Zijn enige kans was 23...Txf5, hoewel wit dan na 24. Tee7 beter blijft staan. 24. b4 Pd3 25. Tee7 Pxb4 26. Txb7+ Kc5 27. Tg5 Deze venijnige zet had zwart over het hoofd gezien. Hij verliest een stuk. 27...Lf3 Na 27...Le2 28. f6+ Kxc4 29. f7 beslist wits f-pion. 28. f6+ Kxc4 29. Tf5 Ld5 30. Tf4+ Kc3 31. Tbxb4 Lxa2 32. Ta4 Lf7 33. Txa7 c5 Hij had nog een primitief valletje kunnen stellen met 33...Tg8+, hopend op 34. Kf1 Lc4+ 35. Ke1 Tg1 mat, maar wit zou natuurlijk 34. Kh1 spelen. 34. f3 c4 35. Kf2 Kb3 36. Tb7+ Zwart gaf op.