Vliegtickets wel zelf betalen, graag

Hockeyinternational Sander van der Weide (29) speelt sinds anderhalf jaar in Spanje. Maar wie betaalt zijn vliegtickets? Over de grijze zone van het tophockey.

Mark Hoogstad

Sander van der Weide Foto Dijkstra OLYMPISCHE SPELEN HOCKEY Sander van der Weide, speler van het nationale hockeyteam dat uitkomt op de Olympische Spelen in Australie. Dijkstra bv

Voor een beetje profvoetballer staat het vliegtuig te allen tijde klaar. Internationals worden indien nodig per privé-jet van A naar B vervoerd, op kosten van de bond en/of de club. Maar wie betaalt de vliegtickets van een semi-professioneel hockeyer, die zijn geluk in het buitenland beproeft maar geregeld in Nederland moet zijn voor een training of een wedstrijd met de nationale ploeg?

Sander van der Weide speelt sinds anderhalf jaar in Spanje, bij Real Club de Polo in Barcelona. Zijn tickets moet de 236-voudig international zelf betalen. 'De bond was bereid het eerste jaar voor zijn rekening te nemen, daarna hield het op. Ik kon de kosten betalen van m'n NOC*NSF-onkostenvergoeding (350 euro per maand, red.), zeiden ze. Maar die kosten (telefoon, benzine, red.) maak ik al, de tickets komen daar bovenop.'

Van der Weide riep de hulp in van een advocaat, die tot een vergelijk probeerde te komen met de Nederlandse hockeybond (KNHB). 'Ik wilde afstand nemen van die zaak. Maar het eind van het liedje was dat de bond mijn kosten niet wilde vergoeden. Ik had gekozen voor Spanje, het was mijn probleem.'

Uiteindelijk bood zijn club uitkomst: de omni-sportvereniging bleek bereid een klein deel van de kosten te betalen voor de 29-jarige verdediger uit Boxtel, die schat dat hij 'tien tot twaalf keer per jaar' op en neer moet vliegen. 'Polo wil een goede verstandhouding met de Nederlandse bond, in de hoop dat er meer Nederlandse topspelers onze kant opkomen. Maar Roelant (bondscoach Oltmans, red.) zegt: prima, maar voor elke centrale training moet je in Nederland zijn. Voor sommige jongens is dat een belangrijke reden om niet naar Spanje te gaan. Bovendien: in het buitenland ben je uit beeld, met als gevolg dat je je extra moet bewijzen zodra je weer even terug bent.'

Ter compensatie overweegt de hockeybond hem studiebegeleiding aan te bieden, voor het vak (statistiek) dat de student internationale betrekkingen nog niet op zak heeft. 'Daar ben ik blij mee, alleen blijft het vreemd dat elke andere nationale bond wél de vliegkosten van zijn spelers uit het buitenland betaalt. Ik heb het aan Christian Wein en Mark Pearn gevraagd, en zowel de Duitse als de Engelse hockeybond vergoedt de kosten. We praten over 1.500 tot 2.000 euro. Dat is voor mij veel geld, voor de bond waarschijnlijk niet. Maar ze vrezen een precedentwerking, vermoed ik.'

De professionalisering schrijdt voort in het tophockey, al is anno 2006 in veel gevallen nog sprake van een grijze zone. Van der Weide heeft woensdag op Schiphol, vlak voor de terugreis naar Barcelona, de concept-tekst in handen van de nakende overeenkomst tussen de bond en de spelers van het Nederlands elftal. Centraal staan de portretrechten. 'Het gaat niet zozeer om geld als wel om vrijheid. Dat wij de mogelijkheid hebben om, buiten de bond om, iets te doen voor een bepaalde sponsor.'

Een bedrijf drukte onlangs - zonder zijn toestemming - een foto van hem en collega-vrouweninternational Maartje Scheepstra af bij een advertentie. Komende week hoopt de belangenbehartiger van de Nederlandse hockeyers, ex-speler Diederik Donk, de zaak in der minne te schikken. Van der Weide: 'Die centen zijn niet het belangrijkste, het gaat om het principe: wat mag en kan wel? Bij andere sporters lijkt dat beter geregeld dan bij ons. We willen duidelijkheid.'

Met lichte verbazing nam Van der Weide, al bijna tien jaar international, onlangs kennis van de woorden van bondsvoorzitter André Bolhuis, opgetekend in het huisorgaan van de KNHB, Hockey Magazine. Daarin beklaagt de oud-international zich over het feit dat hij tegenwoordig aan tafel moet met de advocaat van de internationals, en niet meer met de spelers zelf. Ook betreurt Bolhuis hun vermeende inhaligheid: 'De spelers van Oranje vinden dat ze enorm veel waard zijn. Zij denken dat de hockeybond op hun successen drijft.'

Reactie van Van der Weide: 'In zijn tijd deed je na een wedstrijd 'zaken' met de bondsbestuurders aan de bar, tegenwoordig werkt dat niet meer zo. We moeten ons wel zakelijk opstellen, dat doet de bond ook, en dat vind ik ook terecht. Bolhuis zal het ongetwijfeld beter weten dan ik, maar mijn gevoel zegt dat wij het uithangbord zijn, voor wie de mensen naar het stadion komen bij een groot internationaal toernooi.'

In hetzelfde vraaggesprek stelt Bolhuis ook dat de mannenploeg de laatste jaren minder arbeid heeft verricht dan de vrouwen. Van der Weide: 'De dames hadden ook een grotere inhaalslag te maken. Daar is, door meer te trainen, een grotere winst te behalen dan bij de heren. Bovendien: wie was er de afgelopen jaren verantwoordelijk voor het beleid? Maar ik ben het eens met Bolhuis als hij zegt dat er harder getraind kan worden; op het gebied van kracht- en looptraining valt nog veel te winnen. In de finale van de laatste Champions Trophy merk je dat bij ons de brandstoftank veel eerder leeg is dan bij de Australiërs.'

Van der Weide is nog niet van plan Spanje de rug toe te keren. 'Mijn vriendin en ik hebben besloten ons daar te vestigen.' Vorig jaar zette hij een bedrijfje op, Sports in Spain geheten, dat de begeleiding van sportteams of sporters tijdens een oefenstage in Spanje verzorgt. In die hoedanigheid regelde hij deze winter het verblijf van nagenoeg alle hoofdklassers, die in Catalonië overwinterden. De vliegtickets betaalden de clubs zelf.