Op school gaat de dure broek wel eens kapot

Steeds meer ouders stellen de school aansprakelijk voor letsel of schade aan spullen van hun kinderen. Daarom verzekeren scholen zich. Soms ook iedere ouder die meegaat met een reisje. Of ze zien ervan af.

In april vorig jaar gebeurde het. Toen brak de zoon van Petra Hesseling zijn voet op het schoolplein van het Willem de Zwijger College in Hardinxveld-Giessendam. Hij wilde samen met anderen terug naar school lopen, maar een groepje andere scholieren duwde het schoolhek dicht, zegt zijn moeder. De voet van de jongen raakte bekneld tussen het hek. Hij gilde het uit van de pijn. Later bleek dat zijn voet gebroken was. De jongen zegt dat hij niet gezien heeft wie van de scholieren precies doorduwde.

Zijn moeder, Petra Hesseling, overweegt nu de school van haar zoon financieel aansprakelijk te stellen. Bijvoorbeeld voor de kosten van het vervoer naar het ziekenhuis en de vrije dagen die ze heeft moeten opnemen. Ze vindt dat er toezicht zou moeten zijn op het schoolplein tijdens tussenuren. En ze vindt ook dat de school zijn best niet heeft gedaan om te achterhalen wie de daders waren. 'Ze hebben helemaal niet naar mijn zoon omgekeken. Niet toen hij in het ziekenhuis lag, en daarna ook niet.' Maar ze twijfelt over het doorzetten van de claim. 'Het is voor mij een principiële kwestie, niet zozeer een financiële.'

Het aantal financiële claims tegen scholen stijgt. Dat maakte verzekeringsbemiddelaar Marsh vorige week bekend. Vorig jaar waren er zo'n 2.500 tot 3.000 schademeldingen, een stijging met tien procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Marsh is zelf geen verzekeraar, maar bemiddelt tussen scholen en verzekeraars, waarbij het bedrijf de scholen vertegenwoordigt. Meer dan de helft van alle scholen in Nederland is via Marsh verzekerd.

De toename van de claims zit vooral in 'sport- en spelsituaties', zegt Rinske van Dillen. Als juriste is zij bij Marsh verantwoordelijk voor de afhandeling van de claims. Als voorbeeld noemt zij een valpartij op het schoolplein waarbij een dure spijkerbroek kapot gaat. Van Dillen: 'Vroeger werd dat meer gezien als consequentie van het spel, nu wordt er sneller geclaimd.' En als er tijdens de les handvaardigheid verf op kleding komt, wordt soms door ouders gezegd dat de school de kinderen een schort had moeten geven.

Een klein deel van de claims gaat over schooladviezen van de basisschool. 'Ouders die vinden dat hun kind op advies van de school naar een te laag schooltype gaat. Zij stellen de basisschool aansprakelijk voor het in hun ogen verkeerde advies', zegt Van Dillen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om kosten die gemaakt worden omdat een leerling langer op school zit. Ook zijn er ouders die de school aansprakelijk stellen voor de kosten van bijlessen, omdat hun kind door slechte lessen, of lesuitval, achterop zou zijn geraakt. Een rechter oordeelde acht jaar geleden voor het eerst dat een basisschool die tekortschoot, die kosten moest dragen.

Marsh zocht vorige week de publiciteit met de stijging van het aantal claims. Bang voor een eventuele toename, is het bedrijf niet. Van Dillen: 'Het enkele feit dat meer claims worden ingediend, betekent niet automatisch dat die claims ook worden toegewezen.' Het percentage van de claims dat wordt gehonoreerd is volgens Marsh al jaren stabiel: in minder dan vijftig procent van de gevallen wordt uitbetaald.

Een deel van de scholen geeft ouders aan het begin van het schooljaar ook de gelegenheid zelf spullen van hun kind op school te verzekeren. Als een mobiele telefoon in de garderobe gestolen wordt, krijgen de ouders die vergoed. Dat voorkomt volgens Marsh veel 'discussie en frustratie' over aansprakelijkheidskwesties.

Want je school aansprakelijk stellen, is geen gemakkelijke weg, zegt Van Dillen. 'In Nederland is het nog altijd zo dat de bewijslast ligt bij de eisende partij. Als een leerling bijvoorbeeld letsel oploopt tijdens het speelkwartier, moeten de ouders aantonen dat het niet gebeurd was als er wel toezicht was geweest. En ook dat het dóór dat toezicht niet gebeurd zou zijn. Dat is ingewikkeld.'

Petra Hesseling vindt haar zaak ook om andere redenen ingewikkeld. 'Ik wist sowieso niet waar ik terecht kon met mijn klacht. Je moet die binnen een jaar indienen bij de landelijke klachtencommissie, maar dat kan pas als je alle andere wegen bewandeld hebt.' Hesseling heeft nu advies gevraagd aan de stichting onderwijsklachten.nl. Die stichting zet zich in voor een betere klachtenregeling voor scholen en een betere communicatie tussen scholen en ouders over klachten. Irene Tullemans van die stichting vindt het niet gek dat ouders schade claimen bij scholen. 'Het onderwijs in Nederland is niet gratis, ouders betalen in de vorm van de ouderbijdrage en boekengeld een hoop. Dan verwachten ze ook waar voor hun geld.' Volgens Tullemans is de overeenkomst tussen ouders en scholen vergelijkbaar met overeenkomsten in het bedrijfsleven. 'Als de school de overeenkomst niet nakomt, kun je je schade claimen.'

Jacob van der Linden is de rector van de school waar de zoon van Petra Hesseling op zit. Hij wil niet inhoudelijk op die zaak ingaan omdat die nu in behandeling is bij de verzekeraar. Wel zegt hij: 'We vinden het natuurlijk erg vervelend dat dit met de leerling is gebeurd.' Maar hij vraagt zich af of het ongeluk voorkomen had kunnen worden met meer toezicht. 'Je kunt van je school geen politionele instelling maken. Het blijft altijd mensenwerk; ook een toezichthouder kan nét de andere kant opkijken.'

Scholen worden wel voorzichtiger door het toegenomen aantal claims, zegt Grada Huis van de besturenraad Christelijke Onderwijs. 'Ze proberen risico's uit te sluiten. Aan uitjes zoals een dagje naar de bakkerij, of een lampionnenoptocht kleven veel juridische haken en ogen. Zo veel dat sommige scholen er maar vanaf zien.'

Ook rector Jacob van der Linden heeft daar mee te maken. 'Bij ons zijn heel welwillende ouders die willen meehelpen met schoolreisjes. Maar die moet je dan allemaal apart verzekeren. Het geld kun je bovendien maar één keer uitgeven. Van het geld dat de school uitgeeft aan verzekeringspremie, kunnen we geen krijtjes meer kopen.'