Misverstand

Een hardnekkig misverstand' zegt Prick in zijn column (W&O, 25 februari). Mee eens, maar wel het zijne. Het Cito heeft herhaaldelijk laten weten dat de eindtoets alleen is gemaakt als 'tweede gegeven' bij de individuele overgang van basis- naar voortgezet onderwijs, nergens anders voor. De inspectie gebruikt de Cito-schoolscores mede om de kwaliteit van een school vast te stellen, maar wel 'bij gebrek aan beter'.

Ouders willen in één oogopslag zien hoe het staat met de kwaliteit van de (toekomstige) school van hun kinderen, zo dacht de inspectie enkele jaren geleden hun wensen te verwoorden. Die wens van de inspectie - want dat is het - noem ik een belediging van het werk van leraren. Wie een eerlijk oordeel over de kwaliteit van een school wil, mag zich niet beperken tot onderzoek naar aanbod en opbrengst bij rekenen en taal. Taal in de Cito-eindtoets dekt niet meer dan een armzalige 29 procent van de kerndoelen. Het domein mondelinge taalvaardigheid ontbreekt zelfs geheel. Onderzoek naar de kwaliteit van een school dient op z'n minst betrekking te hebben op wat moet worden aangeboden volgens de kerndoelen. Op z'n minst, want een school mag eigen inhouden toevoegen. En om het nog ingewikkelder te maken: een school kan, afgeleid van de specifieke kenmerken van de schoolpopulatie en conceptuele keuzen, eigen accenten leggen. De inspectie dient die autonomie volledig te honoreren. En dat alles uitgedrukt in een oordeel dat bestaat uit één getal? Dat is nog veel erger dan een hardnekkig misverstand.

Assen