Schimmel op de literatuurlijst

Volgens mevrouw prof. M. Mathijsen bestaat geld evenmin als klassieke literatuur echt, maar worden beide gewoon gemaakt (W&O 4 maart). Ik wil haar graag geloven voor de literatuur, want dat is haar vak en daar weet ik weinig van. Wat ik echter wel meen te weten is dat haar vergelijking met geld eigenaardig is, om niet te zeggen hoogst twijfelachtig, in het licht van de bestaande geldtheoretische kennis.

Natuurlijk wordt geld gemaakt. In monetaire vakkringen spreekt men zelfs van geldschepping en de geldstatistieken laten met grote nauwkeurigheid zien om welke bedragen het daarbij gaat. Deze statistieken vertellen ook dat de metalen schijfjes en het papieren geld van mevrouw Mathijsen maar een klein gedeelte uitmaken van alle geld in omloop, dat voornamelijk bestaat uit niet-tastbaar geld. Dat zijn de tegoeden bij bank en giro: de populairste middelen om te betalen. Naast dit waarneembare geld waarvan behalve mevrouw Mathijsen slechts weinigen het bestaan in twijfel zullen trekken, is er de meer filosofische vraag waarom dit alles in de moderne samenleving als betaalmiddel kan fungeren. Voor de verklaring hiervan bestaan verschillende hypothesen. De meest gebruikelijke is dat de aanvaarding van dat op zichzelf waardeloze spul als ruilmiddel voortvloeit uit de bereidheid in onze samenleving deze ruilmiddelen zonder reserve te accepteren als kwijting. Een soort sociaal-psychologisch fenomeen derhalve. Heel treffend spraken oude monetaire denkers als de Oostenrijker F. von Wieser in dat verband wel van Massengewohnheit der Annahme. De sprong van deze onomstotelijke monetaire zienswijze naar de hoopjes bedrukt papier waarvan de symboolwaarde ze tot klassieke werken stempelen is groot. Echter, de vergelijking met geld lijkt onzin. Geldgebruik berust niet op afspraken, zoals zichtbaar wordt als het vertrouwen in de algemene aanvaardbaarheid stokt. Ik mag toch aannemen dat de vaststelling van een literaire canon niet gebeurt op grond van maatschappelijk vertrouwen maar op grond van kwaliteit in de ogen van de mandarijnen in de letterkunde. Bij geld ligt dat wezenlijk anders en mevrouw Mathijsens metafoor is dan ook vals en misleidend.