Vredesleger Afrika kan niets uitrichten in Darfur

De vredesmacht van de Afrikaanse Unie in Darfur is niet uitgerust voor haar taak. Onder de lidstaten bestaat echter aarzeling over robuust optreden in Darfur.

Troepen van de Afrikaanse Unie (AU) kunnen en willen nog geen vrede afdwingen op hun continent. De AU stuurde anderhalf jaar geleden 7.000 man vredestroepen naar de West-Soedanese regio Darfur om toe te zien op een vredesbestand, waaraan geen enkele partij zich inmiddels nog houdt. De AU-troepen hebben niet het juiste mandaat, het materieel, de financiën en de politieke wil om effectief te opereren in een oorlogssituatie. Daarom kwam de veiligheidsraad van de AU gisteren in Addis Abeba bijeen om te praten over de toekomst van de vredesmissie.

De eerste vredestaak die de AU sinds haar oprichting in 2002 op zich nam, was in Burundi. De pan-Afrikaanse organisatie nam het voortouw door het zenden van voornamelijk Zuid-Afrikaanse troepen naar het kleine land waar al lang een vredesakkoord van kracht was. Zoals voorzien namen de Verenigde Naties later de vredesmissie van de AU over. Ook in Darfur bestonden gelijksoortige plannen: na een vredesakkoord zouden de financieel veel krachtiger VN de fakkel overnemen.

Zevenduizend militairen in een gebied zo groot als Frankrijk is te weinig. De AU-troepen in Darfur hebben onvoldoende helikopters om bij gevechten snel ter plaatse te zijn. Alleen rijke landen buiten Afrika beschikken over moderne militaire technologie voor zo'n vredesoperatie. Zo mogelijk nog belangrijker is het gebrek aan goede informatie: de AU heeft geen geheime diensten die kunnen spioneren. Voor een efficiënte vredesmacht die moet opereren in een gebied zonder vrede is westerse betrokkenheid een vereiste.

De Soedanese regering verzette zich destijds met hand en tand tegen de komst van een AU-vredesmacht. Pro-regeringskranten schreven met venijn over soldaten van Rwanda en Nigeria die aids naar Soedan kwamen brengen. Eenmaal ter plaatse bleef de Soedanese overheid hen dwarsbomen door import van bepaald militair materieel te verbieden en door de AU-vredesmacht brandstof te onthouden. Soedanese regeringsmilitairen schilderden hun voertuigen in dezelfde kleuren als die van de AU, waardoor de geloofwaardigheid van de vredessoldaten in gevaar kwam.

In de top van de AU zijn ambtenaren de tegenwerking van Soedan al lang beu. AU-secretaris-generaal Alpha Oumar Konaré en zijn medewerkers wilden daarom al veel eerder de VN betrekken bij de vredesmissie in Darfur. Onder de AU-lidstaten bestaat echter veel minder bereidheid robuust in Soedan op te treden. Eerdere beloftes ten spijt heeft de Soedanese regering nooit de geallieerde Arabische militie Janjaweed ontwapend. De eerste taak van een sterke vredesmacht zou de ontwapening van de Janjaweed moeten zijn, maar dat zou tot een confrontatie kunnen leiden met de regering.

De huidige internationale respons heeft de oorlog in Darfur niet kunnen stoppen, integendeel, de strijd breidt zich uit naar buurland Tsjaad. VN-afgezant Jan Pronk noemde de vredesoperatie onlangs een lachertje: 'Het enige dat we deden was de brokstukken verzamelen en doormodderen, we deden te weinig te laat'. Nog dagelijks sterven er Darfuri's door geweld en twee miljoen ontheemden leven in kampen aan een infuus van hulporganisaties. Een vredesmacht met een sterker mandaat om de bevolking te beschermen en de Janjaweed te bestrijden lijkt een dringende noodzaak, maar is binnen de Afrikaanse diplomatie nu nog onhaalbaar.