Osama bin Laden moet worden opgespoord - maar voorkom dat hij een martelaar wordt

Bin Laden heeft een van de grootste verdwijntrucs uit de geschiedenis opgezet. Hoe kan het dat de Amerikanen hem maar niet te pakken krijgen? Vergeet de telefoon, volg het spoor van zijn familie.

Foto AP/Beeldbewerking: Fotodienst NRC Handelsblad ** CAPTION CORRECTION, CORRECTS TITLE TO AL-QAIDA LEADER, NOT EXILED SAUDI DISSIDENT ** FILE ** Al-Qaida leader Osama bin Laden is seen in this April 1998 file photo in Afghanistan. Al-Jazeera aired an audiotape purportedly from Osama bin Laden on Thursday, Jan. 19, 2006, saying al-Qaida is making preparations for attacks in the United States but offering a truce to rebuild Iraq and Afghanistan. (AP Photo) Associated Press

Toen ik iets meer dan een jaar geleden een bezoek bracht aan Osama bin Ladens vroegere basis in Tora Bora, moest ik tegen steile, met puin bedekte hellingen opklauteren om bij zijn woning te komen. Die lag in een gehucht hoog boven de sneeuwgrens, dat Milawa heette, en zag uit op grazige Afghaanse dalen ver in de diepte. Het gehucht omvatte verscheidene, over de bergkammen verspreide uitkijkposten, een bakkerij, Bin Ladens huis met twee slaapkamers, en zelfs een primitief zwembad - allemaal verwoest bij de Amerikaanse luchtaanvallen van december 2001. Bin Laden schijnt hier heel gelukkig te zijn geweest. Tegen de Palestijnse journalist Abdel Bari Atwan heeft hij eens gezegd: 'Ik geniet hier echt van het leven. Ik voel me hier veilig.'

Van hieruit heeft Bin Laden een van de grote verdwijntrucs uit de geschiedenis op touw gezet. Zijn ontsnapping aan die luchtaanvallen tijdens de slag om Tora Bora is deel geworden van de mythen rond Al-Qaeda. Op een in februari 2003 door Al-Jazeera uitgezonden geluidsband snoefde Bin Laden: 'Wij waren met maar driehonderd strijders. Wij hadden al honderd loopgraven aangelegd op een terrein niet groter dan tweeënhalve vierkante kilometer [...] de Amerikaanse strijdkrachten bombardeerden ons met slimme bommen van duizenden ponden.'

Niet lang na de openbaarmaking van die band werd de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld gevraagd waarom de Verenigde Staten de terroristenleider niet hadden kunnen vinden. 'Het is heel moeilijk om ergens in de wereld één persoon te vinden. De wereld is groot', verklaarde Rumsfeld. Hij voegde eraan toe: 'Hij leeft - en dan is hij zwaar gewond - of hij is dood. Wie zal het zeggen?'

Bin Laden is tot op heden hardnekkig in leven gebleven, zoals bleek uit een nieuwe geluidsband die een paar weken geleden is vrijgegeven, waarop hij de Verenigde Staten een wapenstilstand aanbood als zij hun troepen zouden terugtrekken uit Afghanistan en Irak; ook zwoer hij dat ze hem nooit levend te pakken zouden krijgen. Hij heeft zich zelfs zo'n bekwame voortvluchtige betoond dat het goed is om een paar vragen te stellen die van fundamentele betekenis zijn voor de aanhoudende pogingen van de VS om de Al-Qaeda-leider op te sporen. Is het werkelijk van belang dat hij gevonden wordt? Waarom is hij zo moeilijk te vangen? En als wij Osama bin Laden ten slotte vinden, wat zou dan beter zijn: hem gevangennemen of hem doden?

Waarom al die moeite?

Volgens recente peilingen van de krant USA Today menen zeven op de acht Amerikanen dat het belangrijk is om Bin Laden gevangen te nemen of te doden, terwijl 75 procent gelooft dat hij een grote aanslag op de Verenigde Staten beraamt. Deze percentages geven aan dat het een belangrijke psychologische overwinning zou zijn in de oorlog tegen het terrorisme als het zou lukken Bin Laden voor de rechter te brengen.

