Stork moet buigen, graag of niet

Stork moet eerst van de beurs gehaald en daarna opgesplitst worden, vinden grote aandeel- houders. Zelf heeft het bedrijf zijn twijfels. Net als de kleine beleggers. 'Moeten we ons uitleveren aan Engelsen en Amerikanen.'

Uiteindelijk volstond het vriendelijk nee schudden met haar hoofd. Mina Gerowin, die de kritische aandeelhouders Centaurus Capital en Paulson gisteren vertegenwoordigde op de aandeelhoudersvergadering van Stork, wilde niet zeggen wat de twee hedge funds exact als verborgen waarde in Stork zien zitten.

Directeur Peter Paul de Vries van de Vereniging voor Effectenbezitters had het haar nog wel allerhoffelijkst gevraagd en niet met zijn karakteristieke snerpende stem waarmee hij het geduld van president-commissaris Simon de Bree en bestuursvoorzitter Sjoerd Vollebregt eerder op de ochtend al weer danig op de proef had gesteld.

Maar nee dus. Gerowin volstond met de verklaring die zij vijf minuten eerder had uitgesproken. En dat was eigenlijk al heel wat voor een manager van de hedgefunds, die zich graag zoveel mogelijk buiten de schijnwerpers ophouden. Paulson & Co en Centaurus, die samen naar schatting twintig procent van de aandelen van Stork bezitten, waren half februari verantwoordelijk voor de stap van Stork om een vertrek van de beurs te onderzoeken.

Het magische woord in haar verklaring: de conglomeraatsdiscount. Gerowin, die werkt voor Paulson, zei dat de twee aandeelhouders zeer onder de indruk zijn van de turnaround en van de koersstijging die Stork onder Vollebregt heeft gemaakt. Die complimenten kon Vollebregt in zijn zak steken, want bij andere bedrijven die onder vuur liggen van kritische aandeelhouders zoals VNU en CSM krijgen de managers vaak heftige kritiek.

Maar dan de grote maar: 'Als je kijkt naar concurrenten van alledrie de activiteiten, dan is Stork nog steeds duidelijk ondergewaardeerd', zei ze. Om daarna toe te lichten wat de markt allemaal nog meer onderwaardeert in het bedrijf. Zoals de opdrachten die Stork zowel voor civiele als militaire vliegtuigen in de pijplijn heeft, de stabiele opbrengsten van Technical Services en al het vastgoed dat nog niet op marktwaarde is gewaardeerd. 'En die onderwaardering beperkt het management in zijn mogelijkheden om groei na te streven, bijvoorbeeld via acquisities met aandelen. We zijn dus blij dat het bestuur erkent dat het nodig is om een vertrek van de beurs te onderzoeken.' En na al die complimenten deed ze er verder het zwijgen toe in de meer dan vijf uur durende vergadering.

Vollebregt had meer uit te leggen. Namelijk waarom hij op 14 februari het onderzoek naar de beursexit aankondigde, terwijl hij nog maar twee weken eerder daarover niets had gezegd bij de presentatie van de jaarcijfers. Daar had hij wel zijn nieuwe strategie verteld, die erop neerkwam dat het bedrijf de divisie Worksphere en de divisie die textieldrukmachines produceert, gaat verkopen. Stork wil door met de drie heel verschillende divisies Aerospace, Food Systems en Technical Services. 'In de gesprekken die wij na 1 februari met aandeelhouders voerden, hebben meer aandeelhouders met een duidelijke positie de beursexit aangestipt', zei hij. 'Dan moet je dat serieus nemen, een onderzoek is nu op zijn plaats.' Even later zei president-commissaris De Bree dat de commissarissen al sinds 2003 regelmatig over een beursexit hebben gesproken, 'maar we hebben nooit een concrete beslissing genomen om het ook te onderzoeken'.

Bij een vertrek van de beurs ligt een overname door een investeringsmaatschappij voor de hand, maar die sector is juist gespecialiseerd in het opbreken van bedrijven. En waarom zouden ze dat niet doen met een bedrijf dat onderdelen voor vliegtuigen als de Airbus of de Joint Strike Fighter bouwt, kippenslachtmachines maakt en petrochemische installaties onderhoudt?

Vollebregt wil er niets van horen. Hij bleef eindeloos herhalen dat zijn strategie berust op de drie divisies. 'Daarover zijn we in die dertien dagen niet van gedachten veranderd. Als partijen willen opsplitsen of maar een van de onderdelen willen kopen, zijn wij niet geïnteresseerd om met ze te praten.'

Lang niet alle aandeelhouders zitten op een vertrek van de beurs te wachten. Onder de aanwezigen waren veel kleine, uiterst trouwe aandeelhouders die duidelijk maakten dat ze het maar niks vonden als weer een bedrijf dat Nederlandse industriële trots vertegenwoordigt van de beurs verdwijnt.

'Mijn naam is Heringa. Mijn grootvader is nog betrokken geweest bij de omvorming van het familiebedrijf Stork tot een NV. De aandelen van mijn grootvader heb ik nog steeds', zo stelde een van de aanwezigen zich voor. Om te vervolgen: 'De filosofie van dit bedrijf was altijd 'geen strijd, maar samen'. Moeten we ons dan nu uitleveren aan Engelsen en Amerikanen, die daar geen boodschap aan hebben.'

    • Daan van Lent