Rechts Spanje zoekt complot

Twee jaar na dato zien de Spaanse conservatieven nog steeds een duister complot achter de aanslagen van 11 maart 2004.

Op de forensenstations waar twee jaar geleden 191 doden en 1500 gewonden vielen werden de afgelopen dagen bloemen gezet en kaarsen gebrand. Om twaalf uur vandaag was er een kranslegging in het Retiropark, niet ver van het Atochastation waarde meeste slachtoffers vielen. Bescheiden herdenkingen: de meeste slachtoffers van '11-M', zoals de aanslagen in Spanje bekend staan, willen hun leven zoveel mogelijk hun leven weer oppakken .

Aanzienlijk minder ingetogen is nog steeds het wapengekletter rond de vele open vragen over de tot dusver grootste aanslag toegeschreven aan een salafistische terreurgroep in Europa. Wie zijn de daders achter 11-M? Een filiaal van de Marokkaans-islamitische strijdersgroep, waarvan zeven leden zichzelf opbliezen twee weken na de aanslag, oordeelt de Spaanse onderzoeksrechter Juan del Olmo die het monsterproces in de zaak voorbereid. Maar wie zijn de werkelijke daders, vraagt de conservatieve Partido Popular nu al twee jaar lang op hoge toon aan de regering van premier José Luis Rodríguez Zapatero.

In conservatieve kring doet een verhaal de ronde waar de plot van de Da Vinci Code bij verbleekt: de aanslagen waren een samenzwering van extremistisch islamitische terroristen, de Baskische terreurbeweging ETA, delen van de Marokkaanse en de Spaanse geheime dienst en last but not least de huidige regerende socialistische partij.

De hoofdprijs voor deze samenzweringstheorie werd deze week gewonnen door de Madrileense krant El Mundo. De krant, wiens hoofdredacteur een oude vete uitvecht met de socialistische partij, beweerde dat Spanje's geheime dienst in de weer was geweest met het manipuleren van bewijsmateriaal, een auto die werd aangetroffen bij een van de stations. El Mundo beweerde van meet af aan dat de ETA nauwe banden zou hebben onderhouden met de extremistische moslimterroristen. En daarvan zouden de socialisten dan weer handig gebruik hebben gemaakt bij het samenzweren tegen de conservatieve partij.

De feiten na twee jaar justitieel onderzoek gaan op het eerste oog in een andere richting: het zijn dezelfde geroofde explosieven die werden gebruikt bij de bomaanslagen op de treinen, bij de mislukte aanslag een week later op de hogesnelheidslijn Madrid-Sevilla en waarmee twee weken later een deel van de veronderstelde daders zich opbliezen in een voorstad van Madrid. Rond de plekken waar met de springstoffen was gerommeld lieten zij een ruime hoeveelheid vingerafdrukken en genetisch materiaal achter. Het vooronderzoek, dat nog steeds niet is afgesloten, concludeert dat de bommen zijn gelegd door een lokale salafistische terreurcel, met contacten in Frankrijk, België, Italië, Marokko en Irak. In totaal zijn er 116 verdachten onderzocht, waarvan 24 gevangen zitten. Onder hen bevinden zich de veronderstelde ideologen van de aanslag: Hassan el Haski, Rabei Osman en Youssef Belhajd.

Geen Baskische namen. Van de ETA ontbreekt ook verder ieder spoor.