Er is nog een reden waarom het belangrijk is om Bin Laden en zijn tweede man Ayman al-Zawahiri te vinden. Bin Laden mag dan niet meer via een satelliettelefoon mensen opbellen om het bevel tot de aanval te geven, hij is in principe nog wel de ideologische en strategische leider van Al-Qaeda in heel de wereld. Een aanwijzing daarvoor is dat twee jaar geleden de Iraakse rebellencommandant Abu Musab al-Zarqawi zijn organisatie heeft omgedoopt in 'Al-Qaeda in het Tweestromenland' en publiekelijk bayat - een religieuze, bindende eed van trouw - heeft gezworen aan Bin Laden.

Daar komt bij dat de 35 beeld- en geluidsbanden die Bin Laden en al-Zawahri sinds 11 september hebben verspreid, via televisie, krant en internet, in heel de wereld tientallen miljoenen mensen hebben bereikt.

Die banden behoren daarmee tot de meest verbreide politieke verklaringen uit de geschiedenis. Ze hebben niet alleen Al-Qaeda's basis verstevigd, maar bevatten deels ook specifieke instructies, die door jihadisten zijn opgevolgd.

Zo heeft Bin Laden in 2004 Europese landen die bereid waren zich terug te trekken uit de coalitie in Irak, een wapenstilstand aangeboden. Bijna precies een jaar nadat zijn aanbod was verlopen, zijn bij explosies in het Londense openbaar vervoer 56 mensen om het leven gekomen. Op een volgende videoband lichtte al-Zawahiri toe dat die bomaanslagen een reactie waren op het feit dat de Britse regering het aanbod van Bin Laden naast zich neer had gelegd.

Waarom is het zo moeilijk?

Rumsfeld had niet helemaal ongelijk. Het kan heel moeilijk zijn om een vluchteling te vinden, zelfs voor iemand die zo opvalt als Bin Laden, die ruim 1,95 m. lang is. Denk maar aan Eric Rudolph, die na zijn bomaanslag op het Centennial Park in Atlanta tijdens de Olympische Spelen van 1996, waar één dode viel en 111 mensen gewond raakten, vijf jaar lang op vrije voeten is gebleven (begin juni 2003 werd hij bij toeval aangehouden in de plaats Murphy, red.), ondanks één van de grootste klopjachten uit de Amerikaanse geschiedenis.

Of de van oorlogsmisdaden verdachte Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic, wiens arrestatie onlangs werd gemeld en vervolgens door de Servische autoriteiten weer ontkend - meer dan tien jaar nadat hij was aangeklaagd wegens genocide.

Dan kun je je voorstellen hoe moeilijk het is om Bin Laden te vangen, die zich waarschijnlijk nabij de Afghaanse grens in de Pakistaanse noordwestelijke grensprovincie ophoudt - een ontstellend onherbergzaam gebied van ruim 75.000 vierkante kilometer.

De Verenigde Staten hebben wel enig succes geboekt met het opsporen van terroristen in Pakistan. Mir Aimal Kansi, die in 1993 vóór het CIA-hoofdkantoor in Langley twee CIA-medewerkers had vermoord, is vier jaar later achterhaald in de afgelegen plaats Dera Ismail Khan. Zijn aanhouding was de vrucht van een zorgvuldig gekoesterd netwerk van informanten, plus een substantiële beloning voor de persoon die Kansi heeft aangegeven.

Maar de mensen in Bin Ladens naaste omgeving lijken geen belangstelling te hebben voor beloningen. De premie van vijf miljoen dollar die het ministerie van Buitenlandse Zaken op zijn hoofd heeft gezet na de bomaanslagen op Amerikaanse ambassades in Afrika in 1998, is door niemand geclaimd. Hetzelfde geldt nu de premie is gestegen tot 27 miljoen dollar (met al-Zawahri erbij kom je zelfs aan 52 miljoen dollar).

