'Moge God Amerika vervloeken'

In Alexandria, Virginia, wordt sinds deze week de 'twintigste kaper' van de aanslagen van 11 september berecht. Een rechtbankverslag.

Tekening van de rechtbankzitting in het proces tegen Zaccarias Moussaoui. Hij is al veroordeeld, in dit proces wordt de strafmaat bepaald: de doodstraf of levenslang (Foto AP) An Artist sketch of court proceedings for Zacarias Moussaoui in Alexandria, Va Monday, March 6, 2006.At center speaking in red tie is assistant U.S.attorney Rob Spencer. Seated facing Spencer and Judge Leonie M. Brinkema are defense team members Gerald T. Zerkin, left, Kenneth P. Troccoli and Edward B. MacMahon. At far left is defendant Zacarias Moussaoui. (AP Photo/ Dana Verkouteren) Associated Press

Zacarias Moussaoui hangt de hele dag achterover in zijn stoel. De 'twintigste kaper' van de aanslagen van 11 september 2001 is in de hoek van de rechtszaal weggezet - buiten het blikveld van de rechter, de aanklagers en advocaten. Ze praten over hem, zelden met hem.

Alleen de juryleden kunnen hem in de ogen kijken. Ze zien een man die afwezig doet op zijn eigen strafproces. Zelfs de ernstigste beschuldigingen laten hem koud. Dan wrijft hij lachend over zijn baard of bestudeert hij eindeloos de punten van zijn schoenen. Zijn Franse moeder, die vurig strijdt tegen een mogelijke doodstraf voor haar zoon, gaat in de rechtszaal elke dag zo dicht mogelijk bij hem zitten. Hij keurt haar geen blik waardig.

De afgelopen jaren is Moussaoui, gehaakt mutsje, Talibaan-baard, in de populaire media van de VS afgeschilderd als een monster. Een wonderlijk monster - een man die onsamenhangende verklaringen aflegde over ontmoetingen met Osama bin Laden en over een plan om het Witte Huis met een vliegtuig te doorboren. Allah was zijn opdrachtgever, de verderfelijke rol van de VS in de wereld zijn motief.

,,Moge God Amerika vervloeken'', is zijn favoriete frase. Ook tijdens het proces riep hij het deze week enkele malen uit. Meestal zonder aanleiding, en steeds met hetzelfde effect op de Amerikaanse gemoedsrust: Moussaoui mag dan een kwibus zijn, hij wordt in de VS gezien als een levensgevaarlijk product van de leer van bin Laden. In het proces draait het niet om de schuldvraag. Hij heeft eerder bekend dat hij beoogde deel uit te maken van operaties van Al-Qaeda in de VS. Het gaat nu nog om de strafmaat: levenslang of de doodstraf. En - het belangrijkste - het gaat om de Amerikaanse verwerking van '11 september': kan hij daarvoor veroordeeld worden?

Op het oog is dat nagenoeg onmogelijk. Moussaoui zegt dat zijn plannen om het Witte Huis aan te vallen niets te maken hadden met '11 september'. En hij zat in een Amerikaanse cel op het moment dat de gekaapte vliegtuigen het World Trade Center en het Pentagon attaqueerden. Officieel zat hij vast wegens een verlopen visum. Maar in werkelijkheid deed de FBI onderzoek naar zijn mogelijke rol bij terreuroperaties - de aanhouding vond een kleine maand vóór 11 september plaats, toen hij met beperkte ervaring vlieglessen nam die alleen professionele piloten volgen.

Om hem toch voor '11 september' veroordeeld te krijgen baseert de openbare aanklager zich op het deel van zijn bekentenis waarin Moussaoui aangeeft dat hij de FBI misleidde zodat ,,mijn Al-Qaeda-broeders [op 11 september, red.] hun plannen konden voortzetten''. Omdat zijn leugens de FBI beletten inzicht te krijgen in de plannen van Al-Qaeda voor 11 september verdient Moussaoui de doodstraf, aldus de aanklager. Deskundigen zeggen dat deze redenering binnen het Amerikaanse strafrecht valt.

In de extreem beveiligde rechtbank van Alexandria, Virginia, leidt het tot ongebruikelijke taferelen. Rechercheurs spelen niet hun gebruikelijke rol van superspeurders. Zij presenteren zich nu als slachtoffer: door de leugens van Moussaoui waren zij niet in staat op tijd de samenzwering van 11 september op te sporen.

Zo was er donderdag Harry Samit, een 'special agent' van de FBI inzake terreurbestrijding en een getrainde piloot, die Moussaoui 15 augustus 2001 in Minneapolis arresteerde en de eerste verhoren afnam. Uitputtend stond de aanklager stil bij zijn grote ervaring en deskundigheid als lid van 'joint terrorism taskforce' van de FBI: over bin Laden en Al-Qaeda hoefde je hem augustus 2001 niets meer te vertellen, zo werd duidelijk.

Daarna werd Samit nederig. Hoewel uit een verhoor van een gelijktijdig gearresteerde verdachte bleek dat Moussaoui er moslimextremistische sympathieën op nahield, lukte het de 'special agent' niet betekenisvolle informatie aan Moussaoui te ontlokken.

Hij was wel eens in Pakistan en Saoedi-Arabië geweest, bekende de verdachte. Hij deed in ,,im- en export''. Hij beschikte over 32.000 dollar, die hij had ,,gekregen van een vriend wiens naam hij kwijt was''. En hij wilde héél graag de vlieglessen hernemen die hij door zijn arrestatie moest missen: ,,Daar had hij álles voor over''. Samit keek er nu nog beteuterd bij. Dus de verdachte zei niet, vroeg de aanklager theatraal, dat hij een terrorist was? ,,Nee.'' Hij zei niet dat hij in Afghanistan was getraind? ,,Néé.'' Hij zei niet dat hij van Al-Qaeda was en Osama bin Laden had ontmoet? ,,Néé.'' Hij zei niet dat er plannen waren met vliegtuigen het WTC te doorboren? ,,Néé!''

En had Moussaoui een en ander wel had verteld, dan zou Samit natuurlijk wel van wanten hebben geweten. ,,Dan had ik een onderzoek geopend naar het mogelijk aanvallen van het World Trade Center en het Pentagon op 11 september 2001'', zei hij, zonder ironie.

Eerder donderdag was de Amerikaanse achilleshiel in de terreurbestrijding blootgelegd door vlieginstructeur Clancy Prevost; zijn getuigenis biedt in een notendop een verklaring voor de opstand de laatste weken tegen een miljardendeal die een bedrijf uit Dubai een rol geeft in Amerikaanse havens.

Prevost was augustus 2001 de docent van Moussaoui op de vliegschool, en sloeg alarm toen hij hoorde dat zijn leerling de kosten van de cursus, 6800 dollar, cash betaalde. Maar Prevost had grote moeite zijn baas te overtuigen. Toen hij vertelde dat ze mogelijk een kaper opleidden, zei de baas: ,,Maakt niet uit. Hij heeft betaald.''