Tussen Adidas en Nirvana

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende en geoefende lezers? Welke hebben de 'literaire X-factor'? De aanstaande Boekenweek, gewijd aan muziek, brengt Pieter Steinz bij Nick Hornby's About a Boy

,,Ik schrijf omdat ik niet kan componeren', zei de Engelse satiricus Nick Hornby toen hem gevraagd werd wat hij het liefst was geworden, voetballer, schrijver of musicus. ,,Alles wat ik doe is een poging om wat ik hoor in woorden te herscheppen.'' Hornby's uitspraak weerspiegelt het verlangen van veel schrijvers om in hun romans de emotionele impact en de abstracte schoonheid van muziek te benaderen. In dat opzicht (maar in weinig andere!) is hij een erfgenaam van Marcel Proust, die in De kant van Swann (1913) probeerde de verhevenheid van het werk van een fictieve componist in woorden te vatten, en van James Joyce, die een hoofdstuk van zijn experimentele roman Ulysses (1922) in de vorm van een fuga goot.

Eigenlijk is het maar goed dat Hornby als musicus is mislukt. Anders hadden we nooit kunnen genieten van romans als High Fidelity en About a Boy, tragikomische zedenschetsen van Engeland in de jaren negentig die zich even goed laten lezen als ontwikkelingsromans. In About a Boy volgen we het gestuntel van de onvolwassen popfanaat Will Freeman, wiens rotzooi-vrije en audiovisueel geperfectioneerde bestaan in de war wordt geschopt. Will wil liefde (of liever: seks), en als dertiger zonder baan en met een voornamelijk getrouwde kennissenkring moet hij vreemde capriolen uithalen om een partner te vinden. En zo doet hij zich voor als gescheiden vader om in contact te komen met de vrouwelijke leden van een praatgroep voor alleenstaande ouders. Zijn in eigen ogen overtuigende gegoochel met niet-bestaande vrouwen en kinderen ('Hij was geen oplichter. Hij was Robert de Niro') wordt al snel doorzien, maar brengt hem in contact met de suïcidale post-hippie Fiona ('with her seventies albums, eighties politics and nineties foot lotion') en haar wereldvreemde zoontje Marcus.

De langzaam groeiende vader-zoonverhouding tussen Will en Marcus is de kern van About a Boy. Tegen zijn wil begint de tevreden egoïst zich het lot aan te trekken van het zielige jongetje, dat op school geen leven heeft omdat hij de verkeerde schoenen draagt en niet weet wie de zanger van Nirvana is. Marcus leert van Will het verschil tussen Adidas en Kurt Cobain; Will leert door de omgang met Marcus wat verantwoordelijkheid is en, niet te vergeten, wat de directe voordelen daarvan kunnen zijn in het dagelijks leven.

Hornby's humor is te vinden in de details - in de vederlicht-diepzinnige oneliners ('He was one of life's visitors; he didn't want to be visited'), in de tot in het absurde doorgevoerde overpeinzingen van de personages, in de beschrijving van Will die een gloednieuw kinderautostoeltje met chips en chocola bewerkt om niet als vader door de mand te vallen. Maar de kracht van About a Boy zit hem vooral in Hornby's laconieke stijl en in de vloeiende perspectiefwisselingen - van de prozaïsche Marcus naar de naïeve, zelfgenoegzame Will. Al na minder dan vijftig bladzijden heeft Hornby twee onwaarschijnlijke figuren veranderd in round characters die schreeuwen om meeleven.

,,About a Boy gaat niet over zegeningen van het vaderschap of family life,'' zei Hornby in 1999; ,,eerder over de vergeefse poging van iemand om het echte leven buiten de deur te houden. Voor Will is Marcus de microbe die de buitenwereld bij hem binnen brengt. Maar wie zich op de vlakte houdt, doet zichzelf tekort. Het is net als in een partijtje voetbal: je kunt in de verdediging gaan en hopen dat je er een gelijkspel uitsleept, maar het is lonender, en in elk geval een stuk enerverender, om aan te vallen - zelfs al geef je daarbij van tijd tot tijd je dekking prijs.'' Reacties: steinz@nrc.nl