Daar komt bij dat Bin Laden zich sinds lang lijkt te hebben voorbereid op een leven als voortvluchtige, door zich als een kloosterling verre te houden van ieder comfort. Een Palestijnse journalist die hem in 1996 in Afghanistan heeft geïnterviewd, herinnert zich dat het avondmaal voor Bin Laden en enkele van zijn naaste medewerkers bestond uit zoutige kaas, een aardappel, vijf of zes gebakken eieren en brood met zand eraan. Noman Benotman, een Libiër die vroeger voor Al-Qaeda heeft gevochten, zei me dat Bin Laden zijn volgelingen placht voor te houden: 'Jullie moeten leren je alles uit het moderne leven te ontzeggen, zoals elektriciteit, airconditioning, koelkasten en benzine. Wie een comfortabel leventje leidt, zal dat maar heel moeilijk verlaten om in de bergen te gaan strijden.'

Waar is hij precies?

Over Bin Ladens precieze verblijfplaats schijnt weinig bekend te zijn. Vermoed wordt dat hij zich ergens in het stammengebied langs de Afghaans-Pakistaanse grens ophoudt, maar uit de jongste videobanden van Bin Laden en al-Zawahri blijkt dat zij niet in grotten verblijven. Beiden droegen schone, gestreken kleren, en de banden die zij hebben vrijgegeven zijn technisch goede producties, wat erop wijst dat zij beschikken over een stroomnet of althans generatoren.

Uit hun verklaringen bleek voorts dat zij uitstekend op de hoogte zijn van wat er in de wereld gebeurt. Op zijn jongste videoband maakte Bin Laden een opmerking over de scène in Michael Moore's Fahrenheit 9/11 waar president Bush in een crèche doorgaat een verhaaltje over een geit voor te lezen, nadat hem was verteld dat er passagiersvliegtuigen tegen het Wereldhandelscentrum te pletter waren gevlogen. Dat soort opmerkingen wijst erop dat als Bin Laden en al-Zawahri zich inderdaad in het stammengebied ophouden, zij zich in een gebouwencomplex in of nabij een van de grotere steden moeten bevinden, waar zij over moderne voorzieningen kunnen beschikken.

Een Amerikaanse militaire functionaris die goed op de hoogte is van de jacht, zei mij dat volgens hem Bin Laden 'zich al een hele tijd op één plaats gedeisd houdt', terwijl al-Zawahri 'meer operationeel actief is en meer onderweg is'.

Dat zou de Amerikaanse luchtaanval van vorige maand kunnen verklaren, op het Pakistaanse dorp Damadola bij de Afghaanse grens, een aanval die bedoeld was om al-Zawahri te doden. Daarbij zijn vijf veronderstelde terroristen gedood, maar een week of twee later presenteerde al-Zawahri een videoband waarop hij een lange neus maakte naar president Bush.

Hoe moeten wij te werk gaan?

Waarschijnlijk niet door telefoongesprekken te onderscheppen. Al sinds lang voor de aanslagen van 11 september is Bin Laden zo voorzichtig geweest om geen satelliet- of gsm-telefoons te gebruiken. Volgens zijn media-adviseur Khalid al-Fawaz, die ik in 1997 in Londen heb gesproken, had Bin Laden elektronische communicatie toen al leren mijden. Bin Laden heeft in de afgelopen veertien maanden maar één band vrijgegeven, misschien omdat de leiders van Al-Qaeda beseffen dat zij zich iedere keer dat zij dat doen, blootstellen aan het risico van ontdekking, want de keten waarlangs die banden zijn doorgegeven is een trefzekere manier om hen op te sporen.

Een kwetsbare plek van Bin Laden zou zijn naaste familie kunnen zijn, met wie hij misschien contact onderhoudt. Toen hij koos voor het leven van een jihadist, zijn drie van zijn echtgenotes, met een twaalftal kinderen, hem trouw gebleven. Na de val van de Talibaan zijn zij allemaal verdwenen. Ik vermoed dat zij onder bescherming staan van de geduchte Talibaanleider Jalaluddin Haqqani, die Bin Laden al kent sinds het begin van de jaren tachtig. Haqqani's troepen liggen verspreid van Khost in het oosten van Afghanistan tot in Waziristan in westelijk Pakistan - een streek waar zich de laatste tijd een aantal van de hevigste gevechten hebben voorgedaan.

Krijgen wij de nodige hulp?

