Rechters voorspellen de toekomst een beetje

De uitspraak van de Haagse rechtbank gisteren maakt de grenzen van de nieuwe Wet terroristische misdrijven duidelijk. Strafrechtgeleerden reageren positief op het vonnis in het Hofstadproces.

Mohammed B. werd gistermorgen met een skibril op bij de rechtbank in Amsterdam gebracht. De rechtbank beschouwt hem als leider van de Hofstadgroep. Foto AFP Mohammed Bouyeri, already convicted of murdering filmmaker Theo van Gogh, arrives at Amsterdam court for the trial of the so-called Hofstad group 10 March 2006. A Dutch court on Friday convicted nine members of the Hofstad group of membership of a terrorist organisation and sentenced them to up to 15 years in prison. Bouyeri, was found guilty of leading the organisation but not given an additional sentence because he is already serving the maximum of life without parole. AFP PHOTO/ANP/MARCEL ANTONISSE AFP

'Dit is een succesverhaal', roept rechtsfilosoof Afshin Ellian terwijl hij na het uitspreken van het vonnis door de rechtbank de rechtszaal uitloopt. Hij is blij met het vonnis. Doordacht en evenwichtig, waren enkele van zijn kwalificaties. Er is vast komen te staan dat de Hofstadgroep echt bestaat. 'Vanaf nu hoeven we niet meer te spreken van een vermeende terroristische organisatie,' zegt Elian, 'Het ís een terroristische en criminele organisatie.'

Voor het eerst sprak gisteren een rechtbank zich uit over deelname aan een terroristische organisatie, artikel 140a van de nieuwe Wet terroristische misdrijven. Met het vonnis worden de grenzen van de nieuwe wet, inwerking sinds de zomer van 2004, duidelijk, meent Elian.

Ook andere strafrechtgeleerden spreken van succes. Ybo Buruma, die kritisch is over de nieuwe terreurwet, zegt dat de rechters op een verstandige manier recht hebben gesproken. Het voornaamste nut van de nieuwe wet, meent Menno Dolman, universitair docent strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, is dat nu zichtbaar wordt dat de overheid strafrechtelijk kán optreden tegen het terrorisme en bedreigers van de openbare orde.

'De rechters hebben precies gedaan wat de wetgever wilde: terroristen veroordelen voordat het leed is geleden', zegt Buruma, hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Nijmegen. Ook al hebben de rechters daar volgens hem een beetje de toekomst voor moeten voorspellen.

De rechtbank achtte van de belangrijke geweldsdelicten van leden van de Hofstadgroep een terroristisch oogmerk niet bewezen. Toen Jason W. een handgranaat gooide naar leden van het arrestatieteam en vijf van hen verwondde, had hij geen terroristisch oogmerk, aldus het vonnis. Ook Nouredine el F. kon terrorisme niet worden verweten toen hij met een schietklaar machinepistool werd aangehouden. Hij had daarbij niet het doel de bevolking angst aan te jagen.

De rechtbank stelde wel dat de groep haait zaaide en geweld predikte. En Hofstadleden dreigden de samenleving met terroristische misdrijven. Zo stond bijvoorbeeld in één van de geschriften dat een doel was geweest 'een revolutie' te bewerkstelligen om de 'rotte rechtsgang' in Nederland omver te werpen. In een openbare brief schreef de groep dat ze Tweede-Kamerlid Geert Wilders van de Euromast wilden laten vallen. Ayaan Hirsi Ali moest voor altijd het zwijgen worden opgelegd. 'Geen discussies, geen optochten, slechts de dood zal de leugen van de waarheid onderscheiden.' De open brief van Mohammed B. aan het Nederlandse volk kon worden gezien als een 'oorlogsverklaring aan het Nederlandse volk', zo zei de rechter.

Menno Dolman vindt het merkwaardig dat de rechter individuele leden het terroristische oogmerk zwaar aanrekent, maar dat ook wordt vastgesteld dat dit oogmerk (nog) niet was gerealiseerd. 'Hun oogmerk was gericht op opruiing en bedreiging, maar zover kwamen ze niet,' zegt Dolman. Bovendien stelt de rechtbank tegelijkertijd dat de meeste afzonderlijke misdrijven geen terroristische daden waren.

De rechters hebben volgens Dolman de visie van het openbaar ministerie overgenomen. De officieren van justitie stelden in hun requisitoir dat de ideologie van de groep zo radicaal was dat geweld op den duur niet kon uitblijven. Buruma zegt hierover: 'Vooral bij de verdachten die het middensegment vormen, denkt de rechtbank dat ze op den duur wel willen bedreigen. Maar zouden ze dat ook echt gaan doen? Dat weten we nog steeds niet zeker. Preventief strafrecht is in stelling gebracht', oordeelt Menno Dolman.

Buruma vermoedt dat terreurverdachte Samir A., die in oktober vorig jaar in een oude zaak werd vrijgesproken, wel zou zijn veroordeeld als hij met de nieuwe wet was berecht. De rechter achtte zijn terroristische intentie bewezen, alleen was hij te 'ondeugdelijk' om een gevaar voor de samenleving te vormen. Buruma: 'Het vonnis van gisteren maakt ook duidelijk dat je niet iets gedaan hoeft te hebben om strafbaar te zijn.'

De officieren van justitie K. Plooy en A. van Dam hadden bij de formulering van hun hoge strafeisen 'geen referentiekader', zei persofficier van justitie D. van Boetzelaer van het landelijk parket gisteren na de uitspraak. 'Er waren geen voorbeelden. De duidelijke motivering van deze rechtbank zal ons helpen bij de komende terreurzaken. Wij moeten kijken waar de grenzen liggen. Het is goed dat die nu zijn aangegeven.'

Na afloop waren advocaten teleurgesteld en boos. Peter Plasman, raadsman van Rachid B., vond het raar dat de rechter de groep schuldig had bevonden aan bedreiging, terwijl het OM dat feit helemaal niet ten laste had gelegd. Advocaat Bart Nooitgedagt van Mohammed Fahmi B. was ook ontevreden. Hij vindt dat het vonnis de vrijheid van meningsuiting beperkt. Hij had de opruiende geschriften die de groep verspreidde 'ook nog wel voor zijn eigen rekening durven nemen'. De advocaat van Mohammed B., Ugur Sarikaya, zei dat na dit vonnis 'je moet gaan oppassen met wat je zegt in dit land. De inperking van de vrijheid van godsdienst is hier in het geding'.

Volgens strafrechtgeleerden is niet één religie veroordeeld. De vrijspraak van vijf verdachten toont wat Elian betreft aan dat de rechters niet iedereen op één hoop hebben gegooid. 'Niet iedereen die hetzelfde dacht, is veroordeeld, alleen degenen die iets hebben gedaan of zouden kunnen doen.'

Ook Buruma is om die reden verheugd over de vrijspraken. Buruma: 'Daarmee gaven de rechters duidelijk aan dat niet iedereen die met foute mensen omgaat ook meteen fout hoeft te zijn. Hiermee is in een keer de kritiek van advocaten ontkracht dat in dit proces een bepaalde vorm van de islam terechtstond.'