Nieuwe generatie

De heer Anderiesen (directeur van de Algemene Woningbouw Vereniging in Amsterdam) zegt in het artikel: „Huurders met een laag inkomen, die dus huursubsidie krijgen, worden helemaal niet geraakt door de liberalisering. Ook als ze in een huis wonen met een hoge WOZ-waarde. Pas als zij overlijden of verhuizen, wordt dat huis geliberaliseerd en kan de prijs voor de volgende huurder veel hoger zijn“.

Allereerst worden de huren vaak al fors verhoogd als er een nieuwe bewoner het huis intrekt, met of zonder huurliberalisatie. Maar waar het hier om gaat is de volgende generatie, die in dezelfde woningen komt te wonen. Zij worden door een tekort aan woningen zo meteen gedwongen om in geliberaliseerde woningen te wonen. Dit omdat zij geen andere keuze hebben, aangezien er de komende jaren een groot woningtekort blijft. De jonge mensen die aan het begin staan van hun arbeidscarrière, verdienen niet genoeg om een huis te kopen en zo meteen ook al niet om een huis te huren, zeker in de Randstad.

Willen wij de toekomstige generatie met torenhoge huren/prijzen opzadelen, ten gunste van woningbouwverenigingen die de taak hebben om maatschappelijk te ondernemen, aangezien het geld van de maatschappij is waarover zij de beschikking hebben? Dat is de vraag. Daarom lijkt het mij verstandig als we de discussie over de huurliberalisatie niet alleen op de huidige huurders betrekken maar ook op de toekomstige huurders.