De Pakistanen zijn ervan overtuigd dat zij het hunne ruimschoots hebben gedaan. Generaal Pervez Musharraf, de militaire dictator van Pakistan, heeft de afgelopen twee jaar zeker twee door Al-Qaeda en zijn handlangers op touw gezette moordaanslagen overleefd. Zijn veiligheidsmensen en militairen zijn bij honderden om het leven gekomen, en de Pakistaanse overheid heeft de hand gehad in de aanhouding van een half dozijn belangrijke medewerkers van Al-Qaeda. Maar uit het feit dat de leiders van Al-Qaeda nog steeds in Pakistan zitten, blijkt wel dat de organisatie daar een geschikte nieuwe verblijfplaats heeft gevonden, niet ver van haar vroegere bases in Afghanistan.

Bin Laden is lang populair geweest bij de Pakistanen. Volgens een peiling van denktank Pew uit 2004 was toen 65 procent de Al-Qaeda-leider welgezind. Maar volgens een peiling die half december door het marktonderzoeksbureau AC Nielsen Pakistan is bekendgemaakt, was het aandeel Pakistanen met een gunstig oordeel over Bin Laden toen gedaald tot 33 procent. Tegelijkertijd oordelen, als gevolg van de Amerikaanse hulp na de verwoestende aardbeving in oktober, meer Pakistanen - 46 procent - gunstig over de Verenigde Staten.

President Bush heeft tijdens zijn bezoek aan Pakistan gepleit voor een rol voor Amerikaanse grondstrijdkrachten in de stammengebieden. Op dit moment is de voornaamste handicap van de Amerikanen bij hun jacht op Bin Laden dat hun militairen niet openlijk op Pakistaans grondgebied mogen opereren. Als Musharraf met zo'n verzoek instemt, zou dat niet zonder politieke risico's zijn, want velen beschouwen hem al als een marionet - 'Busharraf'- van de regering-Bush.

Dood of levend?

Het zou niet in ons belang zijn om Bin Laden tot martelaar te maken. In plaats daarvan zou hij net zo moeten worden behandeld als Saddam Hussein bij zijn aanhouding: nakijken op hoofdluis en publiekelijk voor aap zetten voor de camera's. Bin Laden is een mythisch personage geworden, en de beste manier om hem weer tot een gewoon mens te maken is hem zo te behandelen. (Wel zei een Amerikaanse overheidsfunctionaris mij dat als de leider van Al-Qaeda wordt gevangengenomen, dat waarschijnlijk ernstige repercussies zou hebben: Amerikanen zouden worden gegijzeld om hem vrij te krijgen.)

Het is niet waarschijnlijk dat het zal lukken hem gevangen te nemen. Vorig jaar heeft zijn voormalige lijfwacht Abu Jandal tegenover de krant al-Quds al-Arabi verklaard: 'Sjeik Osama gaf mij een pistool. Er zaten maar twee kogels in, waarmee ik sjeik Osama moest doodschieten als wij zouden worden omsingeld en als hij in handen van de vijand dreigde te vallen, zodat hij niet levend gevangen zou worden genomen.'

Natuurlijk kan het gebeuren dat Osama bij vergissing zijn schuilplaats verraadt, waardoor hij kwetsbaar zou worden voor aanvallen met Amerikaanse onbemande Predator-vliegtuigjes. Als de Verenigde Staten menen te weten waar Bin Laden zit, zouden zij onder grote druk staan om meteen met raketten toe te slaan, op het gevaar af dat hij vervolgens tot martelaar wordt uitgeroepen en dat er een golf van aanslagen op Amerikanen volgt.

Bin Laden heeft hierover zelf tegen Jandal gezegd dat als hij zou worden gedood 'zijn bloed een baken zou worden, dat zijn volgelingen tot felheid en vastberadenheid zou aanzetten'.

De man die ooit een rustig landleven leidde in de bergen van Tora Bora, streeft ernaar om na zijn dood toe te treden tot het pantheon van de islamitische helden - een Saladin van de 21ste eeuw - tot 'martelaar' gemaakt door hen die hij 'de kruisvaarders' noemt.

© The Washington Post

Auteur van 'The Osama bin Laden I know: an oral history of al Qaeda's leader'. Verbonden aan de New America Foundation in Washington.