Risico van vogelgriep juist groot in pluimveesector

In de berichtgeving over de vogelgriep is de aandacht in grote mate gevestigd op de rol die wilde vogels spelen in het ontstaan en de verspreiding van die ziekte.

Zo wordt in NRC Handelsblad van 24 februari gesuggereerd dat het H5N1-virus is ontstaan in het natuurreservaat Qinghai in China. In een ingezonden brief (25 februari) stelt pluimvee-etholoog Van Rooijen echter dat het virus in dat reservaat terecht is gekomen als gevolg van de verspreiding aldaar van pluimveemest.

In bovengenoemd artikel, waarin een persbericht van het WHO wordt aangehaald, wordt geschreven dat watervogels resistent zijn geworden voor het H5N1-virus, maar het ondertussen wel kunnen verspreiden. Als we het persbericht van het WHO daarop nalezen, blijkt deze eigenschap echter met name van toepassing op gedomesticeerde eenden, pluimvee dus. Dat pluimvee zou bijdragen aan instandhouding van vogelgriep met als gevolg onvoorspelbare mutaties van het virus.

Ook als het gaat om de verspreiding van het virus, gaat de aandacht met name uit naar wilde vogels. Zo worden verspreidingsprognoses gekoppeld aan verwachte trekbewegingen van wilde vogels (zie de uitspraken van minister Veerman).

Het is ons inziens niet gerechtvaardigd om de aandacht te beperken tot wilde vogels. Al was het maar omdat de uiteindelijke risico’s van vogelgriep niet zo zeer liggen in de verspreiding van het H5N1-virus, maar in het evolueren van dat virus tot een virus dat lijkt op de Spaanse griep. Dat wil zeggen een virus dat zich makkelijk van mens tot mens kan verspreiden en dat wellicht veel fataler is dan de griepvirussen waar we aan gewend zijn. Het risico dat dat gebeurt, is met name groot in situaties waarin mens en pluimvee veel met elkaar in contact zijn, dus met name in de pluimveesector.

Verspreiding door wilde vogels moet natuurlijk niet bij voorbaat worden uitgesloten, maar de mogelijkheid dat de pluimveesector zelf een rol speelt (bijvoorbeeld door het transport), wordt vrijwel genegeerd. Natuurlijk zullen maatregelen als transportbeperkingen of ontruiming van pluimveebedrijven ernstige economische gevolgen hebben. Maar kunnen we het ons wel permitteren om dat soort maatregelen uit de weg te gaan? In plaats daarvan vaccineren we de kippen en wachten en bidden we tot de wilde vogels weer gaan trekken.